De felle lobby voor een vaccin

Het begon met Angela Groothuizen die in radiospotjes moeders opriep hun dochter te beschermen. ’Beschermen tegen alles wat haar kwaad zou kunnen doen.’ Het eindigde met versluierde sponsoring van een medisch tv-programma op de publieke omroep. De lobby voor het vaccin tegen baarmoederhalskanker.

Zelden is er in Nederland zo heftig campagne gevoerd als voor de kankervaccins Gardasil en Cervarix. Dinsdag zal de Gezondheidsraad naar verwachting positief adviseren over opneming van het vaccin tegen (de voorstadia van) baarmoederhalskanker in het Rijks Vaccinatie Programma.

Daarna wordt waarschijnlijk bij aanbesteding bepaald welke fabrikant de hoofdprijs van 60 tot 75 miljoen euro (per jaar) binnenhaalt. Bij opneming in het vaccinatieprogramma zullen meisjes voortaan naast de injecties tegen kinkhoest, difterie, bof, mazelen en polio, rond hun twaalfde ook drie prikjes krijgen tegen baarmoederhalskanker.

Er zijn twee spelers in de markt: Sanofi Pasteur MSD, een samenwerkingsverband van het Franse Sanofi Aventis en het Amerikaanse Merck, en als tweede het Britse bedrijf GlaxoSmithKline (GSK). De firma’s beconcurreren elkaar op leven en dood. Want wie de markt straks beheerst zit gebeiteld, het klantenpotentieel is groot en het vaccin duur: 375 euro voor drie injecties.

Sanofi was het eerst met een vaccin. In november 2006 kwam Gardasil op de markt en tegelijk lanceerde het bedrijf de website www.beschermjedochter.nl. In radiospotjes riep tv-vrouw Angela Groothuizen de moeders van Nederland op naar de dokter te gaan met hun dochter. „Vanaf het moment dat ik mijn dochter voor het eerst in mijn armen hield, wilde ik haar beschermen. Beschermen tegen alles wat haar kwaad zou kunnen doen. Zoals baarmoederhalskanker.”

Niet lang na de introductie van Gardasil kwam GSK met Cervarix. Beide middelen zijn, niet geheel toevallig, precies even duur.

Sanofi hoopt wereldwijd op een jaarlijkse omzet van een miljard euro. Oostenrijk was in 2006 het eerste Europese land dat besloot tot volledige vergoeding van het vaccin. Nederland is één van de laatste Europese landen die nog een besluit moet nemen – tot grote ergernis van de fabrikanten.

De feiten: negentig procent van de gevallen van baarmoederhalskanker komt voor in landen als Uganda, Peru en India. In Nederland wordt er jaarlijks bij 600 tot 700 vrouwen baarmoederhalskanker vastgesteld. Van hen overlijden er 200 tot 250.

Sinds 1976 is er een bevolkingsonderzoek tegen baarmoederhalskanker. Ieder jaar worden er 800.000 vrouwen tussen 30 en 60 jaar uitgenodigd voor een uitstrijkje. Gemiddeld komt daarvan 66 procent opdagen. Het bevolkingsonderzoek (dat 26 miljoen euro per jaar kost) zal nodig blijven, ook als het baarmoedervaccin in het nationale inentingsprogramma wordt opgenomen.

De fabrikanten zijn er behoorlijk in geslaagd bij consument en dokter de vaccins ruimschoots onder de aandacht te brengen.

Vooral Sanofi heeft de krappe ruimte die de Geneesmiddelenwet aan fabrikanten biedt voor het geven van ’voorlichting’ aan consumenten ten volle benut. Het bedrijf schakelde bij de marktintroductie van Gardasil onderzoeksbureau TNS Nipo in, die vaststelde dat er in Nederland veel te weinig bekend was over baarmoederhalskanker en de oorzaken ervan. De peiling werd gepresenteerd op een persconferentie in november 2006.

GSK deed begin dit jaar de peiling dunnetjes over. Uit een enquête van Maurice de Hond zou zijn gebleken dat er een ’schreeuwende behoefte is aan meer informatie over baarmoederhalskanker’, aldus het gezondheidsblad Santé, dat de peiling publiceerde. Het tijdschrift meldde er niet bij dat het opinieonderzoek was gefinancierd door GSK, zoals de website leugens.nl onthulde.

Op tal van manieren is geprobeerd het vaccin in de pen van de dokter te krijgen en kosten noch moeite zijn gespaard om publiciteit te verwerven. Onlangs nodigde Sanofi journalisten uit voor een briefing over Gardasil tijdens het Europese congres voor gynaecologen in Lissabon. Er was te weinig animo. De briefing werd uiteindelijk gehouden op het Nederlandse kantoor van Sanofi in Hoofddorp.

Eerder deze maand dook een brief op die is verspreid onder meisjes op het Onze Lieve Vrouwe Lyceum in Breda, waarin zonder omhaal reclame werd gemaakt voor Gardasil. Reclame voor middelen die alleen op recept verkrijgbaar zijn is in Nederland verboden. De brief zat volgens de rector van de school in een informatiepakket met posters die verwezen naar de website beschermjedochter.nl van Sanofi. Op de reclamebrief stond geen briefhoofd, onderop was ruimte vrijgehouden voor het naamstempel van de school. De rector dacht dat het pakket afkomstig was van de GGD, maar dat bleek een misvatting. Sanofi ontkent de afzender te zijn.

Feit is dat beide bedrijven op grote schaal in Nederland informatieavonden over het baarmoederhalskankervaccin hebben gesponsord en hebben meebetaald aan campagnes om politici en ambtenaren te manen tot een snellere besluitvorming over vergoeding van het vaccin.

Sanofi en GSK hebben van aanvang af volop steun gekregen van oncologisch gynaecologen, een kleine groep medisch specialisten die zich vrijwel unaniem voorstander toonde van volledige vergoeding van het vaccin. De artsen gebruikten iedere kans om het grote belang van het kankervaccin te onderstrepen.

Dat ondervond de wetenschapsjournalist Hans van Maanen, die in juni 2007 in de Volkskrant kanttekeningen zette bij baarmoederhalskanker als gezondheidsprobleem. Andere vormen van kanker (zoals borst-, darm- en longkanker) eisen onder vrouwen veel meer slachtoffers, schreef Van Maanen. „De sterfte aan baarmoederhalskanker is in Nederland zowat de laagste van heel Europa.” Bovendien, zo schreef hij, het humane papillomavirus, dat deze vorm van kanker kan veroorzaken is zo alomtegenwoordig dat vrijwel alle vrouwen dit virus kennelijk heel goed de baas zijn. Volgens een recente Amerikaanse schatting is tachtig procent van de 50-jarige vrouwen met het virus besmet geweest.

Van Maanen kreeg prompt repliek van de oncologisch gynaecologen. „Dat andere vormen van kanker vaker voorkomen is een feit, maar vormt geen reden om niet te beschermen tegen deze vorm van kanker als hiervoor een effectief, veilig en gemakkelijk toepasbaar middel bestaat”, schreef de Leidse hoogleraar oncologische gynaecologie Gemma Kenter mede namens zeven collega’s in een ingezonden brief.

Op de drie kwalificaties die zij in die ene zin gebruikte is wel wat af te dingen. De effectiviteit van beide vaccins is maar in beperkte mate aangetoond, nog niet bekend is of het vaccin levenslange bescherming oplevert. Ook de veiligheid staat niet vast, omdat het middel tot dusver slechts op beperkte schaal is voorgeschreven. Zeldzame bijwerkingen zijn nog niet bekend. Over de ’gemakkelijke toepasbaarheid’ zullen de meningen verschillen: het gaat om drie injecties die in vier maanden moeten worden toegediend.

Kenter erkent dat de fabrikanten op tal van manieren hebben getracht druk uit te oefenen. „Ze organiseren informatieavonden voor ouders, werven sprekers. Ze zijn behoorlijk aan het pushen, ook bij de commissie van de Gezondheidsraad. Ik zou zeggen: waarom niet even rustig gewacht op ons advies?”

Dat de besluitvorming in Nederland lang heeft geduurd, is volgens Kenter verklaarbaar. „De discussie was behoorlijk ingewikkeld, want het gaat hier niet om zomaar een nieuwe pil, maar om een preventieve behandeling aan jonge meisjes voor het voorkomen van kanker. Dat is iets nieuws. Vaccineren is bovendien zeer kostbaar, daarom is daar goed naar gekeken.”

De brief die Kenter aan de Volkskrant stuurde, was ook ondertekend door Leon Massuger, sinds 2006 hoogleraar oncologische gynaecologie in Nijmegen. Hij is oprichter van de Stichting Nigyo, een vrouwennetwerk dat initiatieven ontwikkelt om gynaecologische kankers aan te pakken. Nigyo organiseerde afgelopen november een bijeenkomst in het Tweede Kamergebouw in Den Haag waar een petitie voor vergoeding van het vaccin aan de vaste Kamercommissie voor VWS werd overhandigd.

Dezelfde stichting financierde met geld van de farmaceutische industrie een tv-programma van de EO over baarmoederhalskanker. Nigyo kreeg van GSK bijna 48.000 euro, onder meer voor de productie van een Medische Special over baarmoederhalskanker, die twee maanden geleden door de EO is uitgezonden. Op de titelrol van de documentaire werd niet gemeld dat de vaccinfabrikant de uitzending financierde. Niet alleen de kijker, maar ook de EO was niet op de hoogte van de sponsoring.

Hoogleraar gynaecologie Massuger zit niet in het bestuur van Nigyo, zijn vrouw wel. De Nijmeegse professor, die veelvuldig in de media pleidooien hield voor vergoeding van de kankervaccins, heeft financiële banden met Sanofi Pasteur MSD, de fabrikant van Gardasil.

Massuger is lid van de adviesraad van Gardasil, waarin medisch-wetenschappelijke kwesties én marketingzaken worden besproken. Woordvoerder Willem van den Oetelaar van Sanofi wil niet zeggen welke gynaecologen er naast Massuger in de adviesraad zitten. Hij wil hun privacy beschermen en is niet bereid de leden van de adviesraad toestemming te vragen tot openbaarmaking van hun namen.

Wel stuurt Van den Oetelaar een geanonimiseerd contract toe voor de adviesraad. Daaruit blijkt dat de leden een uurvergoeding van 85 euro ontvangen en dat ze elk moment uit de adviesraad mogen stappen, maar dan zelf met een opvolger kunnen komen.

Uit de meegestuurde agenda van de adviesraad van 27 augustus 2007 blijkt dat de nadruk lag op marketingzaken. Het eerste agendapunt (’Update Gardasil’) behelsde onder meer informatie over de verkoop van het middel en over de status van de vergoeding van het middel in Europa en Nederland. Dat is geen informatie waarbij het aankomt op gynaecologische expertise. Het tweede agendapunt betrof medisch-inhoudelijke zaken. Punt 3 ging over ’de concurrenten’ en punt 4 over een nieuwe campagne voor Gardasil. Volgens Massuger zitten er zes gynaecologen in de adviesraad van Sanofi.

De Leidse hoogleraar Kenter vindt het geen probleem dat een lid van de werkgroep die voor de wetenschappelijke vereniging van gynaecologen het standpunt over het vaccin voor baarmoederhalskanker bepaalde, in de adviesraad van een direct betrokken fabrikant zit. „Enkele collega’s in deze werkgroep zijn op een of andere manier betrokken bij activiteiten van de industrie, ofwel GSK, ofwel Sanofi, soms wel en soms niet betaald.”

Volgens Kenter had niemand van de gynaecologen een betaalde relatie met GSK of Sanofi toen de werkgroep van de gynaecologenvereniging werd samengesteld. „Belangenverstrengeling moet natuurlijk worden voorkomen.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden