De favoriete docent / ’Hij hakte me in de pan met schaken’

Wat is het geheim van de goede docent? Trouw ontrafelt het aan de hand van een serie dubbelinterviews met bekende Nederlanders en hun favoriete docent van vroeger. Vandaag schrijver, wetenschapper en presentator Bas Haring met zijn wiskundedocent Philip van Egmond. „Philip deed soms dingen die bijna niet door de beugel konden."

'Jij had altijd zo'n persoonlijke relatie met je leerlingen’, zegt Bas Haring (37) tegen zijn vroegere wiskundedocent, Philip van Egmond (60). „Je was altijd erg betrokken.”

„Ja, ik kan niet anders”, beaamt Van Egmond volmondig. „Ik heb met veel leerlingen een band.”

Met Bas Haring, nu bekend als schrijver van jeugdboeken, televisiepresentator en wetenschapper, was die band er zeker. Eigenlijk al vanaf het moment dat Bas, als brugklasser, binnenkwam.

Van Egmond herinnert zich Bas Haring als een slim, creatief jongetje, dat geen blad voor de mond nam. „Ik zie nog voor me hoe de conrector op de eerste schooldag bij alle brugklassen langsging. Ze vroeg of er nog iemand wat te vragen had. Bas stak zijn vinger op en zei: 'Juf, mogen we hier ook keten?'.”

Zijn eerste ’eigen’ anekdote over Bas, blikt Philip van Egmond terug, is er bijna een waar hij zich voor schaamt. Hij gaf Bas strafwerk - waarom kan hij zich niet herinneren - en liet hem dat op een zaterdag bij hem thuis inleveren. „Ik weet ook niet meer waarom ik hem hier thuis liet komen”, zegt de wiskundedocent, zittend in de tuin van hetzelfde huis waar Bas ooit zijn strafwerk kwam brengen. „Bas woonde een paar straten verderop. Misschien dat we toen al zijn gaan schaken.”

Nee, herinnert Bas Haring zich even later, hun eerste schaakpartij speelden ze toen zijn wiskundeleraar in datzelfde brugklasjaar voor Sinterklaas speelde. „Ik vroeg aan Sinterklaas of hij kon schaken”, verhaalt Bas. „'Laten we dat maar eens proberen', zei Sinterklaas aarzelend. 'Hoe zit dat ook alweer, hoe springt een paard?' Ha, dat wordt een makkie, dacht ik toen, maar Philip hakte me volledig in de pan. Wat was ik naïef.”

Philip van Egmond geeft nu al dertig jaar wiskunde op de christelijke scholengemeenschap Blaucapel in Utrecht (inmiddels, na een fusie, het Gerrit Rietveld College). Dit jaar is zijn laatste jaar, dan heeft hij zo'n 2500 leerlingen gehad. Van al deze leerlingen heeft hij de cijfers bijgehouden.

Aan Bas Haring gaf hij twee jaar les, in de eerste en in de vijfde. „In de brugklas had je een negen, in de vijfde een zeven”, houdt hij Bas voor. „Een zeven?”, roept deze verontwaardigd. „Ik was toch altijd zo goed in wiskunde?” „Dit was wiskunde II”, verklaart Van Egmond. „Misschien ging dat wat minder.”

Al in de brugklas, vertelt van Egmond, viel Bas op door zijn creativiteit van geest. Hij had originele ideeën, bijvoorbeeld die keer toen de klas een toneelvoorstelling moest verzinnen, waaraan iedereen kon meedoen. Bas inspireerde zijn klasgenoten tot een bijzondere variant op Klein Duimpje. „Er werden geen broodkruimels weggegooid, maar kinderen”, lacht zijn vroegere leraar. „Het was echt belachelijk.”

Op zijn beurt noemt Haring ook Van Egmond creatief. Met bewondering denkt hij terug aan de persoonlijke noot die zijn wiskundedocent inbracht in de lessen. Soms deed hij zelfs dingen die bijna niet door de beugel konden. Bijvoorbeeld die keer dat Van Egmond meesterlijk inspeelde op een 'etterbak' in zijn klas, die in het cijferhokje boven zijn proefwerk zelf een één invulde.

„Die jongen daagde hem uit, maar Philip bleef kalm en zette er doodleuk met grote letters 'OK' bij. Vervolgens deed hij net alsof hij het niet meer nakeek, wij vonden dat prachtig.”

Van Egmond was ook vakinhoudelijk erg goed, vertelt Bas Haring. Al tekent hij daarbij aan dat hij niet de aangewezen persoon is om te beoordelen of van Egmond voor zijn kennisoverdracht geroemd zou moeten worden. „Ik was geen slechte leerling. Ook van een slechte docent zou ik wiskunde hebben geleerd.”

Wél leerde hij van zijn wiskundedocent een vermenigvuldigingstruc die hij nog steeds regelmatig gebruikt. Elke keer dat hij dit doet, denkt hij aan Van Egmond, bekent Bas Haring. „Neem 17x23. Dat kun je ook uitrekenen door daar (20- 3)x(20+3) van te maken. Dat is hetzelfde als (20x20)-(3x3)=391.”

Aan de Universiteit van Leiden geeft Haring nu zelf les aan studenten. Dan gaat het gelukkig meer om kennisoverdracht, zegt hij. Zelf zou het hem nooit lukken zo'n persoonlijke band met zijn studenten te onderhouden als Philip van Egmond doet. „Zeker voor pubers is die betrokkenheid heel belangrijk”, beseft Haring. „Dat geeft vertrouwen. Dat tekent die goede, betrokken docent.”

Van Egmond weet nog iets dat hij goed kan: manipuleren, naar je hand zetten, in de goede zin des woords. Hij geeft het voorbeeld van een leerling met minder goede cijfers, die hij voorhield dat hij „meer van hem had verwacht”. Dit prikkelde de jongen zo, dat hij beter ging presteren.

Of neem die jongen die elke les liep te zieken en er daarom bijna elke les uit moest. „Toen het weer gebeurde, zei ik 'Nu ga ik je eruit sturen, vind je dat redelijk?' Ja, knikte hij, waarop ik zei dat ik dan nu eens onredelijk zou zijn en dat hij kon blijven zitten. Daarna is er nooit meer wat gebeurd.”

Zulke interventies, reflecteert Van Egmond, kan je niet van te voren verzinnen. Lesgeven is wat dat betreft improviseren en flexibel zijn - het is waar dat elke leerling om een eigen aanpak vraagt.

Sinds Haring van school af is, is er veel veranderd in het onderwijs, vindt Van Egmond. Met de invoering van het studiehuis en de trend dat de docent meer coach en mentor moet worden, is het onderwijs oppervlakkiger geworden. Maar voor hemzelf, als wiskundedocent, is het juist interessanter. „Marokkaanse kinderen kunnen bijvoorbeeld, bij wiskunde, uitzoeken hoe je erachter kunt komen in welke richting Mekka ligt. Zulke opdrachten moet ik ook maken, dat is hartstikke leuk.”

Ook geeft hij een vak dat 'bewijzen' heet. „Kinderen vinden dat leuk, maar heel moeilijk.” Het is een vak dat Bas Haring onmiddellijk zou hebben gekozen. „Gaaf, bewijzen”, roept hij. „De stelling van Pythagoras bewijzen, dat vond ik pas mooi.”

Nadat Bas eindexamen deed, had hij af en toe nog contact met zijn leraar. In zijn derde studiejaar deden ze hun laatste partijtje schaak: Haring verloor toen zó, dat hij de strijd niet meer durfde voeren. Daarna zag hij Philip van Egmond pas weer toen hij zelf een Studium Generale- lezing hield aan de Utrechtse universiteit: de wiskundeleraar zat in het publiek, Haring was nu de docent.

Van Egmond ging zijn vroegere leerling weer goed volgen toen deze landelijke bekendheid kreeg. „Bij zijn eerste boek, 'Kaas en de evolutietheorie', heb ik direct de plaatselijke boekhandel leeggekocht”, vertelt de leraar. „Soms zie ik hem ook op televisie, als presentator van het programma 'Stof'. Eigenlijk is hij nog steeds jongensachtig gebleven.”

Bas Haring (1968) studeerde kunstmatige intelligentie aan de Universiteit Utrecht, waarop hij ook promoveerde. In 2001 verscheen zijn eerste boek, 'Kaas en de Evolutietheorie', dat bekroond werd met de Gouden Uil voor het beste jeugdboek en met de Eureka-wetenschapsprijs. In 2003 verscheen 'De IJzeren wil; over bewustzijn, het brein en denkende machines'.

Haring werkt nu als universitair hoofddocent mediatechnologie bij de Universiteit Leiden. Hij is columnist en presentator van de populair-wetenschappelijke RVU-serie 'Stof'.

Philip van Egmond (1945) werkte eerst als systeemprogrammeur bij Amev. Omdat hij meer met mensen wilde werken, deed hij in de avonduren MO-wiskunde om leraar te kunnen worden. Vanaf 1975 geeft hij wiskunde op scholengemeenschap Blaucapel in Utrecht.

Een goede docent:

  • heeft een persoonlijke band met zijn leerlingen
  • kan kennis overdragen
  • kan improviseren
  • kan 'manipuleren'
  • is flexibel
  • durft op het randje te opereren

Had u vroeger zo'n favoriete docent, een die inspireerde een bepaalde weg in te slaan, die motiveerde om een belangrijke beslissing te nemen (of daar juist van af te zien), of die bepalend was voor hoe je (verder) in het leven op te stellen? Wat is het geheim van een goede docent (basis-, middelbare school, mbo, hbo, universiteit)? Stuur uw reactie (maximaal 250 woorden) naar verdieping@trouw.nl, graag onder vermelding van e-mail-adres en/of telefoonnummer.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden