De 'fascist' en de 'activist'

'Fortuyn was maatschappelijk tolerant, libertijns zelfs, en juist daarom vond hij dat hij geen multiculturalist kon zijn. De pers, die Victoriaanse heer, heeft een strategie klaar wanneer hij te maken krijgt met deze botsing van Goede Opvattingen: verdedig de multiculturele samenleving vanuit de verlichte contreien van je lommerrijke buitenwijk, en dwing de lummels in Israël of in de armere buurten er maar toe om de praktische gevolgen van je ideeën aan den lijve te ondervinden.' De Amerikaanse journalist David Brooks vertelt waarom de westerse pers Pim Fortuyn wel moest afbeelden als een cliché, een ultrarechtse boeman. 'Pim Fortuyn is dood. Eigenlijk heeft hij nooit bestaan.'

De pers - constateerde de Amerikaanse journalist en schrijver Tom Wolfe in 'The Right Stuff' (1979) - is een Victoriaanse gentleman. Na iedere gebeurtenis geeft deze Victoriaanse heer zich moeite om de correcte emotionele reactie te vinden. Is de correcte emotie eenmaal bepaald, dan wordt ze herhaald en keer op keer in omloop gebracht met de brave zelfverzekerdheid die gewoon was in negentiende-eeuwse salons. Alle gegevens die de correcte emotie ondersteunen, worden benadrukt; de rest wordt genegeerd.

Op 6 mei werd de Nederlandse politicus Pim Fortuyn vermoord en op het collectieve gelaat van de pers verscheen een uitdrukking van gekwelde bezorgdheid. Dit geweld is verontrustend, sprak de Victoriaanse heer, vooral in een zo vreedzaam land als Nederland (de correcte emotie die Nederland oproept, is dat het ruimdenkend en verdraagzaam is, zij het enigszins verslaafd aan drugs).

Maar Fortuyn wilde de immigratie drastisch beperken en zelfs nu hij vermoord was, zouden de leden van de pers hun herenplicht verzaken als ze hun lezers niet de correcte emotionele reactie op deze tot feit gepromoveerde bewering ingaven. De Financial Times etiketteerde Fortuyn dan ook als 'ultrarechtse extremist'. De New York Times noemde hem een 'ultrarechtse leider' en vergeleek hem met

Jean Marie Le Pen en Jörg Haider. (Dezelfde krant noemde de man die de moord gepleegd zou hebben, een 'milieuactivist' - misschien in de veronderstelling dat 'activisme' het juiste woord is voor het afschieten van vijf kogels op ultrarechtse extremisten.)

De Europese pers, die zich sinds de Tweede Wereldoorlog tot nobele taak heeft gesteld de opvattingen van de Europese massa te verzwijgen, ging nog agressiever te werk in het herhalen en beklemtonen van de correcte visie op de zojuist gestorven Nederlandse politicus. Fortuyn, zo verklaarde de Spaanse krant El Mundo, was een 'opruiende racist' en een 'verre erfgenaam' van Hitler. De Irish Times bestempelde zijn opvattingen als 'antidemocratisch' - wat vreemd was omdat die opvattingen tot uitdrukking werden gebracht in de context van een verkiezingscampagne. Aftonbladet, de populairste Zweedse krant, vergeleek Fortuyn met een bruinhemd - een fascist. In Duitsland noemde Der Spiegel hem 'de stem van het verborgen racisme'.

Maar er waren enkele feiten die niet pasten in het stereotiepe beeld van Fortuyn-als-Le-Pen. Alle nieuwsartikelen vermeldden dat Fortuyn homo was en ze behandelden dit als een curieus detail. Maar waar ze niet op wezen - want dat zou maar verwarring hebben gezaaid - was dat Fortuyn in feite een voorvechter was van wat je een radicale homomanier van leven zou kunnen noemen. Hij ging prat op zijn promiscuïteit, op de nachten die hij in de achterkamers van homobars doorbracht, op het genot dat hij vond bij de mannelijke prostitués die hij over de vloer had.

Ook was Fortuyn een geestdriftig voorstander van de legalisering van drugs en van een minder stringente regeling van euthanasie. Anders dan Le Pen was hij geen tegenstander van vrijhandel en mondialisering. Terwijl Le Pen een afschuw heeft van wat hij het Angelsaksische economische liberalisme noemt, koesterde Fortuyn bewondering voor Margaret Thatcher. Over een regering die zich al te breed maakt, zei Fortuyn eens: ,,Ik zal die handtas van Margaret Thatcher lenen, hem op tafel smijten en zeggen: ik wil m'n geld terug''.

Met andere woorden, Fortuyn had, met zijn drang naar maatschappelijke vrijheid, duidelijk libertaire trekken. Dat plaatst hem in een heel andere hoek dan Le Pen, Haider en de anderen. Maar Fortuyn was niet zomaar een libertaire politicus, hij was ook een nationalist. Fortuyn was trots op zijn land als een oord waar vrijheid heerst, de seksen gelijk zijn en homoseksuelen, soft drugs en alternatieve manieren van leven worden geaccepteerd.

Maar hij bespeurde dat de meeste moslim-

immigranten in Nederland deze opvattingen niet deelden. Moslims vormen nu een achtste van de Nederlandse bevolking en in vele steden is van de jongeren onder de twaalf jaar meer dan de helft moslim. ,,In Nederland wordt homoseksualiteit net zo behandeld als heteroseksualteit'', zei Fortuyn. ,,In welk islamitisch land gebeurt dat ook?'' Over de islam merkte hij op: ,,Hoe kun je een cultuur respecteren als een vrouw er ettelijke passen achter haar man moet lopen, in de keuken moet blijven en haar mond moet houden?''

Fortuyn schreef een boek tegen 'de islamisering van onze cultuur'. Daarin verdedigde hij de Nederlandse vrijheid tegen wat hij zag als moslims die niet proberen te assimileren en zich een tolerante houding eigen te maken. In een interview, kort voor zijn dood, vatte hij zijn betoog zo samen: ,,Het christendom en het jodendom hebben het proces van de Verlichting doorgemaakt en zijn daardoor creatieve en constructieve krachten in de samenleving geworden. Dat is in de islam niet gebeurd. Er bestaat een spanning tussen de waarden van de moderne samenleving en de beginselen van de islam.'' Fortuyn schreef ook een boek over vijftig jaar Israël, waarin hij dat land verdedigde tegen het islamitische extremisme. Israël, betoogde hij, is een open, tole-rante democratie die bedreigd wordt door gesloten, intolerante dictaturen.

Wat een verwarrende situatie voor de Victoriaanse heer! In de salons van de gecultiveerde samenleving bestaan sociale tolerantie en multiculturalisme naast elkaar. Het zijn twee gebakjes op de schotel van het gecultiveerde denken. Maar Fortuyn was maatschappelijk tolerant, libertijns zelfs, en juist daarom vond hij dat hij geen multiculturalist kon zijn.

De Victoriaanse heer heeft een strategie klaar wanneer hij te maken krijgt met deze botsing van Goede Opvattingen: afzondering. Trek je terug in de hooggestemde tolerantie van je buitenwijk en je sociale omgeving, en laat de arme donders elders maar ervaren hoe het is te leven met de onverdraagzame extremisten. Met andere woorden: verdedig de multiculturele samenleving vanuit de verlichte contreien van het lommerrijke Londen of Cambridge, en dwing de lummels in Israël of in de armere buurten er maar toe om de praktische gevolgen van je ideeën aan den lijve te ondervinden.

Maar Fortuyn was een nationalist. De Victoriaanse heer keurt nationalisme af, het is immers een primitieve hartstocht, net als een teveel aan godsdienstig geloof. Maar nationalisme is in werkelijkheid een vorm van onbaatzuchtigheid. Het haalt je uit je onmiddellijke omgeving en beweegt je tot liefde en zorg voor je landgenoten. In Amerika, een natie van immigranten, neemt het een andere vorm aan dan in Frankrijk met zijn bloed-en-bodem-patrie. In Nederland, het land van homobars, neemt het weer een andere vorm aan: die van Fortuyn.

Fortuyn legde de grote contradictie in het verlichte denken met kracht bloot. Hij betoogde dat je, gegeven de feitelijke toestand, een muur moest optrekken rondom je tolerantie en de toestroom van mensen die niet in de cultuur van openheid wilden delen, moest beperken. Hij stelde voor de immigratie in te dammen en meer energie te steken in assimilatieprogramma's.

Over de verdiensten van zijn programma valt te twisten. Je kunt je afvragen of de islam werkelijk zo onverdraagzaam is als Fortuyn beweerde, en zelfs of intolerantie jegens homoseksualiteit en euthanasie wel zo verwerpelijk is. Maar wat vanuit ons gezichtspunt interessant is, is dat de westerse pers, die Victoriaanse gentleman, niet eens de moeite nam om de realiteit van Fortuyn te erkennen.

Met de instinctieve neiging tot zelfbehoud die altijd de grote kracht is geweest van de Victorianen, zowel in hun historische als hun hedendaagse vorm, moest deze heer wel een vertekend beeld van Fortuyn geven. Fortuyn moest wel worden afgebeeld als een cliché, een ultrarechtse boeman. Het bestaan te erkennen van de echte Fortuyn zou immers betekenen dat ook het bestaan erkend moest worden van de kloof tussen tolerantie en het streven naar een multiculturele samenleving. En dat zou de vraag oproepen wat die kloof betekent - in het Midden-Oosten en in eigen land.

Maar dat te onderzoeken is niet geoorloofd. Het gaat de grenzen van het gecultiveerde debat te buiten. Ergo, die kloof bestaat niet.

Pim Fortuyn is dood. Eigenlijk heeft hij nooit bestaan.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden