De familie, het kapitaal en de collectie

Nationaal geschiedverteller Geert Mak komt thuis met de historie van Jan Six I tot en met IX

Margaretha Tulp overleefde haar man, de eerste Jan Six. Bij haar overlijden in 1709 meldt de inventaris van haar bezittingen het schilderij dat Rembrandt van Rijn (waarschijnlijk zo'n 55 jaar eerder) van hem schilderde. De waarde werd op dat moment op 15 gulden geschat. In 1811 bij het huwelijk van de vierde Jan Six taxeerde men het op 500 gulden. Rond 1900 boden handelaren al een miljoen. De Sixen gingen er niet op in.

Het werk hangt nog altijd in hun familiehuis. Rembrandt-expert Ernst van de Wetering noemt het "de meest echte Rembrandt die ik ken". De huidige waarde is niet bekend, maar een Marten- en Oopjen-achtig bedrag (80 miljoen euro per stuk) lijkt toch wel het minste.

Een detail van het schilderij - jas en kraag - siert de omslag van 'De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis' van Geert Mak. Het boek richt zich op de eerste negen Jan Sixen. De laatste drie, de huidige bewoner van het familiehuis, een kunsthandelaar en een in 2013 geboren peuter zijn nog onder de levenden.

Charles, de grootvader van de door Rembrandt vereeuwigde Jan, verkaste in 1586 met zijn gezin van Cambray (Noord-Frankrijk) naar Amsterdam. Die stad floreerde en de familie hoefde er geen geheim te maken van haar calvinistische geloofsovertuiging. Ze hadden voor hun komst al goed verdiend in de lakenhandel, in hun vluchtoord waren ze nog succesvoller.

De in Amsterdam geboren eerste Jan Six (1618-1700) kwam ook in de zaak, maar manifesteerde zich op meer terreinen: als dichter, kunstliefhebber en stadsbestuurder (lid van de vroedschap en korte tijd burgemeester). Zijn nazaten behoorden automatisch tot de regentenklasse, de absolute bovenlaag. Maar in de loop der eeuwen zagen ze die standenmaatschappij langzaam maar zeker verkruimelen.

Economische neergang, Verlichting, revolutie, een weinig autoriteitsgevoelige moderne tijd, het waren stuk voor stuk ontwikkelingen die barsten in het bastion veroorzaakten. Voor de Sixen bleef het zaak om hun vermogen en de familiecollectie zo goed mogelijk door de tijd te loodsen, voor de generaties na hen maar zeker ook uit respect voor de generaties voor hen.

Het geslacht dat actief was in commercie, cultuur en publiek bestuur intrigeert Mak en hij weet die fascinatie over te brengen op de lezer. Studieuze, beschouwelijke Jannen en meer commerciële, pragmatische Jannen wisselen elkaar af. Vaak hebben ze wel iets van beide kanten in zich.

De tot nationaal geschiedverteller uitgegroeide journalist Mak voelde zich na al het gereis voor 'In Europa' (boek en tv-serie) en 'Reizen zonder John' enigszins ontworteld. De auteur vond het verleidelijk om zich een paar jaar "enkel bezig te houden met een oud huis, met een reisverhaal over twee trappen en drie gangen en met mijn eigen Amsterdam". Ook in een ander opzicht is het thuiskomen: Maks loopbaan als nonfictie-auteur startte met een aantal titels over de hoofdstad ('De engel van Amsterdam', 'Een kleine geschiedenis van Amsterdam' en 'Het stadspaleis').

Veel van zijn bronnen heeft Mak kunnen vinden in het huidige familiehuis, Amstel 218, waar behalve Rembrandts portret van Jan Six I nog zo'n tweeduizend andere prenten, tekeningen en schilderijen zijn te vinden. Een deel (onder meer 'Het Straatje van Vermeer') werd in de loop der tijd verkocht. In het Six-archief zitten zo'n honderdduizend documenten. De schrijver kan in een paar jaar onmogelijk alles gezien hebben. Hij maakte zijn eigen keuzes om niet te verdrinken in het materiaal.

Mak houdt zich ook niet strikt aan de belofte van zijn titel. De verschillende Jannen vormen de hoofdmoot, maar de levensgeschiedenissen van sommige andere familieleden zijn te bijzonder om ze met een bijzin af te doen.

Henriette Six, dochter van de vierde Jan, ging begin negentiende eeuw als eerste vrouw volledig haar eigen weg. Voor haar niet de berekenende huwelijkspolitiek (een goede partij huwen of juist uit vrees voor verdampen van vermogens strategisch vrijgezel blijven). Ze was verliefd geworden op een man ver beneden haar stand, de substituut-schout van Hillegom, waar de familie een buiten en veel land had. De Sixen verstootten haar.

De zwijgzame en tikje eigenaardige Piet Six, zoon van de zevende Jan, had moeite om zijn plek te vinden. "Als die oorlog er niet was geweest, was hij de boeken in gegaan als een non-valeur", hoorde Mak van verschillende kanten. De Duitse bezetting kwam er wel, en Piet gaf in het geniep jarenlang leiding aan een van de grootste verzetsorganisaties van Nederland, de Ordedienst. Na de bevrijding in 1945 ontving hij er de hoogst mogelijke onderscheiding, de Militaire Willemsorde, voor.

En ja, die twee recentere spectaculaire 'doordraaiers' laat de auteur toch ook nog maar even aan bod komen. Neef Jan-Willem die het met zijn 'naaistertje' ergens ten zuiden van de Sahara aanlegde met een Arabische sjeik, waarna zij een wel erg oosters ogend dochtertje kreeg. En Frans, die van 'beesten en zuipen' hield, met zijn nicht Louise trouwde en haar wegens extreme 'ziekte van Six' (verzamelwoede) liet opsluiten in een inrichting.

De vijfde Jan Six (1788-1863), halfblind en gebocheld, blijft ondertussen een bijfiguur. Door zijn handicaps leidde hij ook een leven op de achtergrond.

Alles en iedereen rechtdoen, alle Jannen weer helemaal tot leven wekken, lukt Mak niet. Dat is ook te veel gevraagd. Uit de wederwaardigheden van zoveel generaties en vier eeuwen historie van stad, land en wereld een goed lopend verhaal destilleren is al een waar kunststukje. De auteur meandert ogenschijnlijk moeiteloos door de geschiedenis. Meer nog dan op de afzonderlijke familieleden is de familie de hoofdrolspeler, met alle continuïteit en discontinuïteit.

Slechts op sommige keuzes valt wat af te dingen. Voor de eerste Jannen ruimt het boek verhoudingsgewijs veel ruimte in. Dat maakt dat Mak in later eeuwen, wanneer behoud van de maatschappelijke positie minder vanzelfsprekend wordt en er meer geknokt moet worden voor familie en collectie, noodgedwongen in een hogere versnelling moet schakelen.

Helemaal tegen het einde leidt dat tot te veel haast. Het dodelijke auto-ongeluk van de achtste Jan Six en zijn vrouw in 1961 wordt door Mak beschreven als een keerpunt: "Na die meidag gingen de Sixen steeds meer hun eigen gang. Natuurlijk, de familiebanden bleven hecht, maar dwingend en alomvattend waren ze niet meer. De saamhorigheid werd verstopt in meer subtiele codes." Over die omslag had je als lezer graag wel wat meer willen weten. En speelde alleen het fatale ongeval een rol bij de ommekeer of ook de roerige jaren zestig, die veel meer traditionele verhoudingen overhoop haalden?

Geert Mak: De levens van Jan Six. Een familiegeschiedenis Atlas Contact; 448 blz. euro 34,99

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden