De fagocyten! Stimuleer de fagocyten! INTERFERON

Begin jaren tachtig was er de grote teleurstelling. Interferon bleek niet het wondermedicijn waarvoor het eerst werd aangezien. Maar de stof komt terug. Na interferon-alfa kwam deze week ook interferon-gamma op de Nederlandse markt. Als geneesmiddel tegen chronische granulomateuze ziekte.

CGD - chronic granulomatose disease, chronische granulomateuze ziekte. Ooit van gehoord? Waarschijnlijk niet, het is een orphan disease, zoals de Amerikanen een ziekte noemen die niet meetelt. Er zijn nauwelijks mensen die er aan lijden. In Nederland zijn er veertig patienten, op zijn hoogst.

CGD-patienten hebben een, erfelijk bepaalde, afwijking waardoor hun macrofagen het niet goed doen. Macrofagen zijn een bepaald type fagocyten, de 'stofzuigercellen' van het afweersysteem. Allerlei binnendringers blijven daardoor in het lichaam zitten. CGD-patienten zijn zeer gevoelig voor allerlei infecties. Ernstige, van het soort waarvoor je naar het ziekenhuis moet.

De meestal jonge patienten zien het ziekenhuis in een jaar vaker dan de gemiddelde mens in zijn leven. Ze vrezen bacterien, maar vooral schimmels. Want antibiotica, tegen bacterien, zijn er in soorten en maten. Maar antimycotica, tegen schimmels als de voor hen vaak dodelijke Aspergillus fumigatus, niet.

Sinds deze week is er in Nederland een geneesmiddel voor patienten met chronische granulomateuze ziekte. Na de Verenigde Staten, waar het middel vorig jaar werd goedgekeurd, en na enkele andere landen in Europa wordt Immukine, zoals de merknaam in Nederland luidt, nu ook in ons land verkocht.

Op zich is dat al iets bijzonders, een medicijn tegen zo'n bijna obscure ziekte. Maar Immukine heeft nog iets speciaals; het is een vorm van interferon.

Ooit was interferon het wondermiddel tegen virusinfecties. Later was het de 'gouden kogel' tegen kanker. En nog weer later het geneesmiddel tegen aids. Steeds viel de werking tegen. Maar in stilte wordt aan een come-back gewerkt.

De aanvankelijke opwinding, bij de ontdekking van de stof in 1957, was begrijpelijk. De Brit Alick Isaacs en de Zwitser Jean Lindenmann vonden een eiwit dat geproduceerd werd door cellen van het afweersysteem die zij met een virus aanvielen. Voorzagen ze nieuwe cellen van dat eiwit, dan was er geen virus dat ze nog iets deed. Snel daarna ontdekten collega's dat de stof bovendien de celdeling, ook van kankercellen, kon remmen. Eureka!

Maar allereerst was er het probleem van de produktie. Interferon circuleert in ons bloed in bijna onmeetbaar kleine hoeveelheden. Pas in het begin van de jaren tachtig plantte de biotechnologie menselijk genetisch materiaal in bacterien en kon de stof, in voor onderzoek en verkoop voldoende grote porties, worden nagemaakt.

En toen kwamen de teleurstellingen. Want wat zijn belangrijke kankers? Borstkanker en longkanker. En waartegen hielp interferon? Pluizebol-leukemie. Een zeldzame vorm van kanker waarbij bepaalde witte bloedcellen (de B-lymfocyten) zich ongeremd vermenigvuldigen. Dodelijk, maar met in Nederland slechts enkele tientallen gevallen per jaar.

In 1986 werd interferon als medicijn tegen deze ziekte toegelaten. Stapje voor stapje kwamen er daarna toepassingen bij. Andere bloedkankers. Kaposi's sarcoom, de kanker die aids-patienten vaak krijgen. En er is de werking tegen virusinfecties als hepatitis-B.

Geen wondermiddel dus. Maar Schering-Plough en Hoffmann-La Roche, de twee farmaceutische bedrijven die interferon als geneesmiddel verkopen, bereikten er inmiddels een jaaromzet van, wereldwijd, 1,6 miljard gulden mee. En zij zijn, sinds kort, niet meer alleen.

Dat kon ook moeilijk anders. Want er zijn, weten we in 1993, meer soorten interferon: interferon-alfa, beta, -gamma en -omega. Samen vormen ze een gezin binnen de grote familie van de, ook vrij nieuwe, cytokines. Dat zijn hormoonachtige stoffen, die in tegenstelling tot gewone hormonen niet in speciale klieren maar door de cellen zelf worden aangemaakt, op de plaats in het lichaam waar zij nodig zijn

Schering en Hoffmann verkopen interferon-alfa. Immukine, op de markt gebracht door Boehringer Ingelheim, is de eerste registratie als geneesmiddel van interferon-gamma, naar het zich laat aanzien de meest interessante van de vier.

Interferon-gamma heeft anti-virale en kankerremmende eigenschappen, net als broer alfa en zus beta. Maar interferon-gamma, ook wel immuun-interferon genoemd, kan meer. De stof stimuleert ook de stofzuigerfunctie van de fagocyten, het vermogen van deze cellen om binnendringers in te kapselen en te doden.

Stimuleer de fagocyten, liet Shaw Sir Ralph Bloomfield Bonington roepen. En dat is inderdaad het devies bij chronische granulomateuze ziekte. Preventieve toediening door injectie, drie keer per week, beschermt flink tegen infecties, bleek uit een studie onder 128 patienten in de Verenigde Staten, Nederland, Zwitserland en Denemarken. De 63 patienten die interferon-gamma kregen, vertoonden veel minder ernstige infecties dan de 65 die het moesten doen met een placebo. Zij kregen er samen in een jaar tijd 'maar' 20, de placebo's 56, meer dan tweeeneenhalf keer zoveel.

De studie werd toen dit duidelijk werd afgebroken. Interferon-gamma is, schreven de 42 onderzoekers in The New England Journal of Medicine, voor CGD-lijders een prima preventief middel, liefst samen met antibiotica. In 1957, toen H. Berendes, R. A. Bridges en R. A. Good het syndroom in Minnesota Medicine voor het eerst beschreven, stierf een op de drie patienten voor de zevende verjaardag, maar dat was al flink verbeterd. Vijftig procent haalt de dertig, schatte A. Finn c.s. in de Archives of Disease in Childhood, in 1990. Met interferon-gamma gaat die prognose opnieuw, en een flink eind, omhoog.

Net als broer alfa in 1986 heeft gamma daarmee haar eerste ziekte gevonden. En net als bij alfa toen begrijpen de betrokkenen nog niet echt hoe de stof het doet. Stimuleert gamma werkelijk die stofzuigerfunctie van de macrofagen? Of werkt het op een andere manier?

Voorlopig maken de betrokkenen hier van de nood een deugd. Voor gamma gloort een mooie toekomst, denken ze. In de New England Journal of Medicine: “De potentiele effectiviteit van interferon-gamma bij andere infectieziekten, zoals lepra en leishmaniasis, gevoegd bij het besef dat andere mechanismen (...) bijdragen aan de werking van deze stof, suggereert dat deze cytokine een algemene toepassing (...) bij de behandeling van veel typen van infecties zou kunnen hebben.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden