De faalangst van Jelle Brandt Corstius

"In een Van der Valk-restaurant in Oss hing een briefje aan de asbak: 'Geen as in de asbak gooien, er zit een vogelnestje in'. Dat heeft me de hele dag beziggehouden." (MAARTJE GEELS )

Journalist en tv-maker Jelle Brandt Corstius (32) presenteert dit jaar ’Zomergasten’. Met zijn onderkoelde, laconieke benadering heeft hij naam gemaakt. „Ik zie het als een voorrecht om iemand te interviewen.”

Wodka is vies, zegt Jelle Brandt Corstius (32). En dus bestelt de boomlange schrijver en tv-maker in een Amsterdamse café gewoon koffie en versgeperste jus d’orange.

Vijf jaar lang woonde Brandt Corstius in Rusland, waar hij correspondent was voor Trouw. Waar hij verplicht wodka dronk met al zijn gesprekspartners „want anders kreeg ik geen goed interview.” En waar hij schapenstaart at, zijn rug brak en zijn kat liet vangen door een dronken dierenarts. Maar dat bizarre land ligt achter hem. „Ik ga niet meer terug. Daar ben ik heel radicaal in.”

Voorlopig is Nederland zijn horizon, en dat heeft zo zijn voordelen. De koffie, de jus d’orange, de wijn die hij wél lekker vindt. En zijn eigen huis in Amsterdam. ’Jelle BC’ heeft geen last meer van de grillige huisbazen die in Moskou zijn keukenkastjes controleerden en precies voorschreven hoeveel lepels wasmiddel hij moest gebruiken.

Nederland biedt weer andere uitdagingen. Zoals: zijn status van halve celebrity of ’VPRO-ster’, zoals zijn zus en Volkskrant-columniste Aaf het noemt. Zijn tv-series ’Van Moskou tot Magadan’ en ’Van Moskou tot Moermansk’ werden alom geprezen. En vanaf 25 juli presenteert hij het prestigieuze tv-programma ’Zomergasten’, in de voetsporen van onder anderen Adriaan van Dis.

„Die broer van jou. Die is fan-tástisch”, zeggen voorbijgangers tegen zus Aaf. „Hij is ook zo séxy.”

Het is het frivole randje van de roem: Brandt Corstius werd onlangs door het glossy Jacky uitgeroepen tot de op drie na begeerlijkste vrijgezel van Nederland. In zijn mailbox ploppen dagelijks aanbiedingen van vrouwen die met hem willen trouwen. Leuk is anders, vindt Brandt Corstius. „Ik zit daar echt niet op te wachten. Ik beantwoord die mailtjes ook niet.”

Is het wennen om een publieke persoon te zijn?

„Ach, het hoort erbij, en je hebt het zelf in de hand. Ik geef weinig interviews en ga zeker geen quizzen presenteren. Ik doe gewoon de dingen die ik leuk vind.”

Zoals ’Zomergasten’ presenteren. Typeer jezelf eens als interviewer?

„Ik oordeel niet, voel niet de behoefte om een vingertje op te heffen. En ik neem mensen ook niet tegen zichzelf in bescherming. Dat werkte goed in Rusland. Ik ben zelfs met skinheads op stap geweest, echt tuig, die vertrouwden me zo dat ze me uitnodigden voor de barbecue. Ik denk dan: laat de kijkers zelf maar een oordeel vellen.

„Ik zie het als een voorrecht om iemand te interviewen, ik ga helemaal in die persoon op. Regieaanwijzingen – ’Je staat met je hoofd in de schaduw’ – hoor ik nooit. Dat is geen bewuste techniek, ik kan niet anders. Ik kan geen twee dingen tegelijk doen. Mijn zus belde laatst terwijl ik een broek aandeed. Ik viel gewoon om. Koken is ook een ramp: alles verbrandt als er iemand bij me komt praten in de keuken.

„’Zomergasten’, drie uur live tv, is compleet nieuw voor me. Misschien wordt het wel een drama. Daar ga ik eigenlijk vanuit: dat ’Zomergasten’ niet goed zal gaan, dat dit meteen de laatste keer is.”

Waarom zo somber?

„Ik ben absoluut geen defaitist, maar heb wel een pessimistische levensinstelling. Ik denk altijd: ik ga falen, maar toch stort ik me erin. Die houding heeft een groot voordeel: ik raak nooit teleurgesteld, omdat ik er toch vanuit ga dat dingen mislukken. Die hele tv-carrière duurt maar kort.

„Mensen vragen me vaak: wat zijn je ambities? De eerste keren ging ik hard nadenken. Maar ik heb echt gewoon geen ambities, geen voorstellingen van de rest van mijn leven.”

Je weet wel wat je af wilt sluiten: het hoofdstuk Rusland. Ga je echt nooit meer terug?

„Nee. Ik zou een fulltime baan kunnen hebben als Ruslandkenner, maar ik wijs tegenwoordig alle verzoeken om lezingen en dergelijke af. Ik wil niet mijn hele leven aan Rusland vastzitten, ik wil laten zien dat ik meer kan. Ik wil proberen oorspronkelijk te zijn.

„Het zou ook niet zo slim zijn om terug te gaan. Toen we een aflevering draaiden over het Russische leger in Moermansk, zijn al onze opnames vernietigd. De banden zijn bekrast en alle back-ups op de computer gewist. Waarschijnlijk door de Russische geheime dienst. We hebben toen nieuwe opnames gemaakt, en daar zijn ze niet blij mee. Voor je het weet stoppen ze een zakje cocaïne in je tas.”

Heeft Rusland je veranderd?

„Ja, ik ben veel geduldiger geworden. Voor vertrek was ik voortdurend gehaast, ik kon me doodergeren aan een rij. Maar Rusland is het land van de rijen, nu word ik er helemaal rustig van. Ik neem ook veel meer tijd om ergens te komen, plan minder dingen op een dag.

„Net als de Russen bak ik de kliekjes van de vorige avond op voor het ontbijt. En als ik met een meisje loop en ze heeft een zware tas, dan pak ik die gewoon. Dat leidt hier wel eens tot problemen, omdat sommige meisjes zich daardoor beledigd voelen.”

Herken je nog meer van jezelf in ’de Russische ziel’?

„Russen hebben een overlevingsgeest, een enorm uithoudingsvermogen. Ze kunnen lijden, daar zijn ze professioneel in, ze pikken zóveel. Tot op zekere hoogte heb ik dat ook. Ik kwam uit Rusland terug als een afgetrainde soldaat. Ik weet het zeker: ik heb het ergste achter de rug. Ik had een longontsteking, was bijna dood, lag in een tentje bij de eskimo’s. De dokter kwam pas na drie dagen.

„Ik vind het moeilijk om hulp te vragen. Dat is geen goeie eigenschap, dat slaat bij mij een beetje door. Het zal met mijn jeugd te maken hebben: mijn vader (schrijver Hugo Brandt Corstius, red.) was gewoon niet zo’n goede opvoeder. Mijn moeder overleed toen ik drie was. Wij stonden er alleen voor, we moesten alles zelf oplossen.

„Maar ik ga vooruit. Ik brak mijn rug in Moermansk. Dat had ik eerst niet door: wie bedenkt dat je een ruggewervel breekt als je uitglijdt? De Jelle van vijf jaar geleden had op zijn tanden gebeten. Maar nu zei ik: ’We gaan naar het ziekenhuis’. Daar was ik wel trots op. Bij ’Zomergasten’ heb ik gezegd: ’Ik wil inspraak over de stoel, vanwege mijn rug.’ Dat had ik vijf jaar geleden ook niet gedaan.”

Je leerde dus al vroeg ’overleven’, in het gezin van de alleenstaande vader Hugo Brandt Corstius. Wat leerde je nog meer van hem?

„Mijn vader heeft mij nooit enige aanwijzing gegeven. Ik had het best fijn gevonden als hij dat wel had gedaan, maar hij was er nou eenmaal niet voor in de wieg gelegd om kinderen op te voeden. Het was de bedoeling dat mijn moeder dat zou doen, maar die overleed heel jong, zo is het nu eenmaal.

„Maar indirect heeft hij natuurlijk wel invloed op me gehad. Ik ben omringd met taal en boeken. Ik kan makkelijk vreemde talen leren, dat zit in mijn genen. Ik was laatst een week in Ethiopië, en zei tegen de mensen met wie ik in een busje zat: ’Jullie hebben het nu over jullie werk, hè, en over werktijden.’ Dat klopte, ze waren erg verbaasd.

Mijn vader kan heel stellig dingen vertellen die niet waar zijn. Hij beweert bijvoorbeeld de magnetron en het internet te hebben uitgevonden. Daar heb ik voor mijn werk ook wel wat aan gehad: dat je nooit zomaar moet geloven wat iemand zegt.

„En wat hij altijd deed: elk half jaar nam hij mij of een van mijn zussen mee op reis. Al het huishoudbudget ging daaraan op. Curaçao, Marokko, Cyprus, IJsland, Miami, Washington: ik heb voor mijn achttiende al heel wat plekken gezien. Die liefde voor het reizen, die heb ik van hem.”

Wat is je volgende bestemming?

„Dit najaar vertrek ik voor een nieuwe tv-serie naar een land, ik weet nog niet welk. Ik ga er enkele maanden wonen, een taalcursus doen. Het scheelt enorm als je ’hallo’ zegt in de juiste taal als je een hut binnenloopt.

„Het wordt, net als Rusland, een moeilijk land. Daar houd ik van: gebieden waar mensen minder in geïnteresseerd zijn, een beetje rommelen in de marge. Ik verwacht er met een blik van verwondering rond te lopen.”

Jouw blik blijft vaak haken aan absurde details: een onafgeschreven A4’tje in een typemachine, met 4 februari 1987 in de aanhef. Het ’authentiek Tibetaanse’ restaurant in Moskou, waar louter Thais eten wordt geserveerd. Is dat de typische Jelle-blik?

„Ik denk het wel. Laatst was ik in een Van der Valk-restaurant in Oss. Daar hing een briefje aan de asbak: ’Geen as in de asbak gooien, er zit een vogelnestje in’. Dat heeft me de hele dag beziggehouden. Hoe is dat vogelnestje in die asbak terechtgekomen? En wie heeft dat briefje erop geplakt?

„Wat me ook zo fascineert: ongezellige terrasjes. Je weet wel, van die terrasjes onder de grond, zoals in de Kalvertoren. Waarom kiezen mensen ervoor op een ongezellig terras te zitten, terwijl er ook gezellige terrassen zijn? Daar wil ik graag eens over schrijven.

„Als reisschrijver probeer ik me niet alleen te richten op de ellende in een land: vrouwen die in Ethiopië worden besneden, kinderen die op weg naar school worden verkracht. Als je een emmer ellende over een lezer heen gooit, komt de boodschap niet goed aan.

„Maar het omgekeerde werkt ook niet: alleen maar laten zien hoe leuk het allemaal is, hoe prachtig die berg. Dat is de grote fout van veel reisprogramma’s: de kijker zit te tandenknarsen. Die denkt: Grr, daar zou ik ook willen zijn.”

Is dat geen eenzaam leven, alsmaar onderweg?

„Nee, eigenlijk niet. Dat correspondentschap in Moskou was wel overleven, daar moest ik hard werken om verhalen binnen te krijgen. Maar straks ga ik weer met een cameraploeg op stap. Voor de laatste serie werkten we ons te pletter, we draaiden zestien uur per dag, maar het voelde als één lange vakantie.

„Ik hou van onderweg zijn, een totaal anoniem persoon zijn, geuren ruiken die je nog nooit hebt geroken. Pas onderweg kan ik uitrusten, in Nederland kom ik niet tot rust.”

Jammer voor je vrouwelijke fans, maar in dit leven lijkt geen gezin te passen.

„Ik steek nu veel tijd in mijn werk. Maar dit houd ik vast niet mijn hele leven vol. Je kent het Peter Pan-syndroom, van mannen die nooit oud willen worden? Ik hoop niet dat ik dat heb.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden