De Excessennota

Op 21 januari 1969 vroeg de voorzitter van de Tweede Kamer aan de toenmalige premier de Jong om een nota van de regering om 'alle haar bekende gegevens omtrent eventuele wandaden van Nederlandse troepen (in Indonesië)' ter kennis van de Kamer te brengen. Al op 2 juni van datzelfde jaar voldeed de regering aan dat verzoek met de zogenaamde Excessennota.

Met een goed gevoel voor timing - a.s. donderdag viert Indonesië het vijftigjarig bestaan van de Republiek - is die nota nu door de staatsdrukkerij herdrukt. En al is het allerminst feestlectuur, het is wel iets om deze dagen nog eens te lezen. Als je er tenminste tegen kunt om in de misère van dit land te kijken.

Ik houd niet zo van begrippen als collectieve schuld. Iedereen moet maar liever persoonlijk verantwoordelijk zijn voor zijn daden. Maar bij het lezen van de Excessennota begin je daar iets van te begrijpen. Het is allemaal zo verschrikkelijk Nederlands wat daar beschreven wordt. Zo gevoelloos, zo lomp ook, en tegelijk zo schijnbaar correct. En anderzijds is daar die nota zelf, die goed doet, omdat zij al die verschrikkelijkheden nuchter en zonder ook maar iets goed te praten in het meest heldere licht zet.

Zo is daar de Pakisadji-strafzaak, die indertijd in ons land de gemoederen sterk heeft bezig gehouden, waarin drie mariniers ('die konden bogen op een goede tot schitterende staat van dienst') veroordeeld werden omdat ze op grond van morele en godsdienstige bezwaren hadden geweigerd een gedeelte van de kampong Soetodjajan af te branden. Het Hoog Militair Gerechtshof te Batavia legde hen resp. tweeëneenhalf, twee en anderhalf jaar op, waarvan ze na druk vanuit de PvdA-Tweede Kamerfractie een jaar later bij Koninklijk Besluit gratie kregen. Waar het in de discussie om ging, was of het platbranden van de kampong een militaire noodzaak was, zoals hun commandant volhield, of een represaillemaatregel, zoals de mariniers beweerden.

De nota beschrijft het gedraai van de militairen om het platbranden te rechtvaardigen uit militaire noodzaak. Eerst stelde de legercommandant in een persoonlijke brief aan de minister van overzeese gebiedsdelen dat het platbranden van de kampong nodig geweest was om schootsveld te krijgen. Toen later uit topografische kaarten bleek dat dat niet vol te houden was, heette het dat de 'opruiming van de kampongstrook Soetodjajan' was geschied 'uit tactische noodzaak om een einde te maken aan de beschietingen en het leggen van mijnen op de weg Malang-Kebonagoeng-Pakisadji'. Correcter kun je op militaire wijze het begrip 'represaille' niet omschrijven, lijkt me.

Op grond van de processtukken had de minister van marine intussen geconcludeerd, dat de militaire noodzaak van het platbranden van de kampongs wel genoegzaam was aangetoond, maar dat de straffen in verhouding inderdaad wat zwaar waren. Hij had daarom geen behoefte meer aan nader onderzoek naar de militaire noodzaak, maar diende bij zijn collega van justitie wel een gratieverzoek in.

De zaak kwam daarmee in de doofpot, er werd pseudo-barmhartigheid bewezen, terwijl tegelijk de douw aan de dwarsliggers bleef gehandhaafd. Het is deze mengeling van schijn-correctheid, leugenachtigheid en gesjoemel onder het mom van rechtschapenheid en genade-voor-recht, die mij zo hard trof in de Excessennota. We zien onszelf toch zo graag als het volk dat wars is van dat Duitse 'Befehl ist Befehl', en dat in plaats daarvan altijd oog heeft voor het geweten?

Pakisadji vond plaats op 11 augustus 1947. Op 23 november van datzelfde jaar bleken er van de honderd gevangenen die die dag per trein uit Bondowoso naar Soerabaja waren vervoerd zesenveertig door verstikking omgekomen. In eerste instantie werd daarvoor slechts één militair tot één maand veroordeeld. In hoger beroep werden tenslotte drie officieren en vijf minderen veroordeeld tot straffen variërend van 8 tot 2 maanden. Het militaire rechtssysteem was heel wat clementer voor misdadige meelopers, dan voor mensen die naar hun geweten bleven luisteren. En de politiek dekte de militairen. Zo ging dat toen in dit land.

Goed om daarbij deze week eens stil te staan en aan al die Nederlandse jongens van toen te denken, die zich tot op de dag van vandaag schuldig en ongemakkelijk voelen, omdat ze deel uitmaakten van dat systeem.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden