De euro-enthousiasteling bestáát

Op campagne in Volendam krijgt Geert Wilders een ijsje van een ijsverkoopster. PVV stemmers zijn doorgaans niet erg enthousiast over Europa. Beeld anp

De eurofiel bestaat, maar wie de defensieve campagne voor de Europese verkiezingen volgt, zou bijna denken van niet. Verrassend genoeg is de sympathie voor Brussel de afgelopen vijf jaar toegenomen, blijkt uit verschillende enquêtes.

En? Hoe gaat het met de campagne? Het antwoord van de politiek leider in de Haagse wandelgangen is dezer dagen een retorische vraag: "Welke campagne?" Europa leeft niet en het Europees parlement al helemaal niet. De opkomst voor de verkiezingen van dat parlement is van oudsher laag. In 2009 nam nog maar 36,75 procent van het electoraat de moeite om naar de stembus te gaan. De Nederlander is nog steeds sceptisch over alles wat met Brussel te maken heeft. Althans, dat is het overheersende beeld.

Maar klopt die voorstelling van zaken wel? Uit de data van Kieskompas, de Europa-wijde stemwijzer van de Amsterdamse politicoloog André Krouwel komt een genuanceerder beeld naar voren. De euro-enthousiasteling bestaat nog.

De Nederlandse kiezer die Europa een warm hart toedraagt, blijkt in zijn antwoorden op de stellingen in het Kieskompas meer dan gemiddeld positief over Europese samenwerking. Hij wil de euro houden, wil dat beslissingen in Europa bij meerderheid genomen worden en dat geen enkel land nog een veto heeft. Hij ziet geen bedreiging in de komst van werknemers uit Oost-Europa en tilt minder aan de steun vanuit Noord-Europa aan het zuiden. Het liefst ziet de euro-enthousiasteling dat Europa een gezamenlijk buitenlands beleid gaat voeren en, heel voorzichtig, misschien is het helemaal nog niet zo'n slecht idee als de Europese Unie zijn eigen belastingen gaat heffen. Meer Europese integratie is kortom een nastrevenswaardig doel.

De supporter van Europa is ook zeker van plan te gaan stemmen en weet beter dan zijn eurosceptische collega op welke partij. Hij is gemiddeld jonger dan zijn sceptische medeburger en vaker hoger opgeleid. Bij de eurosceptici zie je juist een oververtegenwoordiging van kiezers met een mbo-opleiding of andere lagere opleidingen.

Het profiel van eurofielen en eurosceptici in Nederland komt overeen met dat in andere landen, blijkt uit de cijfers van Kieskompas. Mensen die enig enthousiasme kunnen opbrengen voor Europa zijn jonger en hoger opgeleid. De grote uitzondering op dit vlak is Hongarije. Daar is juist de grootste groep sceptici te vinden onder de allerjongste kiezers. In landen als Duitsland, Groot-Brittannië en Frankrijk moet Brussel het, net als in Nederland, hebben van de jongeren, zo leren de in die landen ingevulde Kieskompassen. Exacte cijfers geven, heeft geen zin, omdat de invullers van het Kieskompas geen representatieve steekproef van het totale kiezersbestand vormen. Het gaat om de trend, niet om exacte aantallen.

Beeld Kieskompas

Opleiding speelt grote rol

Andere onderzoeken werken wel met een representatieve steekproef onder de kiezers. Zoals een onderzoek van Ipsos onder 1018 kiezers. Dat onderzoek bevestigt de trend uit de gegevens van Kieskompas. Uit dat onderzoek komt bijvoorbeeld naar voren dat meer dan 40 procent van de mensen die sceptisch staan tegenover Europa lager opgeleid is. Ook bij de groep die Europese samenwerking ronduit afwijst, speelt opleiding een grote rol. Ongeveer een kwart van hen is laag opgeleid en 20 procent genoot net iets meer opleiding.

In andere landen zijn het ook de mensen met een lagere opleiding die het meest wantrouwend tegenover Brussel staan. Net als bij de PVV is de 'zusterpartij' in Frankrijk - het Front National, waarmee Wilders in Brussel een fractie wil vormen - de partij met de zekerste basis onder de kiezers. Liefst 60 procent van de mensen, die stellen dat hun voorkeur uitgaat naar het Front National, zegt ook nu al zeker te weten op de partij van Marine le Pen te zullen stemmen.

Het Kieskompas vraagt mensen welke partij in principe hun voorkeur heeft. Aanhangers van VVD, D66, PvdA en CDA zijn ronduit enthousiast over de Europese Unie. Zijn ze niet uitgesproken enthousiast, dan toch in ieder geval optimistisch over de toekomst van Europese samenwerking. Mensen die daar somberder over denken zijn veruit in de minderheid, terwijl die minderheid in de vijf jaar tussen de verkiezingen van 2009 en dit jaar alleen maar kleiner geworden is.

Bij de PvdA nam het aandeel van de enthousiastelingen bijvoorbeeld (bescheiden) toe. Bij GroenLinks nog iets meer. Bij die partij, die voortkomt uit onder meer de PSP en de CPN, is nauwelijks nog een twijfelaar te vinden als het gaat om Europese samenwerking. In de jaren zestig en zeventig was de voorloper van de Europese Unie, de EEG, in de kringen van de partijen, die later GroenLinks vormden, niet bepaald populair. Europese samenwerking was iets van de grote bedrijven. Tegenwoordig lijkt de Europese samenwerking juist vooral een linkse hobby, zou je kunnen stellen.

Tel je de euro-enthousiastelingen bij de verschillende partijen bij elkaar op, dan komt daar als verrassende uitkomst uit, dat de sympathie voor Brussel de afgelopen vijf jaar wellicht zelfs gegroeid is. Verdieping van de Europese samenwerking is kennelijk voor grote groepen kiezers in Nederland helemaal niet zo'n impopulair onderwerp. Een opvallend gegeven na vijf jaar crisis rond de euro, steun aan zwakkere Zuid-Europese landen en een bankencrisis.

In de huidige verkiezingscampagne wordt dat echter niet of nauwelijks door de partijen opgepikt, ook niet door de partijen die in beginsel positief staan tegenover Europese samenwerking. De campagne is vooral negatief van toon. Het sleutelwoord is 'nee', ook op de verkiezingsposters. Van 'Nee tegen deze EU' (SP) via 'Nee tegen de landbouwsubsidies' (Partij voor de Dieren) naar 'Minder EU' (PVV).

De campagne speelt óf in op negatieve gevoelens, óf wordt zo klein en onopvallend mogelijk gehouden. Er is eigenlijk geen campagne, zoals de eerder geciteerde politiek leider al vaststelde. Vooral de televisie laat het opvallend afweten en een campagne zonder televisie is in deze tijd geen campagne meer.

Menig politieke partij komt dat niet slecht uit. Partijen als de PvdA, het CDA of GroenLinks hebben geen hoge verwachtingen van hun achterban, ondanks de opvallende positieve houding tegenover Europa. Zij zullen in ieder geval niets doen om de campagne alsnog te laten ontvlammen nu voor velen verlies dreigt. Zo min mogelijk aandacht levert de minste schade op, lijkt het devies.

Beeld Kieskompas

Zwaargewichten

Een ander bewijs dat niet al te hoog wordt ingezet bij deze verkiezingen zijn de vorige week gepubliceerde resultaten van een onderzoek van de Leidse hoogleraar staats- en bestuursrecht Wim Voermans. Hij ontwikkelde een methode om te meten of politieke partijen in de verschillende lidstaten politieke zwaargewichten naar Brussel willen sturen of niet. 871 kandidaat-parlementariërs werden op grond van hun loopbaan gewogen. Nederland blijkt in dat onderzoek hekkesluiter: wij sturen de minst ervaren en minst invloedrijke politici naar het parlement. "Dat zegt iets over welk belang partijen hechten aan dat parlement", aldus Voermans.

De campagne geeft het beeld van de grote, traditionele partijen, die het moede hoofd in de schoot gelegd hebben. Jaren bouwden zij enthousiast mee aan het nieuwe Europa, maar de sleet is erin gekomen. Voor zover er nog iets van een campagne is, is het een campagne tussen de uitgesproken voor- en de uitgesproken tegenstanders van Europa. D66 (en GroenLinks) aan de ene kant en de PVV (en wellicht de Partij voor de Dieren) aan de andere kant. Door die strijd tussen de 'nieuwe giganten' in een gepolariseerde campagne wordt het voorzichtige geluid weggedrukt.

Die ontwikkeling is ook duidelijk te zien in meerdere opiniepeilingen. Vorige week maandag voorspelde een opiniepeiler dat zowel D66 als de PVV donderdag bij de verkiezingen voor het Europees Parlement mag rekenen op vijf zetels. De andere partijen zullen het met de kruimels moeten doen.

Een indicatie van de gepolariseerde verhoudingen is het antwoord op de vraag of de invuller van het Kieskompas al zeker weet op wie hij zal stemmen. Bij de PVV is dat aantal verreweg het grootst, net als bij de Franse zuster-partij Front National. Zestig procent van de invullers van het Kieskompas, die zeggen dat hun sympathie naar Wilders uitgaat, zegt ook zeker te weten donderdag het hokje van de PVV rood te zullen maken. Maar ook D66 en GroenLinks mogen zich verheugen op een harde kern in de aanhang.

Beeld Kieskompas
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden