ANALYSE

De euro- en bankencrisis in de verkiezingsprogramma's

Leden van D66 delen gratis geld uit in de vorm van chocolade muntjes tijdens de eerste campagnedag van D66 voor de landelijke verkiezingen van 12 september.Beeld ANP

Als het aan de PVV ligt, worden de komende verkiezingen een referendum over Europa. Andere partijen hameren vooral op de noodzaak van een 'uitweg uit de crisis' (PvdA), waar Nederland 'sterker' (VVD en CDA), 'werkend' (D66) of 'sociaal' (SP) uit zou moeten komen. Maar wat willen de politieke partijen nu precies met het economisch beleid? Hieronder deel één van een tweedelige analyse van de verkiezingsprogramma's van de 'Lente-akkoordpartijen' (VVD, CDA, D66, GroenLinks en ChristenUnie) en de PvdA, SP en PVV: over de euro en de banken.*

De euro en het Europees Stabiliteitsmechanisme ESM
Nederlands grootste economische probleem is Europees: de euro. Meerdere Europese landen (waaronder Griekenland en Spanje) kunnen zonder miljardensteun van de Europese Centrale Bank (ECB) en andere lidstaten (via het EFSF en ESM) hun overheidsschuld niet meer afbetalen. Inmiddels is de blootstelling van Nederland opgelopen tot 74,2 miljard via de ECB en 63,5 miljard euro via het EFSF en ESM.

Tegelijkertijd dreigt zonder permanente oplossing continu een faillissement van deze landen en van (Nederlandse) banken, terwijl voortdurende bezuinigingen in deze landen via vraaguitval tot langdurige recessies en werkloosheid leiden. Door afnemende exporten raakt dit indirect ook weer Nederland. Politieke partijen hebben nu ruim twee jaar kunnen nadenken over een oplossing en de verdeling van de verliezen. De eurocrisis verdeelt de politieke partijen daarbij door alle andere scheidslijnen heen.

Met een eigen munt zouden de zuidelijke landen hun tekorten kunnen financieren door zelf de geldpers aan te zetten, zoals in de VS, het VK en Japan gebeurt. De PVV staat deze oplossing voor. De partij wil van de euro en het ESM af en in een moeite door ook van het Nederlandse lidmaatschap van de EU.

Hiermee komen de handelsvoordelen van een gemeenschappelijke munt te vervallen. Maar het roept ook een halt toe aan de overdrachten van de Nederlandse belastingbetaler aan noodlijdende EU-lidstaten en daarmee de facto aan diens crediteuren: de banken. Omdat de valuta van de probleemlanden waarschijnlijk minder waard worden, zouden de verliezen deels genomen worden door de banken, wiens vorderingen in waarde dalen.

De SP wil de verliezen direct neerleggen bij de banken. Deze hebben immers slechte leningen verstrekt. De socialisten stemden tegen het ESM omdat de partij vindt dat deze 'hulpoperaties (...) niet zozeer de betreffende landen, maar het Europees bankwezen [helpen]'.

Op dit moment worden inderdaad door private banken verstrekte probleemleningen verplaatst naar de ECB en overheidsvehikels, waarvoor de belastingbetaler garant staat (de Griekse herstructurering is daarop een uitzondering; deze vond echter plaats nadat twee derde van de Griekse schuld uit private handen overging naar de ECB en het EFSF).

De middenpartijen zijn, met enkele nuanceverschillen, wel vóór de steunoperaties. '[E]en sterk en betrouwbaar noodfonds [is nodig] om de stabiliteit in de eurozone te garanderen', vindt de PvdA, terwijl GroenLinks de wens uitspreekt dat 'Nederland [zich inspant] voor een krachtig Europees en mondiaal toezicht op de financiële markten.'

D66 is uitgesproken voorstander van de euro en de EU: 'Het is noodzakelijk dat we nu vol inzetten op het redden van de euro. (...) Als iets beter Europees dan nationaal geregeld kan worden, dan doen we dat.' Het CDA is iets cryptischer: 'De Economische- en Monetaire Unie moet worden voltooid om een stabiele eurozone te krijgen.'

Van de middenpartijen is de VVD het terughoudendst: '[D]eze situatie [zal] moeten worden aangegrepen om de aansturing van de euro te verbeteren. Daarvoor hoeft geen macht te worden overgedragen aan Brussel.' De middenpartijen vinden de voordelen van de euro (vergemakkelijken van handel) doorslaggevend, of vinden de politieke en juridische risico's van herstructurering van overheidsschulden (waarmee banken meebetalen) of zelfs een euro-exit onaanvaardbaar.

Tot slot neemt de ChristenUnie een middenpositie in. 'Koste wat kost de eurozone in stand houden is niet per definitie de beste oplossing', staat te lezen in het verkiezingsprogramma. De partij stemde tegen het ESM en wil bovendien een 'onderzoek naar het opsplitsen van de eurozone.'

Banken belasten en/of reguleren
De eurocrisis is het gevolg van een bankencrisis. De overheidsschulden in Spanje, Ierland en ook Nederland zijn voornamelijk gestegen door het redden van private banken. Ook hebben de banken bij het uitlenen van spaargeld aan probleemlanden hun kredietwaardigheid spectaculair overschat. Politieke partijen hebben sinds 2008 kunnen nadenken hoe het afwentelen van private risico's op de samenleving te voorkomen.

De partijstandpunten ten aanzien van het belasten van banken en financiële transacties lijken weer langs klassieke links-rechts-scheidslijn te lopen. Ter linkerzijde zijn SP, GroenLinks en PvdA eenvoudigweg voor een verhoging van de bankenbelasting en voor een belasting op financiële transacties (de zgn. Tobintaks).

Daar zijn slechts twee nuances op: GroenLinks wil de bankenbelasting niet per se verhogen, maar uitbreiden 'zodat niet alleen de systeembanken, maar alle grotere banken een stevige bankenbelasting gaan betalen' en de PvdA wil 'in heel Europa (...) een heffing op financiële transacties', maar maakt een uitzondering voor pensioenfondsen. Ter rechterzijde (CDA en VVD) valt vooral op dat de bankenbelasting ongenoemd blijft. Beide partijen zien wel iets in het beperken van bankiersbonussen en de VVD hamert op toezicht: 'Waar financieel toezicht in het verleden tekort is geschoten, dient deze te worden aangescherpt' (sic).

In het midden staan D66 en de ChristenUnie. Zij zwijgen over de maatregelen die de linkse partijen voorstaan, maar besteden wel veel meer aandacht aan het onderwerp 'banken'. Zo bepleiten de democraten 'een reeks van maatregelen [die] moet voorkomen dat banken onaanvaardbare risico's nemen die neerslaan bij het publiek en de overheid. (....)

D66 wil dat deze maatregelen worden ingebed in toezicht en regelingen op Europees niveau ('Bankenunie').' De ChristenUnie zoekt een oplossing in 'spaarvormen, verzekeringen en andere financiële producten die transparant zijn en eenvoudig.' Ook wil de partij nuts- en spaarbanken scheiden 'zodat mensen kunnen kiezen voor zekerheid en hun spaartegoeden geen onnodige risico's lopen'.

De PVV positioneert zich op dit onderwerp uitdrukkelijk aan de linkerzijde van het spectrum: 'We verdriedubbelen met plezier de bankenbelasting'. Overigens is in het Lente-akkoord al een verdubbeling van de bankenbelasting afgesproken.

Opmerkelijk is ten slotte dat meerdere partijen de kapitaalseisen van banken willen verhogen - niet onverstandig nu banken momenteel over slechts vier procent eigen vermogen beschikken - maar dat niet kwantificeren.

Conclusie
Afgaande op de verkiezingsprogramma's neemt de PVV de twee meest extreme posities in: de partij wil af van de euro en wenst banken zwaar te belasten. De SP wil de rekening van de crisis eerst en vooral bij banken neerleggen. De andere extremen worden ingenomen door D66 (pro-Europees) en CDA en VVD, die de bankensector nauwelijks een financiële bijdrage vragen om risico's voor de samenleving af te dekken.

* Citaten zijn afkomstig uit de respectievelijke (concept-)verkiezingsprogramma's 2012 die begin augustus beschikbaar waren.
Een uitgebreide versie van dit artikel is te lezen op Me Judice.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden