DE EUNICH: VERACHT EN GEVREESD

Niemand weet precies hoeveel eunuchen India telt, maar het moeten er duizenden zijn. De èchte eunich is de guru, de onaantastbare leider van de gecastreerde mannen, maar ook frivole homoseksuele mannen met een hang naar travestie scharen zich graag onder hen. De eunichen vormen een zowel gevreesde als verachte sociale klasse. Twee weken per jaar mogen zij voluit feestvieren tijdens het religieuze festival Chaitra Pournima, waarin zij niet alleen de goden maar ook zichzelf kunnen vereren.

Het hotelkamertje, in het Zuidindiase dorp Villupuram, doet dienst als kleedruimte voor wat in India wel 'het derde geslacht' wordt genoemd. Het is de sekse van mannen die zich vrouwen voelen en dat ook lichamelijk vertaald willen zien. In een verzorgingsstaat als Nederland zouden zij als transseksuelen kunnen rekenen op medische en psychosociale zorg. In India heten zij eunuchen en vormen zij een aparte, zowel gevreesde als verachte sociale klasse.

Het zijn er vele duizenden, maar niemand weet precies hoeveel eunuchen India telt. De groep, die in de eeuwenoude geschiedenis van het land altijd een bijzondere rol heeft gespeeld, is doorgaans zeer gesloten en moeilijk te benaderen. De grenzen van de groep zijn bovendien vloeiend en variëren van frivole homoseksuele mannen met een hang naar travestie tot strenge guru's, de onaantastbare leiders van de 'echte', want gecastreerde en geopereerde eunuchen.

In het huidige India duiken de eunuchen vooral in de openbaarheid op bij bruiloftspartijen en aan de deuren van huizen waar een zoon is geboren. Wie dan niet bereid is het gezang, geklap en gedans van de eunuchen met een behoorlijke som geld te belonen, kan rekenen op uitdagend getreiter en het dreigement van een ongewenste stripteasevoorstelling, totdat alsnog de portemonnee wordt getrokken. Voor het overige deel van hun inkomsten zijn de in jurken geklede eunuchen bijna volledig gedoemd tot de schemer van de prostitutie.

Het volksgeloof schrijft de macht van eunuchen toe aan het feit dat zij, in tegenstelling tot 'normale' mannen, hun zaad nooit lozen en daardoor al hun energie in het lichaam verzamelen. Het verleent hun een semi-goddelijke status. De volkse praktijk bewijst tegelijkertijd dat eunuchen vaak de seksuele inwijding verzorgen van jongemannen voor wie in India heteroseksueel geslachtsverkeer vóór het huwelijk volstrekt uit den boze is. Zo is de eunuch zowel madonna als hoer.

Maar in het dorp Villupuram is dat alles even van geen belang. Twee weken in het jaar namelijk vinden de Indiase eunuchen elkaar voor de viering van een religieus festival, Chaitra Pournima, waarin zij niet alleen de goden maar ook zichzelf kunnen vereren. De alis of hijras, zoals zij in het zuiden danwel noorden van India worden genoemd, komen dan ook uit alle windstreken op het festival af.

Villupuram is de verzamelplaats. Het eigenlijke ritueel speelt zich af bij een tempel in het gehucht Koovagam, een uur gaans over smalle, nauwelijks bereden wegen. Daar vieren de vrouwen - zoals zij zichzelf wensen aan te duiden - dat zij de bruiden zijn van Aravan, zoon van de legendarische Arjuna, die geofferd moest worden om zijn volk, de Pandavas, de overwinning te kunnen laten behalen op de geduchte Kauravas.

Vóór zijn dood wenste Aravan nog eenmaal de liefde te bedrijven. Maar omdat er geen vrouw te vinden was die naar bed wilde met een man die kort daarop moest sterven, verscheen de god Krishna in de gedaante van een prachtige vrouw en bevredigde de lusten van Aravan. Die nacht zullen de eunuchen bij volle maan met overtuiging en overgave herdenken. Maar zo ver is het nog niet.

In het hotel in Villupuram wordt elke nieuw aangekomen eunuch met veel enthousiasme begroet. De dames helpen elkaar bij het aanpassen en schikken van de kleurige sari's, de traditionele Indiase jurken. De soms nog flink bestoppelde wangen komen onder een dikke laag rouge; oorbellen en neusringen flonkeren in het licht van de lampen; hier en daar wordt een borsthaar onder het topje van de sari weggeduwd. Op de gang klinkt bewonderend gegiechel.

“Dit is =ns feest”, vertelt Dahnam. Haar wat boertige, pokdalige gezicht doet weinig af van de zachtaardige uitstraling van deze 36-jarige eunuch. “Eén keer per jaar weten wij ons bevrijd van de pijn die wij moeten lijden in de echte wereld.” Het is de wereld waarin zij haar kostje verdient door orale en anale seks te bedrijven met mannen. Dezelfde mannen die in het openbaar op haar neerkijken.

Dahnam heeft het gezag om niet-eunuchen te introduceren bij mensen uit haar groep. Zoals bij Noori. Op een bijna luchtige manier vertelt zij over de operatie die zij twee jaar geleden onderging om definitief als ali verder te kunnen leven. Een gediplomeerd arts kwam daaraan ook in haar geval niet te pas. Integendeel, de operatie werd verricht door een “priester, die door gebeden de kracht had gevonden om mij te helpen”.

Die hulp betekende in de praktijk dat zij werd verdoofd. Haar mannelijke geslachtsdelen werden afgebonden en vervolgens weggesneden. Hete olie stelpte de hevig bloedende wond, waarna een nieuwe urine-uitgang werd gemaakt. In een latere fase slikte zij, zoals zoveel andere eunuchen, hormoonpreparaten, onder meer bedoeld om de baardgroei te stoppen en haar borsten te doen groeien. Zo ging dat. Noori kijkt verlegen maar tevreden.

“Do or die”, zegt ze, “je doet het en overleeft het, of je doet het, hebt pech en gaat dood.” Veel mensen blijken inderdaad de uiterst pijnlijke operatie niet te overleven. Zij die dat wel doen, hoeven niet te rekenen op een zorgvuldige medische nabehandeling. Het geheel voltrekt zich immers in de illegaliteit. De operatie kostte Noori ruim honderd gulden, wat voor mensen van haar sociale status een fors bedrag is.

Alle eunuchen zeggen dat zij vrijwillig voor 'het derde geslacht' hebben gekozen. Sommigen beweren zelfs geboren te zijn met het lichaam van een eunuch, maar dat is absoluut een fabel. Daarnaast zijn er voldoende verhalen bekend over homoseksuele mannen die gedwongen zijn de operatie te ondergaan om hun verdere leven te slijten als chela onder het gezag van de guru.

Een gewone baan is voor de eunuchen, zo zij dat al zouden willen, niet weggelegd. Het meeste geld verdienen zij als 'seks-werkers'. De 26-jarige Neela vertelt hoe dit gaat. “Mannen weten ons te vinden, op het strand, in de bosjes, in oude gebouwen die gesloopt gaan worden. Als het niet anders kan, neem ik met tien rupees (zestig cent) genoegen. Maar we hebben ook klanten in de hogere kringen, al willen zij dat niet weten. Dan vraag ik tweehonderd rupees, voor een hele nacht.”

Rada, een vroege twintiger, hoort de verhalen stilletjes op de achtergrond aan. Hij trekt al wel met de groep eunuchen op, maar is nog niet 'ingewijd' en draagt dan ook mannenkleren. Momenteel spaart hij voor de operatie. “Als dat gebeurd is, zal ik ook een sari dragen. Ik denk dat het over een paar jaar zo ver is. Ik wil het ook.” Hij zwijgt. “Maar ik ben ook bang.”

Na de operatie zal ook zijn nu nog weelderige snor moeten verdwijnen. Voor de laatste hardnekkige baardhaartjes hebben de eunuchen zelf een oplossing. Dahnam, de oudste van de groep, haalt uit haar tasje een pincet van reusachtige afmetingen tevoorschijn. “Heel bijzonder!” glundert ze. “Je kunt het alleen in Bombay kopen.” Ook zelf kan zij het monsterlijk instrument nog gebruiken: zij wijst op de vele haren op haar buik.

Tijdens het Chaitra Pournima festival bij de tempel in Koovagam gaan voor de eunuchen alle remmen los. Zeker ook op seksueel gebied. Honderden eunuchen en honderden homoseksuele mannen zullen in het dorp Villupuram en in de velden rond de tempel zo'n tienduizend maal de anale liefde met elkaar bedrijven. Dat getal is de wat klinische maar waarschijnlijk trefzekere schatting van Community Action Network (CAN).

CAN is een vrijwilligersorganisatie in Madras, de Zuidindiase miljoenenstad op ruim 150 kilometer van Villupuram. Het is een nog jonge club, die zich voornamelijk richt op de gevaren van aids, de dodelijke ziekte die momenteel in razend tempo in India om zich heen grijpt. CAN heeft het religieuze festival aangegrepen om ook de eunuchen, een bijzondere risicogroep, ontvankelijker te maken voor veilige seks.

Het belangrijkste middel daarbij is het condoom. Een aantal medewerkers van CAN is dan ook naar Villupuram afgereisd met twee enorme dozen van de 'London Rubber Company', waarin niet minder dan 12 000 condooms stevig zitten verpakt. Verpletterend; het is als vragen of iemand trek heeft in een slokje water, om hem vervolgens in zee te gooien. De lust tot drinken lijkt dan snel te vergaan.

Maar CAN doet meer dan het uitdelen van condooms. “Wij willen dat de eeuwenoude traditie van dit festival kan blijven bestaan”, zegt Pradeep, de leider van de organisatie uit Madras. “Bij de ali's is het bewustzijn van de gevaren van aids nog bijzonder laag. De gedachte is vaak: condooms gebruik je om niet zwanger te raken; wij kunnen niet zwanger raken, dus hoeven wij ook geen condooms te gebruiken.”

CAN poogt het vertrouwen te winnen van vertegenwoordigers van de ali-gemeenschap in Madras, die naar schatting uit zo'n 250 mensen bestaat. De organisatie krijgt daarbij financiële steun van de WHO, de Wereldgezondheidsorganisatie van de VN. Sommige ali's, zoals Dahnam, komen regelmatig op het kantoortje van CAN voor actievergaderingen, lezingen, of eenvoudig een handjevol condooms.

“Op het hoogtepunt van het festival bij de tempel in Koovagam vindt een enorme hoeveelheid seksuele activiteit plaats”, zegt Pradeep. “In totaal verwachten we zo'n tienduizend seksuele ontmoetingen, en alle onbeschermd. Het is natuurlijk ondenkbaar dat wij ali's verplichten condooms te laten gebruiken door de mannen met wie zij de liefde bedrijven. Maar we kunnen wel proberen het condoomgebruik acceptabeler te maken.”

Pradeep zegt tevreden te zijn als tien procent van de 'seksuele ontmoetingen' ook daadwerkelijk met een condoom plaatsvindt. Maar de organisatie heeft ook andere voorzieningen getroffen. Zo wordt vlak bij de tempel een mobiele, zij het enigszins verroeste medische kliniek geplaatst. Er is drinkwater, om lusten en lasten in evenwicht te houden bij temperaturen die ook 's nachts nog boven de 25 graden liggen. En een 'groene kaart' geeft ali's toegang tot behandeling in ziekenhuizen waar zij normaal gesproken geweigerd worden.

De hele opzet doet denken aan een libidineuze variant op de aanwezigheid van het Rode Kruis bij een springwedstrijd voor amateurruitertjes. Voor CAN is sprake van een experiment, dat niet geheel toevallig door buitenlands geld mogelijk is gemaakt. Seksualiteit is in India maar al te vaak een moeilijk onderwerp van gesprek; eunuchen hebben voor velen weinig recht van bestaan; seks van en met eunuchen hoort dan ook tot de grotere taboes.

De eunuchen zelf, en zeker zij die samenwerken met Community Action Network, hebben daarvan weinig last. Dat de bus die hen van Madras naar Villupuram moet brengen vele uren vertraging heeft, omdat eerst de chauffeur niet komt opdagen en omdat vervolgens de wagen niet wil starten, vermag hun pret niet te drukken. De jolijt en de geilige opwinding worden steeds groter. Passerende inwoners van Madras trekken er een ernstig gezicht bij.

De bevolking van Villupuram kijkt echter nauwelijks op of om. Al eeuwen is zij gewend aan de jaarlijkse ali-invasie voor het festival, waarin zij ook zelf voor een deel actief is. Het flaneren en flirten wordt glimlachend aangezien. Slechts hier en daar klinkt boos gekakel, als een politieagent de lange lat hanteert in zijn pogingen de openbare weg vrij te houden voor het gewone verkeer.

Voor het vertrek naar de tempel bij Koovagam brengt een aantal eunuchen nog een bezoek aan de herenkapper, om de hoek van het hotel waar de meesten van hen hun intrek hebben genomen. De barbier beschikt duidelijk niet over het wonder-pincet uit Bombay. Een stukje verderop maakt een kleine kring ali's een vreugdedansje, met geklap en gezang. Even verschiet de omgeving van kleur, als een van de dames in haar enthousiasme de sari optilt en laat zien dat zij geen ondergoed draagt.

Een groot deel van de eunuchen blijft in Villupuram om daar de seksuele component van het festival te vieren. De stemming van hen die wel naar Koovagam afreizen, is plechtig maar toch ook uitgelaten. Ravsjekhar, een van de ali's, heeft een dertigtal condooms in zijn hand. “Nee”, zegt zij, “ik denk niet dat ik ze allemaal zelf ga gebruiken. Ik wil ook mijn vriendinnen ervan overtuigen dat condooms nodig zijn.”

Het terrein rond de tempel, een tamelijk klein en onooglijk gebouw, is verlicht door de volle maan. Priesters luiden de bel en houden het vuur brandend voor Aravan, wiens bruiden hem deze nacht opnieuw tot leven zullen wekken. De middenstand van het gehucht Koovagam is paraat met gele thali's, de bruidskoorden, en met kopjes thee. De mobiele kritiek heeft een schoonmaakbeurt gehad.

“Veel buitenlanders”, zegt Pradeep van de organisatie CAN, “denken dat seks in India een troosteloze belevenis is, omgeven met enkel taboes en zonder plezier. Misschien is dat waar voor de middenklasse, de mensen die nog onder invloed staan van de Britse opvattingen over seks, de preutse Victoriaanse moraal. Maar hier zie je de rijke traditie tot leven komen, hier vind je de levende Indiase seksualiteit.”

Thomas, een van de collega's van Pradeep, hoort het instemmend aan. Hij is naar de tempel gekomen om het wel en wee van de eunuchen in de gaten te houden, maar is ook van plan het feest mee te vieren. Hij wil op onderzoek, de velden in. Pradeep wijst lachend op zijn vlotte korte broek. “Weet je wel zeker dat je zó wilt gaan? Oké dan. Op eigen risico.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden