Column

De etnische stem gaat de Kamer in

Fractievoorzitter van Denk Tunahan Kuzu (L) spreekt voor Nederlandse Turken die zich in Rotterdam hebben verzameld om te betogen tegen de mislukte staatsgreep in Turkije. Beeld anp

Er is iets fundamenteel veranderd tussen 2006 en nu in de wijze waarop de Nederlandse politiek omgaat met politieke kwesties in andere landen. Het bangelijke opportunisme van destijds heeft plaatsgemaakt voor een onverzoenlijke houding, die uiteindelijk ook weer gevaren met zich meebrengt.

In 2006 durfde Wouter Bos, toen lijsttrekker van de PvdA, het niet aan om het aanvankelijk ingenomen standpunt dat de massale moord op Armenen in de Eerste Wereldoorlog een door het Turkse regime veroorzaakte genocide was, vol te houden. Er dreigde een oproep aan Turkse kiezers tot een boycot van de PvdA.

Woordkunst
Bos kwam er maar ternauwernood mee weg. Net als zijn nummer twee van destijds Nebahat Albayrak. Er was heel wat woordkunst voor nodig. Het mocht dan wel op een genocide lijken, of het ook een genocide wás, was een zaak voor historici en juristen om te bepalen. Ondanks het feit dat al in 2004 de Kamer een motie aannam van de ChristenUnie, waarin werd uitgesproken dat het bij de Armeense kwestie om een genocide ging.

Er dreigde in die verkiezingscampagne een boycotoproep van fanatieke Turkse Nederlanders onder leiding van Ilhan Karaçay, hoofdredacteur van de Nederlands-Turkse krant Dünya.

Voor 2006 hoefde de PvdA weinig te doen om de allochtone stem binnen te halen. Zeker niet als er vertegenwoordigers uit bijvoorbeeld de Turkse gemeenschap op de lijsten voor de (deel)gemeente, de provincie of de Tweede Kamer stonden. En de PvdA was uiteraard niet de enige. Zo wist het Turks-Nederlandse Kamerlid Fatma Koser Kaya tegen alle verwachtingen in en ondanks een mager verkiezingsresultaat van haar partij D66, op voorkeursstemmen alsnog een zetel te bemachtigen.

Meten met twee maten
Het voorbeeld van de Armeense kwestie wordt er door Denk-voorman Tunahan Kuzu steeds bijgehaald om duidelijk te maken dat er met twee maten gemeten wordt nu te pas en te onpas wordt geroepen dat Turkse binnenlands-politieke kwesties en conflicten niet in Nederland geïmporteerd moeten worden.

Hoe onvergelijkbaar de twee zaken ook mogen zijn, ze laten wel zien dat de angst om duidelijk te zijn - om electorale redenen of om welke reden dan ook - verdwenen is.

Bij GroenLinks kun je niet langer namens de partij lid zijn van een gemeenteraad en tegelijk openlijk melden dat je in Turkije op de AK-partij, de partij van Erdogan, gestemd hebt.

Ook de PvdA liet al weten voor de komende verkiezingen kandidaten serieuzer te willen screenen op werkelijk doorvoelde sociaal-democratische waarden.

Etnische stem
Geleidelijk aan komen partijen kennelijk tot het inzicht dat bijvoorbeeld een Turks-Nederlandse PvdA'er niet per definitie een sociaaldemocraat is. Dat het inderdaad mogelijk is dat iemand in Nederland warm voorstander is van de scheiding tussen kerk en staat, maar daar in de Turkse verhoudingen volstrekt anders over denkt.

Hoe dat mogelijk is, is een raadsel, maar de praktijk wijst het de laatste weken uit.

Het is echter de vraag of we gelukkig moeten zijn met het directe gevolg. De kans is behoorlijk reëel dat we na maart volgend jaar voor het eerst in de parlementaire geschiedenis een partij in de Tweede Kamer hebben die gebaseerd is op de etnische stem, hoe hard Kuzu ook roept dat Denk geen etnische partij is.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden