De etiquette in het moderne leven

Mag je iemand per e-mail uitnodigen voor een diner, vermeld je het 06-nummer op je visitekaartje, hoe spreek je ex-schoonouders aan, laat je bij het opnemen van de telefoon merken dat de nummerherkenner al had verraden wie er aan de lijn zou komen?

Het zijn vraagstukken van deze tijd, waarin mensen zelf graag uitmaken hoe ze zich gedragen. En dat gedrag roept weer ergernis op; over het gekwek van mobiele bellers, over computergeschreven persoonlijke brieven en lollig ingesproken antwoordapparaten. Wat vinden de etiquette-kenners H.F. van Loon en Amy Groskam-ten Have ervan?

Mobiele telefoon

Val anderen er niet mee lastig. Niet luidkeels en ongegeneerd in het bijzijn van anderen ermee bellen, of je laten bellen. Zet hem af bij voorstelingen, of in restaurants.

'Het is immers zo dat de mobiele telefoneerder zich te midden van anderen plotsklaps terugtrekt in zijn privésfeer. Hij negeert hen, doet als het ware of zij er niet zijn. Dat is irritant en onhebbelijk.' (Van Ditzhuyzen in de herziene versie van Groskamp-ten Have)

Telefoon

Opbellen. De opbeller noemt altijd eerst zijn of haar naam. Vraag of je op een gelegen moment belt. Bel tussen 9 uur 's morgens en 10 uur 's avonds, op zondag liever niet, en hou zo mogelijk rekening met etenstijd. Hou het beknopt. Bel niet op om te feliciteren met geboorte, huwelijk, onderscheiding, om te condoleren of deelneming te betuigen met een ziekte. De betrokkene wordt waarschijnlijk helemaal in beslag genomen door de gebeurtenis. Stuur een brief. Het bedanken voor een diner of een feestje hoort ook schriftelijke te gebeuren.

Opnemen. Nooit opnemen met alleen de voornaam. Mannen noemen alleen hun achternaam, jonge mannen eventueel met de voornaam erbij. Vrouwen zeggen 'met mevrouw... Ze kunnen opnemen met alleen hun achternaam, eventueel met de voornaam erbij.

Bij nummerherkenning moet de gene die opneemt zich toch melden met naam, ook als je al weet wie er aan de lijn komt.

Antwoordapparaat: hou de meldtekst zo kort mogelijk. (Van Ditzhuyzen)

Adressering en correspondentie

Er is een kleine modernisering in het adresseren, al worden getrouwde vrouwen volgens beide etiquette-boeken aangeschreven met hun mans naam. De status van de man geldt ook voor de vrouw, omgekeerd niet. Een professor en zijn vrouw bijvoorbeeld worden aangeschreven als: De hooggeleerde heer en vrouwe professor dr. F.H. van Loon. Een professor en haar man worden aangeschreven als De heer en mevrouw Van Loon-ten Have.

'Men zou mogen overwegen dit te veranderen', vindt Van Ditzhuyzen.

Titulatuur als zijne excellentie, edelachtbare of weledelgeboren mogen worden weggelaten, vindt Van Loon. Van Ditzhuyzen houdt eraan vast, vooral voor officiële correspondentie.

Gebruik geen afkortingen als hr., mevr., mw. Ook geen afkortingen in de naam als 'vd' of 'v.d.'. De naam dient correct te zijn gespeld.

Aan mannen: De heer H.F. van Loon

Aan vrouwen: Mevrouw A. Groskamp-ten Have

Aan partners: Elk van de namen op eén regel. Van Loon zegt bovendien: in alfabetische volgorde:

Mevrouw A. ten Have

De heer H.F. van Loon

Aan echtparen: De heer en mevrouw Van Loon-ten Have (geen voorletters. Of: de heer en mevrouw H.F. van Loon.

Een getrouwde vrouw: mevrouw A. van Loon-ten Have.

Correspondentie

Privé-correspondentie behoort met de hand geschreven te worden, met blauwe of zwarte inkt, op ongelinieerd wit (of wit-achtig) papier of correspondentiekaarten. Een tekstverwerker mag (vooral als het handschrift onleesbaar is), maar aanhef en afsluiting moeten met de hand worden geschreven. (Van Loon vindt dat onpraktisch en niet meer van deze tijd.) Een codoleancebrief moet met de hand (vindt ook Van Loon), evenals brieven aan de koningin (door Van Ditzhuyzen steevast met een hoofdletter geschreven), gelukwensen, bedankbrieven en reacties op uitnodigingen. (Van Ditzhuyzen)

Begroetingskus

Groskamp-ten Have klaagde in 1939 al over de inflatie van de kus. Zij vond het begroeten van familie of goede vrienden met twee kussen op de wang voldoende. Van Ditzhuyzen is het daarmee eens, maar constateert ook dat het moeilijk is je te onttrekken aan de kus-cultuur die over heel Nederland heen is gekomen.

Van Loon ziet niets in het 'luchtkussen': het door twee mensen tegen elkaar drukken van wangen en daarbij kusgeluiden maken. Kussen doe je als een wang of lippen worden aangeboden, een aangeboden hand wordt altijd geschud. ('Een man drukt en kust al datgene wat hem wordt aangeboden.') Aan de derde kus ('een vorm van Brabantse hartelijkheid') moet dringend een einde komen.

Roken

Groskamp was duidelijk over roken, en wat Van Ditzhuyzen betreft gelden haar regels nog steeds: rook niet in ziekenhuis, museum, winkel, garage, kerk. Kom niet met sigaret in hand of mond binnen. Rook nimmer tijdens het dansen. Rook niet in het bos of op de hei. Een vrouw rookt niet op straat. Praat niet met een sigaret in de mondhoek. Steek niet op in gezelschap van een meerdere, tenzij die daarvoor uitnodigt. Rook aan tafel pas na het toetje (tenzij er geen asbakken staan, daarmee maakt de gastvrouw duidelijk dat zij het niet wil). Vraag altijd toestemming voordat je opsteekt.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden