De ethiek vervliegt in het bedrijfsleven

Paul van Tongeren: 'Als spreker voor bedrijven voel ik me altijd een beetje de clown die zijn act mag opvoeren'. Beeld Lars van den Brink

Dat de wereld van het grote geld een 'amoreel universum' vormt, zal niemand verrassen. Maar hoe staat het met de moraal in andere sectoren? Hoe bepalen we de zin van ons werk? Deel 1 van een serie.

Noem het rustig een paradox. Terwijl de moraal op de terugtocht is, wemelt het van de codes en protocollen. Paul van Tongeren, sinds eind vorig jaar emeritus-hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit, ziet het als een vorm van 'juridisering'. De algemene moraal (gij zult u fatsoenlijk gedragen) wordt steeds meer in juridische termen gegoten, terwijl de specifieke beroepsmoraal (waartoe dient ons professionele handelen?) uit het zicht verdwijnt.

"Je ziet de algemene moraal terug in de beroepscodes, die voorschrijven wat je mag doen en vooral ook wat je niet mag doen, en wat er gebeurt als je je er niet aan houdt. Meestal gaat het om algemene noties als integriteit, respect, betrouwbaarheid. Elementaire normen die samenleven mogelijk maken. Die zijn, in deze sterk juridische vorm, meer aanwezig dan ze vroeger waren. Geen school zonder code tegen racisme en pesten, geen organisatie zonder mission-statement waarin iets staat over respect."

Idealen
De moraal van het werk noemt Van Tongeren de 'interne praktijkstandaard'. Die standaard verlangt meer dan algemeenheden, hij verwoordt idealen. En die lijken alleen maar terrein te verliezen naarmate de codes, regels en protocollen oprukken.

"Neem het onderwijs. Natuurlijk moeten organisatie en docenten zich houden aan allerlei regels. Autonomie respecteren, transparant en betrouwbaar zijn. Maar dat is heel iets anders dan vragen: waartoe dient onderwijs? Wat is de roeping die een onderwijzer of leraar heeft? Wat is het model van mens-zijn dat ons voor ogen staat als we kinderen of studenten lesgeven? Toch is dat het belangrijkste als we het hebben over de moraal."

Het is wel zaak, zegt Van Tongeren, onderscheid te maken tussen de verschillende sectoren. De handel komt een heel eind met algemene ethische regels, veel idealen zijn er niet bij nodig en rendementsdenken is er prima. Voor de banken geldt dat al wat minder - van oudsher gold daar toch dat men jouw geld goed bewaarde en daar zelf niet exorbitant rijk van hoefde te worden - maar echt spannen gaat het pas in sectoren als zorg, onderwijs, sociale woningbouw. Geef je daar de interne standaard op, dan biedt de algemene moraal te weinig houvast om overeind te blijven.

Paul van Tongeren, filosoof en theoloog, was tot eind vorig jaar hoogleraar wijsgerige ethiek aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Zijn afscheidsrede verscheen in boekvorm onder de titel 'Dankbaar. Denken over danken na de dood van God'. Hij is lid van het Filosofisch Elftal van Trouw en won in 2013 de Socratesbeker voor zijn boek 'Leven is een kunst'. Van Tongeren geldt als een Nietzsche-specialist, hij promoveerde op diens moraalkritiek.

Perverse prikkel
Van Tongeren: "Ik herinner me hoe de directeur van de Servatius-corporatie in Maastricht - die nu terecht moet staan vanwege van alles en nog wat - bij ons in Nijmegen aanklopte. De universiteit had toen nog een centrum voor ethiek. Hij wilde samen met ons onderzoeken wat nu eigenlijk de roeping van een woningbouwcorporatie was. Nu is dezelfde man in opspraak vanwege verkeerde beleggingen. Hij heeft het besef gehad dat er iets schortte, maar beschikte over zo'n enorme hoeveelheid geld dat hij welhaast gedwongen was te zondigen tegen het sociale karakter van zijn organisatie."

In het onderwijs en de zorg doet zich iets soortgelijks voor, zegt Van Tongeren. "Het financieringssysteem van het onderwijs dwingt zo ongeveer tot bedrog. Als je geld krijgt voor snel afstuderende studenten, zorg je natuurlijk dat ze snel afstuderen. Met kwaliteit heeft dat niets te maken. Ik begrijp dat de organisatie die de examens voor het vwo maakt van de staatssecretaris te horen krijgt dat de kwaliteit omhoog moet, maar dat er wel genoeg leerlingen moeten slagen, anders zakken we op de internationale ranglijst van de Oeso. Dat is een perverse prikkel van het systeem: we zijn kwaliteit gaan bepalen aan de hand van kwantitatieve termen. Internationale rankings, aantallen leerlingen die je binnenhaalt, aantallen afstudeerders. Mensen gaan zorgen dat ze die normen halen, met als gevolg dat de kwaliteit juist daalt."

De hele samenleving is doortrokken van het denken in cijfermatige opbrengsten, zegt Van Tongeren. Dat vormt niet alleen een bedreiging voor de inhoud van het werk, het ondergraaft ook de motivatie van de werkenden.

"Bij een cursus voor artsen, verpleegkundigen en geestelijk verzorgers kwam het thema dankbaarheid aan de orde. Wat bleek? Verpleegkundigen vonden het problematisch dat patiënten vaak zo dankbaar zijn, terwijl zij als werknemers gewoon hun werk doen en daarvoor betaald krijgen. Dankbaarheid wordt dan ervaren als een extra betaling die zou verplichten tot nog meer zorg. Alsof het om een transactie gaat. De patiënt refereert aan de beroepsstandaard, maar de zorgverlener weet zich er geen raad mee."

Uit beeld
Dat in veel sectoren de moraal, of wat alledaagser uitgedrukt de bedoeling van het werk, uit beeld is geraakt, is volgens Van Tongeren niet terug te brengen tot één duidelijke oorzaak. Secularisatie zal er misschien iets mee te maken hebben, maar is niet de grote boosdoener, zegt hij.

Belangrijker zijn andere aspecten van modernisering. "Denk aan de schaalvergroting. Hoe groter organisaties worden, hoe moeilijker het is een gedeelde moraal te vinden. Probeer in een ziekenhuis waar 3000 mensen werken maar eens een gesprek te organiseren over wat zorg eigenlijk is. Dat kan niet. Mijn advies is altijd: schep binnen afdelingen ruimte voor gesprek, en geef mensen gelegenheid om op dat niveau een eigen morele cultuur te scheppen - anders werkt het niet."

Dat premier Mark Rutte (foto) vorig jaar opeens de 'Dikke ik-mentaliteit' hekelde, was wat Van Tongeren betreft een losse flodder. Beeld anp

In de democratisering ziet Van Tongeren een volgende factor. "Doordat we allemaal willen controleren wat er namens en voor ons gebeurt, kan het haast niet anders dan dat kwaliteitseisen tot kwantitatieve normen worden teruggebracht, en de grootste kwantificeerder is geld natuurlijk. In geld kun je alles uitdrukken. Dat wil zeggen: tot op zekere hoogte. Wat niet uitgedrukt kan worden, dat verdwijnt."

Angst voor moralisme
Ten slotte wijst hij op de differentiëring van de samenleving ('Je werk is een rol, die hoeft niet overeen te komen met wie je bent') en de individualisering, ook die van de moraal. "Ik heb jarenlang trainingen op scholen gegeven over morele vorming, voor schoolleiders en leerkrachten. Daarbij dacht ik steeds: als er iets mis is met de leerlingen, dan zal er ook bij de leiding iets schorten. En inderdaad: over hun eigen morele opvattingen wilden de docenten helemaal niet praten. Uit angst voor moralisme.

"Maar als iedereen vooral zijn eigen opvatting moet hebben, dan heeft geen enkele opvatting meer waarde. Daarom dwong ik mensen toch te zeggen wat ze zelf vonden van een bepaalde casus. Als je niet begint met zeggen waar je zelf voor staat, dan krijg je er ook nooit een gesprek over, terwijl dat noodzakelijk is om een morele cultuur te kweken."

Bedrijven kloppen niet vaak bij Van Tongeren en zijn collega-ethici aan voor advies, in elk geval veel minder dan niet-commerciële instellingen en overheidsorganen. Maar via de Comenius-leergangen treft de oud-hoogleraar toch geregeld mensen uit 'het hogere middenmanagement', vaak ook uit het bankwezen. "Die blijken heel erg hongerig naar filosofische en ethische reflectie op hun werk. Daar hebben ze grote behoefte aan. Maar het blijft marginaal: ik voel me als spreker voor zulk gezelschap altijd een beetje de clown die zijn act mag opvoeren. Dan hebben ze een prettig uitje in een kasteel en snuiven ook nog wat zingeving op. Ik doe dat soort dingen wel, maar ik vind het eigenlijk veel dankbaarder in een organisatie te duiken, in een school bijvoorbeeld, en dan samen met de mensen stil te staan bij hoe ze werken."

Dikke ik
Van de politieke leiding van Nederland verwacht Van Tongeren weinig inspiratie op dit gebied. Dat premier Mark Rutte vorig jaar opeens de 'Dikke ik-mentaliteit' hekelde, was wat Van Tongeren betreft een losse flodder, die niets te maken had met welk beleid dan ook. "Het is moeilijk niet een beetje cynisch te worden als je Rutte kritisch hoort zijn op wat er in de bankenwereld gebeurt. Hij maakt zich dan even spreekbuis van wat er in de samenleving speelt, maar verder? Hij stelt er niets tegenover. Want als ergens de ideologie, als verwoording van ideaal, verdwenen is, dan is het bij hem. Alles is politieke strategie geworden."

En wat er aan tegenbeweging is, zoals de 'duurzame banken', zet maar heel weinig zoden aan de dijk, constateert Van Tongeren. "Na de rel rond de bonussen bij ABN-Amro stapten veel mensen over naar een alternatieve bank, maar wat is veel? Op macro-economisch vlak is dat niet eens zichtbaar. Het systeem kan blijkbaar niet meer veranderd worden door acties van onderop. Dat is een beangstigende ervaring. Het systeem is zo heersend geworden, het laat zich niet meer corrigeren."

Spreken over moraal op de werkvloer

De Nederlandse Spoorwegen hebben in de persoon van Susi Zijderveld sinds kort een directeur integriteit - afgedwongen door de regering. Wat zou er op haar visitekaartje staan? 'Het geweten van de NS'? Nee, het zal ongetwijfeld 'Chief Governance, Risk & Compliance Officer (CGRCO)' zijn, zoals het spoorbedrijf haar functie omschrijft. Toch is ze wel degelijk degene die in de woorden van minister Dijsselbloem 'het gebrek aan normbesef' bij de NS moet aanpakken.

Dat de minister besloot de NS een chef-normbesef te bezorgen, volgde op een fraudezaak die tot op directieniveau slachtoffers maakte. Dijsselbloem kon hier ingrijpen omdat de staat de enige aandeelhouder is van de NS. Was dat maar vaker het geval, ben je geneigd te denken als je alle schandalen en affaires van de afgelopen jaren tot je door laat dringen, van de woekerpolissen en rommelhypotheken van de banken tot aan de corruptie bij de woningcoöperaties, van de belastingontwijking via schijnconstructies tot aan de opgeblazen onderwijs- en thuiszorgfabrieken. Waar is de moraal in het professionele functioneren gebleven?

Die is uitgeschakeld, constateerde Joris Luyendijk in zijn prijswinnende boek 'Dit kan niet waar zijn'. Antropologisch veldwerk in de City, het financiële centrum van Londen, leerde hem dat de bankiers in een 'amoreel universum' leven. Vervolgens kreeg hij bij lezingen overal in het land te horen dat zijn beschrijving van de City heel dicht aansloot bij de ervaring van mensen met allerlei doorsnee-banen. "Ik kom in plaatsen als Oss en Terneuzen en Schagen," zei Luyendijk in deze krant. "Ik ontmoet heel gewone mensen, en die zeggen: in mijn ziekenhuis gaat het net zo, of op school, of in mijn bedrijf."

Wat begon als een discussie over de vraag hoe bankiers derivaten aan de man kunnen brengen die ze zelf nooit zouden kopen, verbreedde zich zo tot een gesprek over het zielloze bestaan van ondernemingen en instellingen in het algemeen. De komende weken zal Trouw hierover in een serie artikelen spreken met sleutelfiguren uit verschillende sectoren, variërend van de accountancy tot de wijkverpleegkunde en het onderwijs.

Is het waar dat 'een bedrijf geen moraal heeft', zoals voormalig ABN Amro-topman Rijkman Groenink zei in NRC-Handelsblad? Johan Siebers, een moraalfilosoof die zeven jaar bij Shell werkte, vindt uiteindelijk van wel. De politiek moet grenzen stellen, een beursgenoteerd bedrijf doet dat niet uit zichzelf, is zijn conclusie. Maar Hans Smits, president-commissaris van KLM en bestuursvoorzitter van bouwonderneming Janssen de Jong, zal iets anders zeggen: Het is niet genoeg om binnen de grenzen van de wet te blijven, je mag een bedrijf aanspreken op zijn maatschappelijke verantwoordelijkheid.

Waar het tenslotte allemaal op neerkomt, is misschien gewoon dit, in de woorden van pedagoog Gert Biesta: wat is de bedoeling van wat we doen?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden