De erotische eetlust van

De dichter A. Roland Holst was tijdens zijn leven een beroemdheid, maar raakte na zijn dood wat in de vergetelheid. Wat blijft is het beeld van een charmante rokkenjager die zich bijzonder thuis voelde in het literaire milieu van het interbellum. Een gesprek met de biograaf Jan van der Vegt.

'Een stem die, naast zijn zeediepe ogen en vierkante kin, het nodige uitwerkt bij de vrouwen; maar op dit gebied sprak hij nu van zijn komende ouderdom en deed erg gekalmeerd. Vroeger, toen wij samen in Parijs waren, was hij voortdurend op zoek naar vrouwelijk wild, in metro en bus spiedend, stevig minnend, slecht slapend, ondanks de liefde en een grote verzameling van overal bij kleine beetjes ingeslagen veronal, doodmoe voor de conversatie als men hem terugzag: om 3 uur 's middags in de arena met een 'zwarte panter' uit Marokko en 's avonds onmachtig voor alles behalve voor een afspraak met een Noorse intellectuele, die nog verder veroverd moest worden.'

Dit schrijft E. du Perron in zijn grote autobiografische roman 'Het land van herkomst' (1935) over Gerard Rijckloff, voor wie A. Roland Holst (1888-1976) model heeft gestaan. Hoewel Du Perron benadrukte dat hij zijn vriend eenzijdig en uitwendig heeft geportretteerd, lijkt de vroegere 'Prins der dichters' een kwarteeuw na zijn dood alleen nog voort te leven als een ongeëvenaarde verleider.

Dat merkte ook zijn biograaf Jan van der Vegt: een paar dagen voor de verschijning van zijn vuistdikke boek 'A. Roland Holst' werd hij gebeld door een fotograaf, die vernomen had dat er voormalige vriendinnen bij de presentatie zouden zijn. Of het mogelijk was een foto te maken van die vrouwen, natuurlijk in gezelschap van de biograaf. ,,Ik heb hem geadviseerd te gaan zoeken op begraafplaatsen.''

Van der Vegt typeert Roland Holst als een knappe charmante jongen, goed gekleed, met goede manieren die hem aangeboren leken, geestig in zijn conversatie, zelfverzekerd en een tikkeltje arrogant. ,,Het is geen wonder dat de meisjes evenveel belangstelling voor hem hadden als hij voor hen.''

Het hartstochtelijke temperament van Roland Holst krijgt in de biografie opmerkelijk veel aandacht, terwijl de dichter in verhouding tot de hoeveelheid vrouwen in zijn leven weinig liefdesgedichten heeft geschreven. De liefdesgedichten die hij geschreven heeft zijn nu door Van der Vegt bijeengebracht in de bundel 'Trouw in ontrouw', die gelijktijdig met de biografie is verschenen.

,,Roland Holst had een grote erotische eetlust, daar kan een biograaf niet om heen. Bovendien hebben sommige relaties zijn leven ingrijpend beïnvloed, en omdat ik mij als taak had gesteld leven en werk van Roland Holst te beschrijven, zijn deze amoureuze buitelingen belangrijk. Ik heb me beperkt, nergens heb ik opsommingen gegeven van lijstjes namen. Ik heb me ook opzettelijk nergens gewaagd aan psycho-analytische duiding van zijn seksuele onverzadigbaarheid. Dat lijkt mij geen taak van een biograaf, bovendien leidt een dergelijke methode meestal tot goedkope conclusies. Maar zeker is dat het Roland Holst onmogelijk was een vrouw trouw te blijven in erotische zin. Als hij een andere aantrekkelijke dame ontmoette, wilde hij de vrijheid hebben om haar te beminnen en daarna bij de eerste terug te keren - vandaar de titel van de liefdesgedichten 'Trouw in ontrouw'.''

,,Hij trok wel de consequenties van zijn levenshouding en heeft vrouwen nooit valse hoop laten koesteren. In 1928 ontmoette hij bijvoorbeeld een zekere Claire, die hem zo diep raakte dat hij haar beeltenis heeft vastgelegd in een gelijknamig gedicht, iets wat uniek is in zijn poëzie. Deze Claire heeft hem gedwongen te kiezen: ze wilde bij hem blijven maar dan met hem verbonden, of ze vertrok naar Indië aan de zijde van een ander. Hij heeft haar laten gaan, met pijn in zijn hart. Want 19 januari 1929, de dag dat hij haar schip zag uitvaren, heeft hij in zijn agenda omkaderd tot 1939: 'IJmuiden 10 jaar geleden'.''

,,Zijn erotische eetlust is zeker een hindernis voor een huwelijk geweest, maar zijn relatie met 'vrouw Eenzaamheid' was dat niet minder. Roland Holst kon tijdenlang het genoegzame leven van een dandy leiden, als de Muze op bezoek kwam wenste hij per se alleen te zijn. Hij stond vroeg op en werkte hard. Het idee dat hij in periodes van literaire productiviteit gestoord zou kunnen worden door een vrouw, moet hem een gruwel zijn geweest.''

In tegenstelling tot de losbandige relaties die hij met vriendinnen onderhield, heeft Holst nooit de behoefte gevoeld de banden met zijn familie te verbreken. Dat zou ook onverstandig zijn geweest, zijn ouders legden hem geen strobreed in de weg. Zijn vader was een rijke assuradeur zonder enig gevoel voor poëzie, die zijn zoon desondanks de gelegenheid gaf zich te ontplooien als dichter door hem levenslang een maandelijkse toelage te geven. Zijn moeder was wel geïnteresseerd in het dichterschap van Jani, de koosnaam van Adriaan Roland Holst. Van meer intellectueel belang was zijn relatie met oom Richard Roland Holst en zijn vrouw Henriëtte van der Schalk, de socialistische dichteres.

,,Ik begin mijn boek met een veelzeggende anekdote die Roland Holst mij zelf verteld heeft. Op een avond slaat hij een van de weinige dichtbundels op uit de boekenkast van zijn ouders: 'Sonnetten en verzen in terzinen geschreven' van Henriëtte van der Schalk. Roland Holst kende zijn tante toen slechts oppervlakkig, maar raakte al lezende gefascineerd door de plastische kracht van de beelden. Ineens wist hij zeker: 'Dat kan ik ook!' Hij ging onmiddellijk aan het werk, en nog diezelfde avond schreef hij een sonnet over onweer. Op die avond in 1906 kreeg de Nederlandse literatuur er een dichter bij.''

Omdat Roland Holst niet wilde profiteren van de centrale positie die zijn oom en tante in het literaire leven van die tijd innamen, hield hij zijn ambities geheim. Zijn poëtische activiteiten werden pas publiek in 1908, toen K. J. L. Alberdingk Thijm - de dagelijkse naam van de schrijver Lodewijk van Deyssel - verzen opnam in het tijdschrift De XXe Eeuw. Daarna ging het hard. Roland Holst werd zo snel beroemd dat de Nieuwe Rotterdamsche Courant drie jaar later een longontsteking van de dichter vermeldenswaard vond: 'Naar wij met groot leedwezen vernemen, is de jonge dichter A. Roland Holst, van wien o.a. de Gids herhaaldelijk opmerkelijke gedichten gebracht heeft, vrij ernstig ongesteld.'

Dat Roland Holst 'opmerkelijke gedichten' schreef is waarschijnlijk de reden van de snelle erkenning die hem bij publicatie van zijn debuut 'Verzen' ten deel viel van literaire grootheden als Van Deyssel, Gorter en Kloos. Anders dan zijn generatiegenoten maakte Holst geen poëzie die de hartstocht temde ter wille van de werkelijkheid, maar gedichten waarin de verbeelding het won van de feitelijkheid. ,,Voor Roland Holst moest poëzie vanuit de onstoffelijke wereld van de ziel juist een aanval doen op de alledaagse werkelijkheid van feit en uur. Poëzie was het middel om het buitenpersoonlijke in het zintuiglijke uit te drukken.''

,,In die tijd reisde Roland Holst geregeld naar Lynmouth, aan de noordkust van Devon, een beroemde plek in Engeland, waar ook Romantici als Coleridge, Wordsworth en Shelley geziene gasten waren geweest. De wind en de zee die schuimend brak op het keienstrand, maakten diepe indruk. De eerste gedichten van zijn tweede bundel ontstonden er, maar belangrijker is dat uit deze gedichten een directe verbondenheid spreekt met het kustlandschap en de stilte. Tot deze elementen zal hij blijven terugkeren, het is ook de reden dat hij verhuisd is naar Bergen, waar hij tot zijn dood gewoond heeft.''

,,Zwervend langs de Noordzee stuitte hij telkens op licht uit 'het Elysium', een soort overzees eiland. Die plek kun je ook echt zien, vooral in de herfst. Met ruig weer, als de zee onrustig is, breekt het wolkendek soms even open. Het licht dat dan gespiegeld wordt op de golven doet vermoeden dat er zo'n eiland is.''

Dit eiland is niet identiek aan het paradijs, hoewel het er wel trekken van heeft. Zelf schrijft Holst over het onderscheid tussen Paradijs en Elysium: ,,Kunst is voor mij de zingende uitvaart van het leven uit de aarde door den mensch, en de mensch de overgang tusschen de aardse eenheid van ziel en bloed (Paradijs) en een bovenaardsche hereeniging (Elysium). Daarom beschouw ik w re kunst als het - bewuste of onderbewuste - voorspel op het Elysium.''

,,Holst ziet dus twee manieren van volmaaktheid'', legt Van der Vegt uit. ,,In het Paradijs de eenheid van ziel en bloed die van de natuur is, die in de mens verloren is gegaan maar soms in het kind nog is terug te vinden, en in het transcendente, de herhaling hiervan. In beide gevallen komt het neer op het opheffen van de platonisch-christelijke tegenstelling tussen het lichamelijke en het ervaren van de ziel.''

,,Je kunt dergelijke theorieën onzin vinden - en ik denk dat zijn prozateksten ook zeker niet tot het sterkste deel van zijn oeuvre behoren - uiteindelijk ging het Holst erom zijn ideeën om te stoken tot poëzie. Zijn verzen verbeelden een persoonlijke ervaring, die met de natuur te maken kon hebben, met de dood, de erotiek, of de Keltische mythologie.''

,,Het treffendst heeft hij deze ervaring verwoord in 'Een winteravondval':

Spiegelende ligt het uit de zee verschenen

ver en in het westen en den dood voorbij -

die daar leven zingen, en zij roepen mij,

maar de zee, zij zingt en glinstert om hen henen.

Eeuwig eiland - o, der zaligen domein,

waarheen onder zeilen hunner laatste dromen

slechts de stervende vervoerde overkomen -

waar de mensen eenzamer en schoner zijn.

Met poëzie probeerde Holst waar te maken dat hij bij het betreden van een verlaten strand gegrepen kon worden door de gedachte dat hij zich tegenover de geheime zee bevond, die de ziel is.''

"Dergelijke poëzie bracht Holst roem, aan het einde van de jaren veertig werd hij tot 'Prins der dichters' gedoopt. Maar op den duur verweten critici hem gebrek aan ontwikkeling. Tot aan zijn dood bleef Roland Holst een grote figuur in de Nederlandse poëzie, al werd zijn werk in de jaren zestig niet meer serieus genomen.''

,,Zijn overlijden in '76 was een nationale gebeurtenis: kranten stonden bol van in memoriams, het NRC Handelsblad wijdde een hoofdartikel aan zijn dood. Zijn verzameld werk werd nog goed verkocht. Maar daarna was het voorbij, bijna van de ene op de andere dag raakte de dichter A. Roland Holst in het vergeetboek. Zijn werk wordt tegenwoordig afgedaan als retorisch en hoogdravend en is nauwelijks in de boekhandels verkrijgbaar.''

Het eenzijdige en uitwendige beeld dat Du Perron van Roland Holst schetste, lijkt beter bestand tegen de tand des tijds dan de verzen van Roland Holst. Van der Vegt vreest dan ook dat Holst in de nabije toekomst uit de canon van de literatuur geschreven zal worden. Men zal hem herinneren als een legendarische figuur, een middelpunt van het literaire leven in het interbellum. Of, zoals Holst zichzelf typeerde in het ongepubliceerde gedicht 'Het late kind', als 'een geilaard tot het graf'.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden