De erfenis van Jan Greven

De voorpagina van de krant kon in kleur worden uitgevoerd, met steeds grotere en scherpere foto's. In de rest van de krant kwam meer 'wit' te staan en waren foto's afwisselend belangrijker en onbelangrijker. Redacteuren schreven steeds korter, rubrieken verdwenen, kwamen, en verdwenen weer. Maar dat zou ook gebeurd zijn als niet Jan Greven, maar een andere hoofdredacteur er gezeten zou hebben.

Vanavond neemt hij afscheid van de redactie. Er zullen woorden klinken van dankbaarheid en van jammer. Van hoe moet het nu verder, en vooral: met wie? Grevens talent tot het slaan van bruggen en tot het uitdragen van het gedachtegoed van de krant zal geroemd worden. 'Ambassadeur' zal gezegd worden, maar ook dat je als redacteur eigenlijk nooit zo zeker weet wat een hoofdredacteur nu eigenlijk doet voor de krant. Het commentaar, ja, dat zien we dagelijks, dat verhuisde van pagina 3 naar pagina 9 en vervolgens naar de voorpagina, allemaal onder het bewind van Greven. Op zaterdag schreef hij een column op de kerkpagina. En verder was hij altijd bezig, maar waarmee?

Hij zal de krant missen, zal hij vanavond zeggen. Hij zal het schrijven missen, zei hij afgelopen donderdag al voor de Ikon-televisie. Hij zal Trouw missen, natuurlijk.

Jan Greven verlaat Trouw op het moment dat de redactie discussieert over een grote vernieuwingsoperatie. Net als dertien jaar geleden, toen Greven zelf aantrad, zal de nieuwe hoofdredacteur zich moeten committeren aan het al bedachte plan, en dat vervolgens met hart en ziel moeten uitdragen. Trouw wordt, zo ligt grotendeels in de bedoeling, een twee-katernenkrant waarin nieuws en levensbeschouwing in de meest brede zin van het woord aan bod zullen komen. Het eerste katern zal zijn gewijd aan het nieuws, het tweede aan achtergronden, oorzaken en gevolgen, ook in geestelijke zin. Onder Jan Greven werd op die benadering al een voorschot genomen. Afgelopen jaar werd de kerkredactie samengevoegd met die van Letter en Geest, het zaterdagse katern met een levensbeschouwelijke invalshoek. De verhalen op de kerkpagina werden breder, behandelden niet uitsluitend meer kerk en aanverwante groepjes. “De verbreding van de kerkpagina”, heeft Greven in een van zijn afscheidsinterviews al gezegd, “beschouw ik als een van mijn betere daden als hoofdredacteur.”

Onder Greven is de kerkpagina eerst verhuisd, van pagina 2 naar een pagina verder achterin de krant. Toen ook vond er een eerste verbreding plaats. Niet alleen meer protestanten, maar iedereen moest die pagina kunnen lezen. Daarom moest het inside nieuws ervan af, en moest er ook bericht worden over andere kerken en andere religies. Ook op die verandering is Greven trots. Een gratis advies voor zijn opvolger heeft hij ook, wat dat betreft: de kerkpagina mag niet opgeheven worden. Daarmee zal de afdeling marketing het volkomen eens zijn. De kerkpagina is, samen met Letter en Geest, wat zij noemen het USP van dagblad Trouw, het unique selling point.

Vlak nadat Greven aantrad, in 1984, stonden er grote verandering op stapel in de krant. De vormgeving werd volledig omgegooid, het lettertype veranderde in het huidige stompe stoere. Op pagina 2, waar eerst kerk zetelde, werd de rubriek 'Mensen' geopend. Een klein fotootje, een interview met een mens, een column en een lange rubriek die - afhankelijk van de dag - 'Mensen op zaterdag' of 'Mensen op donderdag' heette.

Pagina 3 bleef hetzelfde: binnenlands nieuws, twee bijna zwarte foto's en wat berichtjes er omheen. Parlement had een eigen pagina, buitenland, economie. Precies zoals nu, zeg maar. Maar ook stonden er rare dingen in de krant, rubrieken als 'Uw probleem ook het onze'. Naar verluidt werd die geschreven door een complete familie: moeder verzon de vragen, vader beantwoordde ze en hun dochter maakte er tekeningen bij. Van alles kwam aan bod. 'Hoe komt het dat de ene braadboter smeuïger is dan de andere?', laten ze een lezer vragen. Misschien was het wel een echte lezer. 'Wat is een waterchinees?', werd ook een keer gevraagd. En: 'Weet u het recept voor gemberjam?' Lezers die met een vraag - het maakte waarschijnlijk niet uit welke - bij mevrouw Van Batenburg terecht wilden, moesten naar een postbus in het Haagse schrijven. Wanneer twee postzegels van 75 cent werden bijgesloten zou er vanzelf antwoord komen.

Wat er verder was en nu is verdwenen: een pagina 'Consument'. Midden in de krant stond het nieuws dat voor consumenten van belang zou kunnen zijn: nieuwe stofzuigers, wasmachines, een leuk kinderspel. Op 'Podium' mochten lezers zelf tekeningen insturen, die nog werden afgedrukt ook.

De drukmogelijkheden, is te zien aan kranten uit latere jaren, namen hand over hand toe. In 1986 was er, onmiskenbaar, een steunkleur op de voorpagina verschenen. In de gekleurde balk bovenaan de eerste pagina konden de lezers zien wat er verderop in de krant nog te wachten stond, uitgelegd in korte, bondige regeltjes. Was dat het werk van Jan Greven? Waarschijnlijk niet. Maar het gebeurde wel onder zijn bewind, en ook daarom mag hij er trots op zijn dat het gebeurde. Vormtechnisch veranderde er nog veel meer, overigens.

Met de toename van de drukmogelijkheden veranderden vorm, kwaliteit en grootte van de fotografie. Steeds meer pagina's konden in kleur worden uitgevoerd. De afdeling cartografie werd in het leven geroepen en steeds verder uitgebreid, omdat de vraag van journalisten naar staatjes en cijfers bij hun artikelen steeds groter werd. De krant werd, om het kort te zeggen, in de jaren negentig feitelijker, minder zweverig en kleinburgerlijk dan voor die tijd. En dat allemaal onder Jan Greven.

Achteraf lijkt het ronduit truttig, dat het sportkatern tot ver in de jaren tachtig 'Sport en spel' heette. Het kunstkatern, tegenwoordig aangeduid met kortweg 'Kunst', heette - nog erger - 'Kunst en kultuur'. Met een k. Want in de jaren tachtig heerste er op de krant nog grote verwarring over het gebruik van moderne en ouderwetse spelling, over hippe 'k's en suffe 'c's. Neem dat ene stuk van Bert van Panhuis op 6 december 1986. Onder de tussenkop 'kondooms' staat daar iemand geciteerd die zegt: “Hij is het volstrekt oneens met de kritici, die stellen dat de campagne meer paniek zaait dan opvoedt.”

'Trouw houdt je betrokken', was de slogan uit die jaren. En Trouw hield je betrokken. Bij alles wat links, antiracistisch of groen was. De zaterdagbijlagen stonden vol met interviews met Roel van Duijn en over het Rode Kruis en het redden van de wereld. Maar de zaterdagbijlage van toen werd ook op grote schaal volgeschreven door de kerkredacteuren van toen, waarvan een bijvoorbeeld in het kerstkatern van 1986 beweerde dat religie en romantiek elkaar niet verdragen. In de oudejaarsbijlage van datzelfde jaar schreef de bij kerk en medemens betrokken burgemeester van Haarlem, Elisabeth Schmitz, haar dagboek van dat jaar. Kerkredacteur Aldert Schipper reisde af naar Athos, het Griekse eiland voor heilige mannen.

In dat jaar bestonden alle katernen nog niet. Naast 'Zaterdag en Zondag' waren er 'Sport en Spel', 'Onderwijs en Opvoeding' en 'Kunst en Kultuur'.

De Consumenten-pagina werd later opgewaardeerd tot twee pagina's achterin 'Zaterdag en Zondag'. Pas in 1989 verscheen op vrijdagen voor het eerst het katern 'Letter en Geest'. Daarin waren opgenomen de boekenpagina's, die pas in de jaren negentig een apart katern vormden. Net zoals eerder 'Media' en 'Etcetera' eerst een eigen katern kregen, die in een later stadium werden samengevoegd om plaats te maken voor dat boekenkatern.

Tot ver in de jaren tachtig bleef Trouw zwaar in zijn onderwerpkeus, belerend in de manier waarop studentendemonstraties werden verslagen.

'Wie kan er nou leven van driehonderd gulden?' - het was wel duidelijk aan welke kant de krant stond. Het frivole kwam langzaam ook binnen: in de vorm van 'Het Genootschap voor nutteloze kennis', dat wekelijks een pagina tekst vol onzinnige informatie presenteerde.

vervolg op pagina 2

vervolg van pagina 1

Dat Trouw een serieuze krant was kwam ook tot uiting bij onderzoek onder lezers. Toen in 1988 het Nipo werd ingeschakeld om onder zowel lezers als gewone mensen na te gaan welke zonden tegenwoordig nog zondig waren, bleken Trouw-lezers het bijzonder vreselijk te vinden als een getrouwde man overspel pleegde. Veel erger dan gewone mensen. Ook zwartrijden werd onder de lezers van de krant als veel erger gezien. Echtscheiden en abortus plegen wanneer de ongeboren vrucht een mongooltje is, leken minder erg. Maar ook daarvan vonden meer Trouw-lezers dan anderen dat het onvergeeflijk was.

Twee jaar later reageerde de Trouw-redactie op dat onderzoek met de kerstbijlage 'Moet kunnen'. De sfeer van de jaren zeventig en tachtig werd in één klap afgeschud. In het openingsverhaal schreef Rob Schouten: “Ik vind punkers al lang geen leuke indiaantjes meer, het racisme van de volgelingen van Baghwan ergert onuitputtelijk. Ik heb er genoeg van dat junks mijn autoradio en mijn fiets jatten, ik wens niet op straat redeloos te worden uitgescholden. En vooral doet het me goed dat allemaal eens uit te spreken.”

Voilá, met het stuk van Rob Schouten werd de krant zakelijker. Nieuws moest nieuws worden, niet meer dat eeuwige gezemel over vrouwen in achterstandsposities en minderheden zonder geld. Langzaamaan werd ook geschreven dat van de criminelen een groot deel allochtoon is, dat vrouwen vrij veel zeuren over zorgplichten.

Jan Greven zag het ook. In zijn eigen column op zaterdag op de kerkpagina van 11 december 1993: “We zijn bescheidener, om niet te zeggen nederiger geworden dan een generatie geleden. Journalisten schrijven nu nog maar heel gewoon stukjes voor de krant.”

Waarbij Trouw onder Jan Greven kan worden samengevat als een eerst wat truttige, daarna betrokken krant, waarin te allen tijde veel aandacht was voor levensbeschouwing. Was het niet op pagina 2 en in 'Zaterdag en Zondag', dan was het wel op pagina 10 en in 'Letter en Geest'. In redactionele modes, nieuwe technieken en andere verschijningsvormen zal de krant eeuwig blijven veranderen. Een hoofdredacteur verandert daar gewoon in mee.

Wat Jan Greven aan de krant heeft kunnen veranderen, was in feite maar weinig. Een kleine wijziging in het zwaartepunt van de religie, een katern extra dat er binnenkort weer afgaat. Aan de identiteit van de krant is eigenlijk in principe weinig veranderd. Want waarin verschilt het nieuwe plan, waarin alle katernen zijn afgeschaft en een dagelijks tweede katern in achtergronden van wereldse en levensbeschouwelijke aard moet voorzien, eigenlijk van een dagelijks katern 'Zaterdag en Zondag', zoals dat er was al vóór Jan Greven aantrad?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden