De enige weg voor Europa: vooruit

De economische opmars van Azië dwingt Europa om snel te veranderen. Gebeurt dat niet, dan rest het avondland een marginale rol: Europa wordt dan het museum van de wereld.

De kerstboomlichtjes die u deze week weer opbergt tot volgend jaar komen uit China, net als het speelgoed voor de kinderen, een groot deel van de kleding waarin de familie zich voor de feestdagen heeft gehuld en natuurlijk de videocamera waarmee het gezellig samenzijn is vastgelegd.

Al deze spullen zijn per container naar de haven van Rotterdam gekomen. China is inmiddels de grootste handelspartner voor Rotterdam, dat hiermee goed verdient. Maar het aantal containers dat gevuld weer terug gaat, blijft ver achter. In de eerste negen maanden van dit jaar was het aantal containers dat leeg de haven verliet 20 procent hoger dan in dezelfde periode van 2004. Als er al iets naar China gaat, is het vaak oud papier of kleding, om daar gerecycled te worden.

China groeit uit tot de fabriek van de wereld. Sinds de openstelling van de wereldmarkt, een jaar geleden, beheerst dat land de textielindustrie, met India als goede tweede. Maar ook in andere grote industrieën is de verschuiving naar het oosten merkbaar.

De meeste cd- en dvd-spelers worden al in China gemaakt. Het land exporteert -tot nu toe vooral binnen Azië-sinds kort meer auto's dan het importeert; en er is geen enkele reden om aan te nemen dat die trend niet doorzet. De Europese en Amerikaanse autoproducenten hebben de laatste tijd bijna net zoveel moeite om van hun overtollige werknemers af te komen, als om hun wagens te slijten.

Gelukkig hebben we de hoogtechnologische producten nog, is vaak de gedachte. De massaproductie kan wel naar China, Europa en de VS blijven de toppers maken. Maar helaas, ook die tijd is voorbij. De Europese vliegtuigbouwer Airbus kondigde onlangs met blijdschap een grote order uit China aan. Verstopt in het persbericht zat de mededeling dat Airbus ook vliegtuigen in China gaat bouwen en veel meer onderdelen uit dat land wil gebruiken-net als concurrent Boeing al doet.

Zelfs Nederlands technologische trots, ASML, is op zoek naar Chinese toeleveranciers. De bouwer van machines om computerchips mee te maken haalt nu nog bijna alle onderdelen uit Europa, maar ook dat gaat veranderen.

Het is in de geschiedenis niet eerder voorgekomen dat zo'n groot land zich economisch zo snel ontwikkelde. Maar het duurt nog vele tientallen jaren voor China en andere Aziatische landen ons in rijkdom hebben ingehaald, relativeren sommige economen. Dat klopt-en dat maakt het probleem voor Europa alleen maar groter. Tot het net zo rijk is als wij, houdt Azië het concurrentievoordeel van lagere loonkosten en gaat de verplaatsing van activiteiten en banen dus gewoon door.

Terwijl China de fabriek van de wereld wordt, gaat India de diensten leveren. Het uitkeringsorgaan UWV laat er een nieuw programma maken om de Nederlandse sociale zekerheid mee uit te voeren. ABN Amro heeft het grootste deel van zijn eigen ondersteunende diensten naar Mumbai verplaatst. En de hoogopgeleide werknemers daar kunnen nog veel meer dan ze nu doen, bijvoorbeeld jaarverslagen verzorgen en analistenrapporten schrijven.

De industrie verhuist naar China, veel diensten naar India en de landbouw verplaatst zich, als de liberalisering voortschrijdt, naar landen als Brazilië en Thailand. De vraag is wat er in deze globaliserende wereld overblijft voor Europa en dus voor Nederland-afgezien van diensten die moeilijk te verplaatsen zijn (de kapper en de bakker) en de transportsector: het verschuiven van de dozen die uit de containers komen.

“Europa wordt het museum van de wereld en leeft van het toerisme daar omheen“, zo schetst Bob Hoekstra, topman van de Philips Innovation Campus in de Indiase it-stad Bangalore, de toekomst van het oude werelddeel. Maar hij blijft positief, want hier liggen kansen, juist voor Nederland. “We moeten gaan denken aan uitbreiding van het Rijksmuseum en het opzetten van dependances, in Japan en India. Het moet een wereldbedrijf worden.“ Het Van Gogh Museum kan volgens Hoekstra zelfs uitgebouwd worden tot een 'conglomeraat van impressionistische musea dat de wereldmarkt domineert'. En natuurlijk blijven de Nederlandse bloemen een sterke troef.

Maar willen we straks nog wat verdienen, dan moeten de Amerikaanse en vooral de Aziatische toeristen natuurlijk wel geld overhebben voor onze kunstschatten en andere attracties. Hoekstra vat het kort samen: “Onze welvaart is straks de hoeveelheid rijst, geïmporteerd uit de VS, die Chinezen willen betalen voor een bezoek aan de Keukenhof en het Rijksmuseum.“

Hoekstra ziet de globalisering niet als een probleem. Het hoofdkantoor van zijn concern is weliswaar gevestigd in Nederland, maar de fabrieken en onderzoekscentra staan overal ter wereld-steeds meer in Azië, waar de meeste jonge, hoogopgeleide en ambitieuze technici te vinden zijn. Nederlanders die bang worden van de verplaatsing van banen naar andere landen (outsourcing in het jargon), houdt Hoekstra graag een spiegel voor: “Wij hebben ons hoofdkwartier ge-outsourcet naar Nederland“, zegt hij vanuit Bangalore. Au, dat doet pijn, voor wie nog een greintje oranjegevoel heeft.

“Economische veranderingen gaan altijd met pijn gepaard“, zegt Geert van der Linden, vice-president van de Aziatische Ontwikkelingsbank ADB. Ook hij is een Nederlander die vanuit Azië (de Filippijnse hoofdstad Manila) de snelle ontwikkelingen meemaakt. Van der Linden beklemtoont, net als Hoekstra, dat de opkomst van Azië vooral kansen biedt. “Maar het ligt aan Europa of het daarop inspeelt met een modern en flexibel economisch beleid.“

Meer flexibiliteit op de arbeidsmarkt dus, en sociale vangnetten alleen nog voor mensen die het echt nodig hebben. Protectie, om de Europese producenten te beschermen, is geen goede optie. “Als Europa kiest voor een sociaal model met een hoge protectie, dan moet het ook de consequenties daarvan accepteren: hogere werkloosheid en lagere inkomens.“

Globalisering is voor veel mensen ook een goede ontwikkeling. De economische opkomst van Azië is, ondanks de enorme en stijgende inkomensverschillen, de sterkste motor achter de armoedebestrijding in de wereld. Verzet tegen de verplaatsing van banen is niet alleen zinloos, ook ontneemt het mensen in arme landen kansen.

De vakbonden zitten met de ontwikkelingen in hun maag. “Het verhaal van de concurrentie met lage-lonenlanden is natuurlijk zeer populair“, erkent Ronald Janssen, adviseur van de Europese Vereniging van Vakcentrales (EVV) in Brussel. “Werkgevers maken er handig gebruik van om de werknemers allerhande inleveringen af te dwingen.“ Maar hij gelooft er niet zo in.

Ondernemingen concurreren met elkaar, landen niet, is de stelling van Janssen. Landen kunnen zich wel specialiseren in bepaalde producten of technieken en dat is wat Europa ook meer moet doen. “Er is geen andere weg dan vooruit: investeren in slimme technieken, in nieuwe productie om de lage-lonenlanden voor te blijven op de ladder van de internationale arbeidsverdeling.“

Probleem is wel dat Azië, vooral China, zich niet altijd houdt aan de economische wetmatigheden. Het creëren van banen is voor lokale bestuurders vaak de belangrijkste reden om een nieuwe fabriek te bouwen. Of die fabriek ook zal renderen, is van later zorg. En zo kan China zelfs efficiëntere Europese bedrijven wegconcurreren.

Moeten de lonen hier dan maar omlaag? Vakbondsman Janssen ziet daar geen heil in: “totaal de verkeerde weg“. Opvallender is dat ook econoom Van der Linden en manager/technoloog Hoekstra hun geld niet zetten op lagere loonkosten. “Nederland moet het hogere inkomen verdedigen door de waarde van de arbeid die geleverd wordt“, zegt Hoekstra. Van der Linden stelt een ander heikel punt aan de orde: immigratie. “Misschien wel de grootste uitdaging voor Europa is de demografie.“ Europa zal, door de vergrijzing, een instroom van miljoenen mensen per jaar nodig hebben om de beroepsbevolking op peil te houden. “Het zal in politiek Europa moeilijk zijn om daarover te praten, maar dat is een beleidskeuze: de VS hebben een jaarlijkse immigratie van miljoenen mensen.“

Meer werken op afstand is de oplossing die Hoekstra ziet: een Indiase verpleegster die per telefoon met beeldscherm dag en nacht te bereiken is voor advies; of een 'virtueel concert', waarbij de pauken in de Amsterdamse zaal aanwezig zijn en de strijkers op een scherm vanuit Shanghai meedoen.

“Doemdenken helpt niet veel“, vindt Hoekstra, “we moeten in kansen denken. Tot nu toe heeft Nederland de slagen van de evolutie in de industrie redelijk goed doorstaan.“ De textiel en de scheepsbouw zijn al verdwenen, dus we kunnen ook zonder it en financiële dienstverlening-als we maar iets nieuws bedenken. Dat vraagt wel om beter onderwijs en meer onderzoek en ontwikkeling. En vooral, zegt Hoekstra, meer vernieuwingsdrang en meer mensen die initiatieven durven nemen in de zakenwereld.

Europa kan, met uitbesteding van een groot deel van het werk aan Azië, ook de regie behouden over veel economische processen. Het hoofdkantoor van Philips staat nog altijd in Amsterdam en zelfs de grootste containervervoerder ter wereld, Maersk, is Europees. Nederland moet het oranjegevoel dan wel loslaten. Het Hollandse Nedlloyd ging op in het Deense Maersk en Hoekstra noemt het samengaan van Air France en KLM als goed voorbeeld. “Waar een klein land groot in kan zijn: doe met Europa en de wereld mee.“

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden