De enige vrienden van de Koerden zijn de bergen

STrijd tegen IS | De Syrische Koerden gingen afgelopen twee jaar voor in de strijd tegen Islamitische Staat. Maar van de westerse grootmachten hoeven ze weinig terug te verwachten. Die vinden de relatie met Turkije belangrijker.

Beschut tegen de brandende zon zit het groepje Koerdische strijders bijeen onder een zeildoek. Thee gaat rond, de sfeer is ontspannen. Verderop tekent een aarden wal zich af, de laatste verdedigingslinie tegen Islamitische Staat. De mannen dragen het gele insigne van de Volksbeschermingseenheden (YPG).

Het is juni 2015. Eerder op de dag heeft de YPG het stadje Tell Abyad op IS veroverd, een paar honderd kilometer westwaarts. Voor de Syrische Koerden betekent dit een belangrijke doorbraak. In de nasleep van de volksopstand tegen Bashar al-Assad stelden zij een eigen gebied veilig in het noordoosten van het land: Rojava. Hun gebied bestaat uit een drietal 'kantons' - eilandjes te midden van een zee van vijandelijkheid. Maar dankzij de inname van Tell Abyad is het plotseling mogelijk om twee kantons - Jazira en Kobani - met elkaar te verbinden.

"Dit is nog slechts het begin", lacht Botan Cizir, een 28-jarige commandant. Hij laat zijn hand op zijn kalasjnikov rusten. "Nu op naar Afrin, en dan door naar de Middellandse Zee!" Afrin is een Koerdische enclave ter hoogte van Kilis, de Turkse grensstad waar zich veel vluchtelingen uit Aleppo melden.

De milities van de YPG gingen afgelopen twee jaar voor in de strijd tegen Islamitische Staat. Ze waren dermate succesvol dat ze al snel de bijnaam 'grondtroepen van de geallieerden' kregen. De geallieerden zijn de landen, waaronder Nederland, die onder aanvoering van de Verenigde Staten luchtbombardementen op IS uitvoeren. Strijders van de YPG hielpen in 2013 mee om de yezidi-bevolking bij Sinjar te ontzetten en bevrijdden later dat jaar het Syrisch-Koerdische stadje Kobani. Sindsdien houden ze manhaftig de linie.

In de strijd tegen IS boekte de YPG ook onlangs nog een aantal overwinningen die weleens beslissend zouden kunnen blijken. Ze waren instrumenteel bij de verovering van het stadje Manbij en bezetten inmiddels negentig procent van Hasaka, zo'n honderd kilometer van IS-bolwerk Raqqa. Een indrukwekkende prestatie.

Toch kijkt met name Turkije met argusogen naar de verrichtingen van de YPG. Vorig jaar, ten tijde van de inname van Tell Abyad, waarschuwde president Erdogan de Koerdische strijders al: ga niet ten westen van de Eufraat. Toen YPG-troepen dat toch deden, werden ze vanuit Turkije onmiddellijk met artillerievuur teruggedreven.

Vorige week besloot Turkije zelfs om Syrië met tanks en infanterie binnen te trekken. Het doel: de verovering van het stadje Jarabulus, dat in handen is van IS. Turkije heeft gezegd dat het een bufferzone van circa tachtig kilometer in Syrië wil creëren, naar eigen zeggen om de aanvoer van rekruten en wapens voor IS te stoppen. Misschien nog wel belangrijker: Ankara wil voorkomen dat Jarabulus in handen valt van oprukkende Koerdische strijders. De mogelijkheid dat deze vervolgens doorstoten naar Afrin, zoals commandant Cizir dat in 2015 voor zich zag, is de Turken een gruwel die tot iedere prijs dient te worden voorkomen. Dat het beide partijen ernst is bleek dit weekend. Strijders van de YPG neutraliseerden in ieder geval één Turkse tank ; volgens het Turkse persbureau Anadolu werden zeker 25 YPG-strijders door Turkse gevechtsvliegtuigen gedood.

Drie letters: PKK

Waarom is Turkije er zo op gebrand de Syrische Koerden in bedwang te houden? Het antwoord op die vraag is simpel en bestaat uit drie letters: PKK. Turkije voert al meer dan dertig jaar strijd met de beruchte gewapende verzetsbeweging. De van oorsprong marxistisch-leninistische PKK streeft naar onafhankelijkheid voor Turkse Koerden, of in ieder geval naar vergaande autonomie. De organisatie heeft nauwe banden met de Syrische PYD, de politieke partij die het in Rojava voor het zeggen heeft. De PYD op haar beurt onderhoudt weer nauwe banden met de YPG. De facto is de YPG de militaire vleugel van de PYD, zeggen veel analisten botweg. De ambitie van de PKK om samen met de Syrische Koerden tot één territorium te komen, is de Turken een gruwel.

Turkije, maar ook de VS en EU, bestempelen de PKK als terroristisch. De PKK zelf verwerpt dat etiket en stelt dat zij geen burgers als doelwit heeft en alleen vecht tegen de Turkse staat. De strijd speelt zich af in en rond de steden van het zuidoosten van Turkije, een gebied waar de PKK op de nodige steun van de overwegend Koerdische bevolking kan rekenen. Het leiderschap houdt zich schuil in het Qandil-gebergte, op de Iraaks-Iraanse grens. Maar in Ankara bestaat de vrees dat de beweging in Rojava 'territorialiseert'. Wie macht wil consolideren doet er immers goed aan om een staat te stichten.

De Koerden kennen dat geopolitieke adagium als geen ander. Eeuwenlang hing hun lot af van de heersers van de rijken en landen waarin zij zich toevallig bevonden. Eerst het Ottomaanse en het Perzische rijk, later Turkije, Syrië, Irak en Iran. Gedurende de twintigste eeuw streefden Koerden tevergeefs naar een eigen staat.

Maar na de val van Saddam Hussein keerden voor Iraakse Koerden de kansen. Ze maakten handig gebruik van de chaos en richtten een autonome regio op, de Koerdistan Regionale Overheid (KRO). Dankzij de no-flyzone van de Verenigde Naties en overvloedige olie-inkomsten wisten ze die in tien jaar tijd tot grote bloei te brengen. Hoofdstad Erbil is bezaaid met luxehotels en shoppingmalls, er is een regionaal parlement en de KRO heeft eigen strijdkrachten (de 'peshmerga').

Officieel is de KRO nog steeds onderdeel van Irak, maar president Barzani dreigt op gezette tijden met een referendum over afscheiding.

Je zou kunnen zeggen dat de Syrische Koerden het voorbeeld van hun Iraakse broeders volgden. Ook zij wisten handig te profiteren van de chaos die ontstond na de opstand tegen Assad in 2011. Maar nu maakt Turkije zich veel meer zorgen, want tussen de Iraaks-Koerdische KRO en Syrisch-Koerdisch Rojava bestaan belangrijke verschillen.

Zo zijn Iraakse Koerden overwegend conservatief, soennitisch en economisch liberaal - net als de AK-partij van Erdogan. Turkse zakenlieden deden de afgelopen jaren in Erbil goede zaken: ze namen olie af en Turkse bouwbedrijven zetten er miljarden om.

Geen geheim

Maar de Koerden die het in Rojava voor het zeggen hebben, zijn progressief, seculier en collectivistisch. Ook maken ze geen geheim van hun verwantschap aan de PKK. Zo beroepen zowel de PYD als de PKK zich op dezelfde spirituele leider: Abdullah Öcalan. De oprichter van de PKK zit sinds 1999 opgesloten op het Turkse gevangeniseiland Imrali. Contact met de buitenwereld heeft hij niet.

Iraakse Koerden moeten weinig van Öcalan en zijn communistische leerstellingen hebben. Maar in Syrisch Koerdistan zijn overal straten en openbare gebouwen getooid met diens beeltenis. Belangrijker nog: diens politieke filosofie, het zogeheten 'democratisch confederalisme', wordt er in de praktijk gebracht. Dit behelst een categorische verwerping van zowel de natiestaat als het kapitalisme en streeft naar bestuur van onderop.

Wat Turkije vooral zorgen baart, is de voorbeeldfunctie van Rojava voor de Koerden in Turkije. Sinds begin 2013 was er sprake van een entente tussen de PKK en de Turkse overheid. Die werd voorafgegaan door geheime besprekingen, waarin de PKK zich zelfs bereid toonde de wapens neer te leggen. Maar rond dezelfde tijd ontstond Rojava en in het najaar van 2013 werd Kobani bevrijd. De successen in het conflict tegen IS verleenden de Koerdische beweging nieuw elan en hun strijders, die van de PKK incluis, kwamen gehard uit de strijd. De bereidheid om concessies aan Ankara te doen, verminderde daardoor aanzienlijk.

En dus gaat het sinds vorige zomer weer hard tegen hard. In Cizre, Nusaybin en Diyarbakir, Turkse steden waar veel Koerden wonen, werden hele wijken door het leger met de grond gelijkgemaakt. Bij aanslagen van de PKK kwamen honderden Turkse soldaten en veiligheidsmensen om. Honderdduizenden burgers zijn op de vlucht. Gebruikmakend van de verwarring na de mislukte staatsgreep in Turkije voerde de PKK de afgelopen weken bovendien het offensief drastisch op. Zo was het hoofdbureau van politie in Cizre eind vorige week doelwit van een zware bomaanslag.

Het bestaan van Rojava zet daarnaast de relatie onder druk tussen Turkije en zijn bondgenoten. Tandenknarsend ziet Ankara bijvoorbeeld toe hoe (mede-Navolid) de Verenigde Staten wapens en militaire adviseurs richting Rojava sturen. Ze assisteren er de YPG in hun strijd tegen IS. Hoe kan het dat de VS de PKK een 'terroristische organisatie' noemen, maar haar Syrische evenknie gewoon van wapens voorzien, stelt Erdogan geregeld.

De VS zijn niet blind voor die kritiek. De Amerikaanse vicepresident Joe Biden, in Turkije op het moment dat Turkse tanks de Syrische grens binnentrokken, verklaarde haastig dat hij van de YPG verwachtte dat die zich ten westen van de Eufraat terugtrekt, conform de Turkse eisen.

Ook met Rusland zorgt de Koerdische kwestie voor tweespalt. Betrekkingen bekoelden toen november vorig jaar een Russische straaljager boven Turks grondgebied werd neergehaald. In mei dit jaar doken beelden op van een PKK-strijder die met een raketwerper van Russische makelij een Turkse helikopter uit de lucht schoot. Het was een aanwijzing dat de Russen bewust zaten te stoken in het conflict tussen Turkije en de PKK.

Plooien

Inmiddels zijn enkele plooien gladgestreken. Vorige week was de Russische opperbevelhebber op bezoek bij zijn Turkse collega, ongetwijfeld om de militaire aanpak in Syrië door te spreken. Dat zulke belangrijke spelers weer met elkaar om de tafel zitten, is belangrijk voor de oplossing van het Syrische conflict. Maar voor de Koerden is dat niet per se goed nieuws.

Integendeel, want als de twintigste eeuw hen iets leerde, was het dat zij het nooit van de grootmachten in de regio moeten hebben. Zodra het erop aankwam, waren zij steeds wisselgeld. Iraakse Koerden zijn nog steeds getraumatiseerd door het gemak waarmee de Perzische sjah hen in 1975 aan Saddam Hussein uitleverde - met instemming van Henry Kissinger.

De westerse grootmachten steunen de Syrische Koerden niet zozeer om wat zij zijn, maar om wat zij betekenen in de strijd tegen Islamitische staat. Wat als IS eenmaal verslagen is? Het is niet waarschijnlijk dat de Verenigde Staten bereid zijn hun relatie met een zo strategische partner als Turkije te riskeren voor een onduidelijk communistisch experiment in het noordoosten van Syrië.

Koerden zijn zich van hun kwetsbaarheid bewust. Maar wat kunnen ze doen? De enige vrienden van de Koerden zijn de bergen waar ze vandaan komen, luidt een gezegde. Het is waar. Ze zullen het moeten hebben van hun bereidheid te strijden. "Wij zijn niet bang voor de Turken", liet Salih Muslim, medevoorzitter van de PYD, in reactie op de inval in Syrië weten. "We zullen ze grijpen, net als Islamitische Staat."

Peshmerga-strijders tijdens een operatie tegen Islamitische Staat ten zuidoosten van Mosul, twee weken geleden. foto epa

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden