De enige kerel in China

(Trouw) Beeld
(Trouw)

De opera ’Hôtel de Pékin’ draait om Cixi, de hardvochtige Drakenkoningin. In China wordt zij nog steeds als een monster gezien.

Morgen gaat in het Muziekkwartier in Enschede ’Hôtel de Pékin’ in première, de nieuwe opera van componist Willem Jeths en librettist Friso Haverkamp. ’Hôtel de Pékin’ gaat over Cixi (1835-1908, spreek uit: Tzuu-zjie), de laatste keizerin van China, die het land met harde hand regeerde. Jeths en Haverkamp werkten op een vruchtbare manier samen aan dit gigantische project, dat intussen ook nog de goedkeuring van de Chinese censor moest krijgen, omdat er uitvoeringen in China gepland zijn.

’Hôtel de Pékin’ begint met een lange reeks namen als klappen in de nog lege ruimte – een defilé van de keizers en dynastieën die China ooit regeerden. Van de eerste keizer Qin Shi Huangdi ruim 2000 jaar geleden, legendarisch geworden door onder meer de bouw van de Chinese muur en het terracottaleger in zijn graf, tot en met keizerin Cixi.

In haar stervensuur blikt de gevreesde Cixi terug op haar leven: een lange monologue intérieur waarin ze worstelt met de moderne tijd en met het al dan niet opgeven van het keizerrijk ten gunste van een nieuw China. Op de openings- en slotscène na is ’Hôtel de Pékin’ een aaneenschakeling van zestien dromen in evenzoveel scènes, over het 2000-jarige mandaat van de Drakentroon. Vandaar de ondertitel ’Dreams for a Dragon Queen’.

Qin Shi Huangdi verschijnt in ’Hôtel de Pékin’ als vleesgeworden visioen aan Cixi, om haar te manen de keizerlijke lijn voort te zetten. Maar ze wil niet meer. Om de radicale maatschappelijke veranderingen een kans te geven, verenigt Cixi zich ten slotte in een Liebestod met Qin Shi. En zo kan China herleven: een mooie paradox.

„Ik ben al een tijd zeer geïnteresseerd in China”, zegt Friso Haverkamp. „Dus toen Willem voor zijn opera zocht naar een sterke vrouw dacht ik meteen aan Cixi. Haar tijdgenoten omschreven haar als de enige kerel in China. In China moet ze zwarter dan zwart worden afgeschilderd volgens de censor. Dat doen we niet. Dat je opkomt voor deze onafhankelijke en intelligente vrouw is in China niet gebruikelijk. Ze is daar nog steeds een monstre sacré, een op macht beluste huisvrouw die de dynastie om zeep hielp, zwaar aan de middelen, uit op rijkdom en machtsmisbruik.”

Het is niet de eerste keer dat Haverkamp te maken kreeg met censuur. „De Chinese vertaler met wie ik inmiddels bevriend ben geraakt, is eigenlijk onze stille censor”, zegt hij. „Hij vraagt soms ’zou je dat niet een beetje kunnen ombuigen?’ Dan weet je dat daar een moeilijk moment zit. Als je de tekst net even anders versluiert, mag het ineens wel. Dat is heel Chinees, die ambiguïteit.”

Haverkamp en Jeths roemen hun samenwerking als intuïtief. Omdat Jeths de afgelopen jaren een aantal operaschetsen als zelfstandige werken kon componeren – bijvoorbeeld ’Ombre Cinesi’, ’Meme’ en het Klarinetconcert – had het tweetal bovendien bij het werken al een muzikale basis voor de sferen en expressies van ’Hôtel de Pékin’. Jeths: „Als Friso tekst klaar had, dan kon hij wijzen naar een van die composities. Dat is heel goed geweest, dat we zo samen met elkaar konden opgaan.”

Haverkamp: „Soms riep Willems muziek zo veel beelden op, dat ik daar nieuwe tekst bij wilde maken. En ik zocht op mijn beurt naar beelden waarvan ik dacht, daar kan Willem wat mee aanvangen. In de tweede ontmoeting met Qin Shi is het bijvoorbeeld de vraag wie gaat winnen. Cixi loopt in een soort van Hof van Eden, waarin een volière staat met tienduizenden vogels. Die vogels laat ze los. Heb je daar wat aan Willem?, vroeg ik. Nou en of. Die zwerm vogels is zwart. Willem laat ze geleidelijk transformeren naar een maagdelijk wit, hoger en hoger, tot ze door de Qin teruggeroepen worden om zich te hergroeperen tot een zwarte zwerm. BAM! In de contouren van de zwerm zie je het gezicht van de Qin, reusachtig uitvergroot, als de Qin de vogels dwingt Cixi als een bende gieren aan te vallen.”

Ook het slot van de opera was oorspronkelijk anders bedacht. In het orkestwerk ’Ombre Cinesi’ hoorde je nog hoe Cixi per trein met een enorme vaart door de Chinese muur reed, haar gewelddadige dood tegemoet. Maar in de uiteindelijke versie is die afloop veranderd in een verijlende hemelvaart. Jeths verwerkte er fragmenten uit zijn altviooldubbelconcert ’Meme’ in, als hemelse dialoog tussen Cixi en Qin Shi. Jeths: „Mijn muziek gaat vaak over dood en transcendentie. De laatste woorden van de opera zijn nu ’flying, flying.’”

Jeths verwerkte oosterse elementen in ’Hôtel de Pékin’. Geen chinoiserieën à la Puccini, haast hij zich te zeggen. Maar hij gebruikt wel de transparantie uit de oosterse muziek. Jeths: „Ik heb het gezocht in de kleur, maar ook in textuur en dichtheid. Ik gebruik bijvoorbeeld een enorme hoeveelheid percussieinstrumenten, in combinatie met andere instrumenten. Door daar ook onconventioneel slagwerk aan toe te voegen zoals aangestreken glazen, krijg je vaak onwerkelijke klanken. In de andere instrumenten gebruik ik daarom ook veel effecten.”

Alle karakters in de opera zijn overigens aan een instrument verbonden, voegt Jeths toe: „Cixi is gekoppeld aan de tweesnarige Chinese vedel de Erhu. Qin is de hoge tenortrombone: die klinkt verzwakt, bijna alsof Qin gekeeld wordt. Dat past goed bij de geest die Qin is. Anzi, de eunuch van Cixi, is gekoppeld aan de klarinet: een lenig en kwikzilverig instrument. Zijn muziek is gebaseerd op mijn voorstudies in het Klarinetconcert.”

Twee scènes zijn gesitueerd in Hôtel de Pékin, de historische nachtclub uit de titel die in de opera staat voor de wereld van het Westen. De club wordt bestierd door een drag queen genaamd ’Queen of England’, een travestierol als tegenhanger van Cixi. Volgens Haverkamp wijst de titel ’Hôtel de Pékin’ op de botsing van Oost en West en op de ontwrichting van China: „Dat is een drama dat China het Westen nog steeds nadraagt.”

In de Hôtel-scènes gebruikte Jeths de Chinese muziek als persiflage. „Een drietal dames, de Versaces, een soort Supremes, hebben een eigen bühneorkest. Met Chinese instrumenten spelen ze ligetiaans swingende jazz, maar dan wel pentatonisch [in een oosterse toonladder, AF]. Die pentatoniek zit trouwens in de hele opera. Niet de Chinese variant, want daar houd ik niet zo van. Toen de Chinezen dat hoorden, riepen ze onmiddellijk: Dat is niet Chinees, dat is Japans!”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden