De enige couturier in Nederland die doet of Nederland niet bestaat

Frank Govers, haute couture 1960-1995, samengesteld door Ietse Meij, tot en met 8 januari 1995, Haags Gemeentemuseum.

YVONNE VAN EEKELEN

Frank Govers, 'couturier assuluto' van de Nederlandse mode, aldus het Gemeentemuseum, wandelt bijna onwennig rond in zijn verleden; alsof hij de jassen, petites en avondjurken van vroeger, verzameld op paspoppen in het museum, voor het eerst sinds jaren ziet. “Kijk, daar zitten ook al stroken op de rok”, zegt hij opeens, wijzend naar twee tamelijk non-Goveriaanse jurken uit de hippe jaren zeventig. Verpleegsterslinnen in een duf streepje, model Staphorst-met-schort. Govers heeft zijn coutureleven lang folklore gebruikt, maar dan meestal verpakt in pailletten, strass, glanzende taft en organza.

Hij is de enige couturier in Nederland die doet of Nederland niet bestaat. Alsof Calvijn, gewoon doen en middelmaat - 'ik lig nog liever in de goot gezellig te doen met andere losers' - er niet heersen, maar vrouwen slechts op kasteelfeesten en in vijfsterrenhotels verschijnen. En het hof zich door de grootste couturier des lands laat kleden - Govers lonkt in elk interview naar de kledinggunst van de koningin, maar heeft haar zelfs nog geen hoedje mogen leveren. Zijn shows in het Hilton, het Amstelhotel of de Amsterdamse Stadsschouwburg hebben Bourgondische allure; het gros van zijn vaste clientèle komt ook van onder de rivieren - “veel relaxter dan in het Gooi, dat quasi chic met zijn gedrapeerde gordijnen” - en legt voor een 'Govers' graag zo'n drie- tot vijftienduizend gulden neer. “Mijn klanten willen waar voor hun geld en iedere vrouw hunkert natuurlijk naar een beetje aandacht. Ik informeer naar hun gezin zonder overdreven te doen. Kwam ik laatst in de Bonneterie, zat daar zo'n dikke dame achter de kassa. Als iemand wat vroeg, riep ze, kijk daar maar in het rek. Dan denk je toch ook, mens zoek het lekker uit.”

Govers (62) is succesvol zakenman met zijn couture, zijn eigen parfumlijn 'Frank' en, tot voor kort, een prêt-à-porter-collectie 'Govers Only'. “De fabrikant die dat deed vond het allemaal veel te ingewikkeld, ik zoek nu een andere.” Hij draait zijn hand niet om voor een investering van drie ton voor een collectie en een peperdure halfjaarlijkse show. Zegt voor een miljoen aan kunst in zijn huis te hebben. Als couturier worden zijn vindingrijkheid en vakmanschap alom geprezen. Zijn laatste show, geïnspireerd op het Venetiaanse carnaval, deed niet onder voor wat in het Carrousel du Louvre, hèt centrum van de Parijse haute couture, over de catwalk loopt. Het ademloos toekijkende publiek verdween in een wolkendamp van tule als Venetiaans glas en in de zwart-witruitjes van satijnen Harlekino's. En smult telkens weer van de verhalen over zijn inmiddels overleden vriend Uwe Murau die de 'Reisefieber' had en opeens naar een eenmalige Verdi-uitvoering in Egypte of première in New York moest. Over de Rotterdamse taxichauffeur die zich uitgaf voor Baron de Rothschild en bridgede met koningin Juliana - Govers grossiert in sappige anekdotes.

HIPPIETIJD

Het society-achtige gemurmel dat hem steeds op zijn shows van Amsterdam tot Dubai als een schaduw achtervolgt, verstomt voor de vitrines in de nog lege museumzaal. De couturier - tamelijk klein van stuk, gekleed in eenvoudige broek, overhemd en sjaaltje - staat voor een soort positiejurk, gehaakt strookje op het bovenlijf. Ook uit de jaren zeventig die, althans op de tentoonstelling, bijna messcherp de lijn afbakenen tussen de oude en nieuwe Govers. Tja, die hippietijd, de musical Hair, die vitaliteit, naakte mensen op het toneel. Hij glimlacht: “In die tijd mocht en kon alles. Mensen liepen verkleed op straat. Stapels kettingen, oorbellen. Iedereen wilde hetzelfde lijken. In deze tijd maakte ik kleding die vooral geïnspireerd was op mensen die ik in mijn omgeving kende.

Dáár”, hij wijst naar de paspoppen die in hun pailletten staan te glanzen, “daar sloeg ik mijn vleugels uit.” Hij ging reizen, verslond Dior, Balenciaga, Grès, Fath. En zou Nederland laten zien wat haute couture was. Niet zoals Dior, die met zijn stokje op het katoenen proefmodel aanwees hoe de valling moest worden, die als het bijna af was toch nog anders kon. Zoiets is niet meer te betalen. Het moet meteen goed.

“Ik maak eerst mijn tekeningen, zonder alle tierelantijnen, zodat mijn coupeuse meteen aan de slag kan met het patroon. Wat ik maak laat ik een beetje afhangen van wie er beschikbaar is. De een is goed in borduren, de ander in bont. Dertig man werkt er in mijn atelier, vaak al jaren. Ze voelen mij precies aan, wat ik bedoel met het volume van een rok. Soms mouleer ik zelf” - hij wijst naar een prachtig gedrapeerd lijfje - “zoiets is ook niet te tekenen.”

GROTE MATEN

Govers-mode is niet altijd uitbundig, zegt hij. Daar staat een zwarte lange jurk, ingetogen, met bruine banden. “Ik ben een mens van uitersten. Van jeans met uitgetornde lapjes en een feestjurk.” Zo maakt 's lands beste couturier ook Wehkamp-mode voor grote maten. Plooirokken, oversized blouses, toch een beetje tuthola om in Govers-termen te blijven. “Vind ik niet. Goed gekleed gaan heeft niet met geld of de nieuwste mode te maken. Ook van vrouwen die altijd hetzelfde dragen, kun je zeggen goh, wat een leuk wijf. Ik probeer bij deze collectie toch iets bijzonders te doen, betere stoffen, betere knopen, een goede coupe, een geraffineerde combinatie van dessins. Het is toch leuk als ik zo'n vrouw in haar 'Govertje' tegenkom in de schouwburg. En confectie, gut”, hij rent over de museumtrappen, “toen ik nog voor de confectionair Bröcker & Bröcker in Hongkong werkte, liet ik 30.000 jurken per week maken.” Even later, zittend op een stoel met uitzicht op zijn Van Gogh-jasje: “Ik ben erg blij om voor Wehkamp te kunnen werken. Heb er voldoening van ook voor niet opvallende vrouwen iets meer dan doorsnee te maken. Modetalent heeft vele facetten. Ik ben niet elitair. Ik wil in het leven staan.”

Mensen die het niet zo makkelijk hebben laten hem niet onberoerd; hij verdiept zich in hun gedrag, zegt hij. Bejaarden, mensen die hun huis niet uit durven, buitenlandse vrouwen die met hun ziel onder de arm door Amsterdam sjokken. “Een interieur voor een bejaardenhuis, voor de recreatiezaal, zou ik zó maken. Nee, ik ben geen majoor Bosshardt, maar ik vind het vanzelfsprekend dat ik in de persoonlijke sfeer mensen help.”

DAT HEILIGE MOETEN

Een jonge, veelbelovende mode-ontwerper heeft zich nog niet als protégé kunnen opwerpen. Govers resoluut: “Ik heb nog niemand gezien die dat heilige moeten heeft, zoals ik dat had toen ik jong was. Dat geloof in jezelf, die drang om een eigen stijl te ontwikkelen.” Dat moet, hoopt hij, op het Uur der Waarheid, blijken; dat Govers zichzelf trouw is gebleven dwars door de Staphorster-verpleegstersschorten en de Van Gogh-jasjes heen. Wat hij aan de Nederlandse mode heeft bijgedragen? “Ach, niet zoveel denk ik. Misschien is het oog hier wat meer gewend geraakt aan mooie dingen. Mijn fans hebben wel geleerd te onderscheiden wat goede kleding is. Dat dat verder gaat dan de grijze vuilniszak, want daarvoor is kleding niet bedoeld.”

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden