De engelen zijn terug maar klapwieken buiten de kerk

Door de Verlichting van het goddelijke podium geveegd, zijn de engelen terug van weggeweest. In de kerk 'een manier van zeggen geworden' vinden ze nu onderdak bij de esoterie.

Dit jaar beleefde de engel zijn jongste opleving, met de promotie van angeloloog Leo de Graaff. Zijn studie 'De verdwijning der engelen uit kerk en theologie' was niet puur beschrijvend. De auteur had een missie: de engel moet terug.

De Graaff wordt op zijn wenken bediend: de engel ís terug, althans de vraag ernaar. In soorten, rangen, kleuren, functies zijn ze te vinden op een keurig verzorgde startpagina op internet (engelen.pagina.nl). En er verschijnen boekjes over engelen alsof het een courant thema is.

Dat was in 1981, toen Rudolf Boon zich aan een boek over engelen waagde, wel anders, want hij dacht toen dat hij ongeveer de enige was die er wat in zag. Niet Boons 'Over de goede engelen', maar een boek van huisarts Henk Moolenburgh ('Engelen', 1983) markeerde een omslag in Nederland.

Een van de productiefste engelenauteurs is Hans Stolp. Dat is een ervaringsdeskundige, die door schade en schade wijs is geworden. Aanvankelijk was alles wat zich vliegend aandiende een engel, later werd hij wat selectiever. In de inleiding op zijn eigen boekje haalt hij de schatting van Moolen-burgh aan, die het percentage engelenervaarders hield op één procent; dat komt neer op een slordige 160 000 Nederlanders die bij vol bewustzijn een engel hebben gezien.

,,Daarnaast bleek zo'n acht procent van de mensen op de een of andere manier een engelervaring te hebben gehad” - totaal ver boven het miljoen. Der Spiegel publiceerde in 1997 een hogere schatting: de helft van alle Duitsers meende dat iedereen een beschermengel had. In de VS zijn het er nog meer.

Acht procent, vijftig, in ieder geval veel. Maar of je er wat over hoort, schrijft Stolp, hangt ervan af. Je moet ervoor openstaan, kinderen zien wel engelen, maar denken wel drie keer na voor ze je er deelgenoot van maken. Of, zoals Stolp het zegt, het verhaal 'moet veilig bij iemand zijn'.

Daarmee zijn we bij De Graaffs dissertatie beland. Hoofdschuldige aan het verdwijnen van de engelen is de Verlichting. En eigenlijk de Reformatie al, die weinig ophad met Gods hofhouding van engelen, serafijnen en wat dies meer zij. De Renaissance, met haar precieze weergave van de anatomie, toonde engelen die al menselijker werden - minder vleugels, meer vlees en bloed. De moderne theologie verklaart in die lijn engelen tot 'schizofrene waanvoorstellingen', schreef De Groene. Zover gaan de Nico's ter Linden niet, maar ook bij hen is de bovennatuur niet meer dan een manier van zeggen geworden.

Is De Graaff, zelf hervormd predikant, niet blij met de notities van zijn gereformeerde collega Stolp? Zeker is dat beide godgeleerden een diepe argwaan tegenover wegrationaliseren van ervaringen hebben, maar De Graaff heeft óók bedenkingen tegen de esoterische ideeën van Stolp. Een beetje Stolp-engel biedt licht aan het eind van de tunnel, een uitweg in nood, maar geen ontzag voor het numineuze, de huiver waar De Graaff zo graag van gewaagt. De engelen klapwieken maar wat raak en dat is voor de orthodoxe De Graaff een verschrikking want, schrijft hij, ze ,,zijn op geen enkele wijze in een dogmatisch en confessioneel kader geplaatst”.

De studieuze belangstelling van De Graaff wordt voortgestuwd door een eigen engelervaring (dat laatste heeft hij gemeen met Stolp), een ,,onzichtbare verschijning. In een moeilijk ogenblik van mijn leven heb ik moed en kracht geput uit de hulpgevende nabijheid van een hemels wezen”. Het citaat komt niet uit zijn boek, maar uit een interview; het proefschrift krijgt zo zelf vleugels. Maar hoopvol is De Graaff niet over zijn missie. De cultuur is er niet naar, de enige richting in de kerk waar men het bovennatuurlijke niet weghoont, de orthodoxprotestantse, heeft meer dan genoeg aan de Drie-eenheid.

Misschien is er toch nog hoop voor De Graaff: de gevoeligheid voor engelen zal onder migranten wel groter zijn. Dat blijkt uit zijn studie overigens niet. Wel ontwaart hij elders engelen: buiten de kerk. Het is geen toeval dat Stolp bij esoterische uitgeverij Ankh Hermes zit, net als Moolenburgh, en chemicus Jaap Hiddinga die zijn ervaringen boekstaaft in 'Engelen en visioenen'. ,,We hebben”, zo duidt De Graaff de esoterische hemelingen, ,,als het ware te maken met geseculariseerde engelen.”

De Graaff heeft er weinig mee op, zoals hij er ook aan voorbijziet dat engelen in de islamitische wereld rijkelijk aanwezig zijn. Het zal het eerste fenomeen niet wezen dat herleeft door de invloed van de islam in het Westen. Maar dat zijn natuurlijk boodschappers van een mindere God.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden