De engelen hebben zich losgezongen

(Koen Verheijden) Beeld
(Koen Verheijden)

Literatuurcriticus Kees Fens (1929-2008) was ’erfgenaam van een lege hemel’. Als misdienaar raakte hij door de hoge hemel bedwelmd, maar gaandeweg kwam de hemel ’naar beneden’. Op de kerk van zijn jeugd prijkt nu zijn portret; het gebouw zelf is onttakeld.

Lodewijk Dros

Als een uit zijn krachten gegroeid bidprentje hangt het portret van Kees Fens hoog boven de stoep. Zo hoog, dat hij zijn geboortehuis er pal tegenover, op twee hoog, binnen kan kijken.

Zijn bedrukte gezicht leunt op zijn rechterhand. Eronder staat zijn heldere boodschap, die postuum aan kracht gewonnen heeft. ’De hemel ligt om ons heen, in scherven op aarde.’

De ironie van de geschiedenis wil dat de rooms-katholieke kerk waartegen Fens’ portret is gemonteerd, onttakeld is. Straks rest niets meer dan een façade, binnen zit dan iets sociaal-cultureels voor de behoeftige naaste. Geen betere illustratie van Fens’ angst dat de traditie zou verdwijnen.

Binnen, boven het altaar, is een overweldigend aantal bogen zichtbaar, ieder goed voor een soort wezens die de hemel zouden bevolken, in een strakke ordening. Aartsengelen, heersers, cherubijnen. Volgens de ’Rijmbijbel’ uit 1271 woonden ze er sinds de grondlegging der wereld:

God die maecte int beghin

den hemel en oec mede der in

al die inghelike nature

De rijmer zal zich die ’engelachtige wezens’ voorgesteld hebben zoals de middeleeuwer dat deed: keurig op een rijtje. Die hiërarchie dateert niet uit de Bijbel, maar uit het begin van de Middeleeuwen. Ergens rond 500 stelde pseudo-Dionysius de Areopagiet haar te boek. De Latijnse mis, waarmee Fens opgroeide, nam haar over en ook in de protestantse traditie is ze doorgedrongen – er is een vers uit het ’Liedboek voor de kerken’ (1973) dat het heeft over zingende ’heemlen, serafs, machten, tronen’.

In de vroegste eeuwen van het christendom is er weinig speculatie over de hemel te vinden; de vroegste afbeeldingen komen uit de catacomben, graven dus, maar die gaan over Gods werk in het aardse leven, niet over de hemel.

In de vorige eeuw is het hemels baldakijn waaronder we dachten te leven, als een paraplu ingeklapt en weggezet. ’Mijn schervenverhaal’, noemde Fens het. „Niemand kent het geheel meer.”

De bevolking van de versplinterde hemel mag zich wél verheugen in populariteit. De engelen hebben zich losgezongen van hemel en hiërarchie en zijn alomtegenwoordig, in reclame en spirituele workshop, op koffiemok en in Viva.

Het bijbelse kerstverhaal is een van de weinige bijbelplaatsen waar hemel en engelen zich manifesteren. Godsdiensthistorisch is het waarschijnlijk zo gegaan: in de twee eeuwen voor Jezus’ geboorte is het geloof in engelen intensiever geworden, wat de weergave van de kerstnacht heeft gekleurd.

Engelen voldoen aan de romantische behoefte die velen naar de kerstnachtmis of -dienst trekken. In kerstspelen komen engelen vooral voor omdat hun aantal zo prettig uitbreidbaar is: naast een Heilige Familie, wat herders en koningen, zijn er met die engelen altijd genoeg figurantenrollen te verdelen. De rest is schaap, os of ezel.

In de aanloop naar het geboorteverhaal doet een met naam genoemde engel van zich spreken: aartsengel Gabriël. Dat is, in de hiërarchie van Fens’ kerk, een lagere verschijning, categorie 3, maar nog altijd heel veel hoger dan wij, stervelingen. Gabriël kondigt Jezus’ geboorte aan – zoals er later een engel getuige is van diens opstanding. Gabriël weet eeuwen later door te dringen tot in Saoedi-Arabië. Daar noemen ze hem, de goed ingeburgerde aarstengel, Djibriel, en treedt hij op als de grote doorgever van Allahs openbaringen aan Mohammed. Het resultaat heet Koran.

Veel van Gabriëls collega’s, maar dan van een naamloos slag, doen in de kerstnacht kond van de geboorte van Jezus.

Ze hangen, of vliegen, in de kersthemel die het kerstnachtpubliek vanavond gewild of ongewild krijgt voorgeschoteld; het kerstverhaal is een van de bijbelplaatsen waar er onbekommerd over wordt bericht. De engelen vormen een ’hemels leger’ dat ’Ere zij God’ zingt; in de Nederlandse traditie fors getoonzet op een stampende soldatenmelodie die precies past bij het heilsleger in de hoge.

Het curieuze van Kerstmis is zijn aantrekkingskracht. Een verklaring ervoor is voer voor psychologen. Het zou wel eens kunnen komen door Jezus, vrucht van een maagdelijke bezwangering, een onmogelijke intimiteit, die van hemel en aarde, waarnaar men stiekem hunkert.

Kees Fens was, zei hij, geen gelovige meer, maar hij kende de pijn van dat gemis dat vooral bestond in het besef van het verdwijnen van de hemel op aarde, de liturgie, de geuren en gewaden onder de negen bogen van hemelbewoners uit zijn jeugd. Die bogen zijn er nog in het kerkgebouw waarop zijn beeltenis prijkt, met de engelen in soorten en maten, als laatste wachters op een voorgoed voorbije tijd.

In een documentaire die aan Fens werd gewijd, verwoordt hij zijn gemis in een onvergetelijke scène. De broze zeventiger loopt de kerk van Onze Lieve Vrouw van Altijddurende Bijstand in Amsterdam (Chassékerk) binnen, waar hij ooit misdienaar was. Het interieur is gesloopt en ligt er troosteloos bij, als een geruimde boerderij. Fens kan alleen maar uitbrengen: ’Grote God’.

’Erfgenaam van een lege hemel’, heet de documentaire, want dat werd Fens.

In de Volkskrant vertelde hij vorig jaar dat zijn hemel bestond in de ’cyclische voortgang’ – ieder jaar volgt de kerk hetzelfde ritme. „Het kerkelijk jaar opent het perspectief op de eeuwigheid. Zo verschijnt de hemel in het aardse.”

Fens genoot ervan, zozeer, dat het hem ’bedwelmde’ – en hij er afstand van nam. Maar nooit definitief afscheid. Hij bleef moeite houden met ’herbestemming of afbraak van kerkgebouwen’. „Het is onvermijdelijk, dat weet ik. De hemel is naar beneden gekomen en ligt om ons heen, in scherven op de aarde. Die resten van wat zoveel betekenis voor ons heeft gehad, verdienen op zijn minst aandacht en respect.”

Met moede ogen kijkt hij ons vanaf de pui van de kerk van zijn jeugd aan. Wat zou hij vinden van de nieuwe bestemming van het gebouw? Kan iemand na zijn dood meekijken vanuit een hemel waarin hij niet gelooft?

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden