De ene exoot is de andere niet

interview | Tegen het uitroeien van de tijgermug zal niemand bezwaar hebben. Anders ligt dat bij Pallas' eekhoorn of de Indische huiskraai. Exotenbestrijding vraagt om mensenkennis, verstand van ecologie is niet voldoende.

Planten, insecten, vissen, zoogdieren, allerhande levende have uit andere windstreken nestelt zich binnen onze landsgrenzen. Milieukundige Laura Verbrugge (1986) deed onderzoek naar de aanpak van biologische invasies. Vandaag promoveert ze op dit onderwerp aan de Nijmeegse Radboud Universiteit. Een uitgelezen moment, want de bestrijding van invasieve exoten, waarvan Nederland al jaren werk maakt, heeft sinds dit voorjaar ook de aandacht van Europa.

Exoten zijn uitheemse plant- en diersoorten, die in de natuur terecht zijn gekomen door toedoen van de mens - handel, transport, uitzetten of loslaten door particulieren - of door ontsnapping uit dierentuinen en volières. Bekende voorbeelden zijn grote waternavel, ambrosia, Amerikaanse vogelkers, reuzenberenklauw, tijgermug, Aziatische boktor, zonnebaars, wolhandkrab, quaggamossel, brulkikker, halsbandparkiet, Indische huiskraai, Nijlgans, Siberische grondeekhoorn en Pallas' eekhoorn.

Een soort als de Turkse tortel hoort in dit rijtje niet thuis, want dit duifje is destijds geheel op eigen kracht gekomen. Ook soorten die in de toekomst nog binnenwandelen of -vliegen, bijvoorbeeld gedreven door klimaatverandering, worden niet tot de exoten gerekend. Maar de Indische huiskraaien, die de fatale vergissing maakten om op een schip mee te liften en in Hoek van Holland van boord te gaan, dragen dat etiket wel en worden ook actief bestreden.

Hoe erg?

Het onderwerp exoten roept veel discussie op. Bijvoorbeeld over de vraag hoe erg het eigenlijk is, dat er plant- en diersoorten bij komen. Ging dat, sinds de wereldhandel eeuwen geleden op gang kwam, niet altijd al zo? Handelaars brachten van hun reizen exotische planten, bloemen en dieren mee, en waterdiertjes en -organismen liftten mee in het ballastwater van de schepen.

Van sommige exoten wéten we niet eens meer dat ze hier oorspronkelijk niet thuishoorden. Het konijn bijvoorbeeld, het damhert en de fazant, maar ook de kastanje, de appel- en de perenboom. Ze zijn hier ooit geïntroduceerd, maar we beschouwen ze sinds jaar en dag als inheemse soorten. Waarom zouden we dan zo xenofoob zijn?

Laura Verbrugge denkt er genuanceerd over. "Niet alle exoten zijn schadelijk en ze worden ook lang niet altijd invasief." Exoten heten 'invasief', wanneer ze zich én snel verspreiden én schadelijk zijn voor de inheemse flora en fauna, de economie of de volksgezondheid. Dan kunnen ze ernstige problemen veroorzaken, weet Verbrugge. "De Amerikaanse rivierkreeft is een goed voorbeeld. Deze kreeft is vanuit het zuidoosten van Noord-Amerika in Europa ingevoerd, voor aquaria en voor de consumptie. Aquariumhouders hebben vervolgens kreeften uitgezet in Nederlandse wateren, niet wetende dat ze een ziekte bij zich dragen, de kreeftenpest, die dodelijk is voor de Europese rivierkreeft. In heel Nederland is die inheemse kreeft nu nog maar in één watersysteem te vinden, in de buurt van Arnhem.

Nu kun je zeggen dat die nieuwe soort de oude vervangt en dat per saldo het aantal soorten er niet op achteruit gaat. Maar op wereldschaal neemt de biodiversiteit wél af, als er soorten uitsterven."

Als erg invasieve soorten oprukken, en andere soorten verdrijven, dreigen er monoculturen te ontstaan, legt Verbrugge uit. Dat ondergraaft soms hele ecosystemen en de diensten die die leveren, zoals schoon drinkwater of bodemvruchtbaarheid. "Denk bijvoorbeeld aan woekerende waterplanten, zoals de grote waternavel, die sloten laten dichtgroeien en onbevaarbaar maken. Ze blokkeren de waterafvoer, verminderen de waterkwaliteit drastisch en ontnemen andere waterplanten licht en dus groeimogelijkheden. Of denk aan de Aziatische boktor, die een groot risico vormt voor boomkwekerijen.

Een berucht buitenlands voorbeeld is de Nijlbaars, die in de jaren vijftig voor de visserij werd uitgezet in het Victoriameer in Afrika. Door de invasie van deze, naar het bleek wel heel agressieve, exoot stierven alle andere vissoorten uit, met grote gevolgen voor de lokale bevolking en de mondiale biodiversiteit."

De mens

In de biologie is veel belangstelling voor biologische invasies. Maar, zegt Verbrugge, voor een effectieve bestrijding van exoten heb je niet genoeg aan ecologische kennis. "De rol van de mens kun je niet overslaan. Waarom, bijvoorbeeld, zetten mensen hun overtollige vijverplanten of vissen uit in de sloot? Ik ben naar tuincentra en dierenspeciaalzaken gegaan en heb daar klanten en verkopers ondervraagd. Wat weten ze van het onderwerp?"

"Uit mijn onderzoek blijkt dat veel mensen er geen notie van hebben dat één gedumpte plant al een groot probleem voor een sloot kan betekenen. Ze zetten hun planten juist in de sloot uit respect voor de natuur, want levende planten willen ze niet weggooien."

In 2010 sloten de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) en de Waterschappen met de waterplantenhandel een convenant over het uit de handel weren van schadelijke exoten. Dat convenant ging gepaard met de poster- en folderactie 'Geen exoot in de sloot'.

Deze bewustmakingscampagne heeft echter geen noemenswaardig effect gehad op kopers en verkopers van waterplanten, merkte Verbrugge. "Mensen komen soms maar één keer per jaar in een tuincentrum of speciaalzaak. Ook ruilen ze onderling planten en bieden ze planten op Marktplaats aan."

Kennisoverdracht

Haar conclusie: "Er moet veel meer worden gedaan aan kennisoverdracht over exoten, zowel in de opleiding van medewerkers in de groene sector als in de voorlichting aan consumenten. Vaktijdschriften zijn daarvoor een goed medium en zeker ook internet. "De NVWA heeft al apps gemaakt over de hooikoortsplant ambrosia en over de waterplanten uit het convenant, maar de NVWA zou een complete website moeten bouwen over exoten."

Ook bij de bestrijding van invasieve exoten moet rekening worden gehouden met wat er in de maatschappij leeft, waarschuwt Verbrugge. "Eliminatie van de tijgermug, die knokkelkoorts kan veroorzaken, zal niet op grote weerstand stuiten. Maar in Hoek van Holland was de verontwaardiging groot, toen besloten werd de Indische huiskraai te lijf te gaan. Burgers en vogelaars zien de kraai niet als een invasieve exoot, maar als een bijzondere vogel."

"De roemruchte halsbandparkiet zit inmiddels in de beoordelingsfase of hij invasief is. Er is een vermoeden dat hij concurreert om nestruimte met andere vogels en ook wordt er schade gemeld aan fruitbomen. Maar invasief of niet, het zal moeilijk worden om deze bij velen geliefde exoot nog weg te krijgen."

Soms gaat het goed in de communicatie met de burgerij. In Limburg bijvoorbeeld, waar de exotische Pallas' eekhoorn een bedreiging kon worden voor de inheemse rode eekhoorn. "Met hulp van burgers, die goed zijn geïnformeerd over de mogelijke bedreiging, worden de exotische eekhoorns gevangen en daarna niet gedood maar naar een opvang gebracht."

Wie moet er op de zwarte lijst?

Ook andere EU-landen houden zich bezig met de bestrijding van invasieve exoten, maar risicobeoordelingen kunnen per land tot verschillende uitkomsten leiden. Om 'dweilen met de kraan open' te voorkomen worden er, mede op initiatief van de Nederlandse overheid, komend jaar Europese richtlijnen van kracht.

De Europese Commissie komt naar verwachting in de eerste helft van 2015 met een eerste voorstel voor de soorten die op de Europese 'zwarte lijst' moeten komen. Soorten die bijvoorbeeld in Spanje inheems zijn, maar niet in de Nederlandse natuur thuishoren, komen niet op de EU-lijst. Ook soorten die in Europa beschermd zijn, mogen niet bejaagd worden.

De definitieve Europese lijst van invasieve exoten laat dus nog op zich wachten, maar het raamwerk voor de regelgeving is dit voorjaar al wel goedgekeurd. Alle Europese lidstaten zijn volgens die regeling straks verplicht de soorten van de zwarte lijst op te sporen, te elimineren - of, als dat niet (meer) lukt, zo goed mogelijk te beheersen - en een verbod in te stellen op de invoer, handel, het bezit en het uitzetten van de verboden soorten.

Help! De Chinese moerasslak rukt op

De Radboud Universiteit heeft samen met Natuurplaza (Ravon, Sovon, Floron, de Zoogdiervereniging en Stichting Bargerveen) het Nederlands Expertise Centrum Exoten (NEC-E) opgericht. In opdracht van de Voedel- en Warenautoriteit NVWA heeft het NEC-E voor ruim 700 soorten, die nog niet in Nederland voorkomen of slechts in kleine aantallen, een 'horizonscan' gemaakt. Daarin wordt beoordeeld of een soort een risico kan worden in Nederland. Het resultaat: negentig soorten kunnen eventueel invasief worden, waaronder de Chinese moerasslak, de Aziatische hoornaar (insect), moeraslantaarn (plant), de Siberische grondeekhoorn en de Italiaanse kamsalamander.

Laura Verbrugge (1986) studeerde Environmental sciences aan de Universiteit Utrecht en de Radboud Universiteit Nijmegen. Vandaag promoveert ze op het proefschrift 'Going Global: Perceiving, assessing and managing biological invasions'. Sinds 2014 werkt Verbrugge als onderzoeker bij het RiverCare programma van het Institute for Science, Innovation and Society van de Radboud Universiteit.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden