De ene bond krijgt erbij, de andere levert in

topsportgelden | NOC-NSF kon door een extra subsidie de financiële schade voor de bonden beperkt houden.

Het lijkt op voorhand een logische gevolgtrekking: vanwege de tegenvallende prestaties tijdens de Spelen van Rio krijgt de zwembond voor de komende olympische cyclus minder geld van NOC-NSF. Voor het eerst sinds 1992 (Barcelona) pakten de Nederlandse zwemmers in het Braziliaanse bad niet één olympische medaille. Dat heeft consequenties voor de geldkraan, zou je denken.

Maar zo ligt het niet, zei Maurits Hendriks gisteren tijdens een persconferentie over de toekenning van de topsportgelden voor de komende jaren. De zwembond ontvangt in vergelijking met 2013 weliswaar 242.700 euro minder, maar dat komt vooral omdat de sportkoepel een deel van de talentontwikkeling niet meer financiert. Met ruim 1,2 miljoen euro voor de komende olympische cyclus blijft de zwembond een grootverdiener.

Hendriks, technisch directeur van NOC-NSF, benadrukte bij de bekendmaking van de cijfers dat de bonden niet worden afgerekend op slechte prestaties uit het verleden. Natuurlijk worden die wel grondig geëvalueerd, maar volgens Hendriks, chef de mission in Rio, wordt vooral gekeken naar de prestatiepotentie van de sporten. En NOC-NSF ziet nog voldoende potentie in de zwemsport.

Als voorbeeld haalde Hendriks in dit verband ook de judosport aan. Met één olympische (bronzen) medaille kon de judobond bepaald niet op geslaagde Spelen in Rio terugkijken. Maar omdat NOC-NSF voldoende potentie ziet in het judo, werd de bijdrage voor de komende vier jaar verhoogd tot 1,5 miljoen euro. Daarmee werd de JBN de op een na best bedeelde bond. Alleen het watersportverbond krijgt meer: 1,6 miljoen euro.

Van de 'grote' sporten voerde atletiek de lijst met stijgers aan: van 907.820 naar 1,225.000 euro. Ook de bijdrage voor het programma van het vrouwenturnen werd bijna verdubbeld tot 500.000 euro. Uiteraard waren er ook dalers, sporten waarvan NOC-NSF meent dat de kans op medailles en titels gering is. Op de programma's van ondermeer golf, rugby sevens en de tafeltennissters werd flink gekort.

Door een extra financiële injectie van het ministerie van VWS van 10 miljoen euro kon NOC-NSF de financiële schade voor de bonden redelijk binnen de perken houden. De sportkoepel had voor de programma's 26,3 miljoen euro beschikbaar ¿ een bedrag vrijwel gelijk aan dat van 2013. Opnieuw mochten 33 bonden op steun rekenen en steeg het aantal programma's van 55 naar 62.

De verschuivingen in de toekenningen waren veel minder groot dan in 2013. In dat jaar voerde NOC-NSF het zogenaamde focusbeleid in, de financiën werden verdeeld op basis van kansrijkheid. Onder het motto 'minder sporten, meer medailles' werd de focus verlegd naar sporten die historisch gezien de meeste kans hadden op het veroveren van olympisch eremetaal.

Veel sporten werden door dat beleid flink geschoren, maar dat kwam volgens Hendriks ook omdat de bonden in totaal voor maar liefst 66 miljoen euro steun hadden aangevraagd. Terwijl er 26,5 miljoen beschikbaar was. Dit jaar stond er 28,8 miljoen op de verlanglijst van de bonden. Hendriks: "Er zat nu een groot realisme in de aanvragen. We hoeven elkaar geen verhaaltjes meer te vertellen."

Nederland krijgt er volgend jaar een Centrum voor Topsport en Onderwijs bij. Nu zijn er nog vier: Amsterdam, Noord (Heerenveen), Papendal en Zuid (Eindhoven). Het CTO Metropool (Den Haag en Rotterdam) moet nog aan een aantal voorwaarden voldoen, maar NOC-NSF heeft goede hoop dat het centrum in de zomer van volgend jaar kan worden gerealiseerd.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden