De ene bijstandsklant is de andere niet

door Wybo Algra

Zelfs vrijwilligerswerk is vaak een brug te ver voor bijstandsgerechtigden. Maar volgens staatssecretaris Van Hoof moeten de gemeenten gewoon beter hun best doen.

Eigenlijk is de toon van een nieuw rapport van de Inspectie voor Werk en Inkomen (IWI) uitgesproken mild. Gemeenten proberen hard om mensen die al heel lang in de bijstand zitten, weer aan een baan te helpen of in elk geval te stimuleren maatschappelijk actief te zijn. Het valt hun dan ook, lijkt de suggestie, nauwelijks aan te rekenen dat het allemaal zo bar weinig uithaalt.

Veel minder begripvol was staatssecretaris Van Hoof (sociale zaken) in zijn reactie op het rapport. Gemeenten moeten gewoon beter hun best doen, stelde de bewindsman kordaat. Waarbij hij verwees naar onderzoek in opdracht van de Raad voor Werk en Inkomen (RWI): een reïntegratie-traject vergroot de kans om vanuit de bijstand weer een baan te krijgen, van 18 naar 42 procent. Deze raad op zijn beurt, concludeert dat de staatssecretaris appels met peren vergelijkt. Het door Van Hoof aangehaalde RWI-onderzoek gaat over slechts een deel van de bijstandsgerechtigden. Dat deel welteverstaan, dat nog een behoorlijke kans heeft om weer aan de slag te gaan. „Het is niet eerlijk die groep te vergelijken met de groep in het IWI-onderzoek”, zegt een woordvoerster van de raad. „Er is gewoon een categorie bijstandsgerechtigden die moeilijk naar werk te begeleiden is.”

De IWI keek in zes gemeenten in een heel andere kaartenbak, namelijk die van de meest kansarmen: langdurig werkloos, verouderde kennis, vaak medische of psychosociale klachten, en bijkomende problemen zoals schulden, echtscheiding of mishandeling. Voor deze groep zit betaald werk er in elk geval voorlopig niet in. De onderzochte gemeenten richten zich op opstapjes in de vorm van bijvoorbeeld taal- en computercursussen, en daarna vrijwilligerswerk.

Met, inderdaad, weinig bemoedigende resultaten, blijkt uit de 200 dossiers die de inspectiedienst bekeek. De helft van de deelnemers aan deze sociale trajecten komt veelvuldig niet opdagen, stopt halverwege en boekt per saldo geen vooruitgang. Bij de andere helft slaat het traject wel aan: zij komen in elk geval de deur weer uit. Maar ook zij wisten geen baan te bemachtigen, en zelfs vrijwilligerswerk zat er hen bijna nooit in.

Van Hoof verwijst ook naar Rotterdamse resultaten met reïntegratietrajecten: de kans op uitstroom naar werk is daar vergroot tot voor sommigen wel 42 procent. Ook hierbij is de vraag of het over dezelfde mensen gaat: de IWI bezag alleen trajecten voor sociale activering, Rotterdam alleen trajecten gericht op werk. Maar, en dat is dan weer een opsteker: bij die trajecten in Rotterdam bleken uitgerekend kansarme, laag opgeleide ouderen relatief het meest baat te hebben.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden