de Emoe: Loopvogel met zwakke nek en sterke voeten

De wurging van een emoe door de politie van Groningen was vorige week een pijnlijke vergissing. De grote loopvogel was ontsnapt uit een kinderboerderij en genoot al een aantal dagen van de vrijheid. Er gaat niets boven Groningen. Het is de vraag of een loslopende emoe veel kwaad kan, maar het zijn qua maatvoering nu eenmaal geen kippen of ganzen en daarom is het wel raadzaam ze niet los te laten lopen. Dat vonden de Groninger ordehandhavers ook, en zes man sterk rukte men uit om de voortvluchtige vogel te vangen. Met een lasso, als echte cowboys die een wilde mustang moesten temmen. Helaas liep deze Rawhide-imitatie verkeerd af, want toen het touw eenmaal om de nek van de onfortuinlijke loopvogel zat werd het arme dier simpelweg gewurgd. Toegesnelde deskundige hulp kwam te laat.

Een emoe is geen struisvogel maar hij lijkt er wel sterk op. Emoes, struisvogels, nandoes, kasuarissen en kiwi's behoren tot de orde van de loopvogels of Ratites. Het is een oude groep binnen de vogels, die al heel lang geleden het vermogen om te vliegen is kwijtgeraakt. Raar eigenlijk: vogels zijn dinosaurussen die ooit zijn gaan vliegen en vervolgens zijn de loopvogels het vliegvermogen weer verloren, en daarmee weer teruggegaan naar de oorspronkelijke manier van voortbewegen die ook Tyrannosaurus en consorten hanteerden: rondscharrelen en rennen op vlezige achterpoten. De enige aan de loopvogels nauw verwante vogels zijn de tinamoes, Zuid-Amerikaanse kipachtige dieren die echter niets met kippen te maken hebben; tinamoes kunnen nog wel vliegen. Al ergens in de Krijttijd is de groep loopvogels en tinamoes van de overige vogels afgesplitst en deels weer aan de wandel gegaan.

Loopvogels leven op het zuidelijk halfrond, of beter gezegd: op het oude continent Gondwana dat is opgesplitst in onder andere Zuid-Amerika, Afrika, Madagaskar en Australië. Al deze gebieden hebben hun eigen loopvogels: in Zuid-Amerika zijn dat de nandoes, in Afrika echte struisvogels, in Nieuw-Zeeland kleine kiwi's en in Australïe emoes en kasuarissen. Ooit leefden op Madagaskar de grootste loopvogels ooit, de olifantsvogels, die eieren legden zo groot als een rugbybal. In Nieuw-Zeeland hebben de eerstaangekomen mensen nog kort samengeleefd met moa's, die ook enorme afmetingen ontwikkelden.

Tegenwoordig zijn struisvogels de grootste nog levende vogels. De emoe, die getooid is met de fraaie wetenschappelijke naam Dromaius novaehollandiae (naar Nieuw-Holland, de oude naam voor Australië), is de op één na grootste levende vogel, ze worden manshoog. Hun ongeveer 15 centimeter grote eieren hebben een prachtige donker blauwgroene kleur. Je kunt er cameeën van snijden en de mega-omeletten worden gegeten. Emoes zelf zijn echte alleseters, ze vullen hun maag met zulk uiteenlopend voedsel als fruit, zaden, boomschors, insecten, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën; ja, zelfs poep wordt niet versmaad. Hun natuurlijke vijanden zijn dingo's, waartegen ze zich kunnen verdedigen door hard en soms dodelijk te schoppen, en grote roofvogels, waartegen dat uiteraard weinig uitricht. Nu kan ook de Groninger politie zich in dat rijtje scharen; schoppen hielp hier evenmin.

Jelle Reumer is directeur van het Natuurhistorisch Museum Rotterdam

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden