De ellende in Kirkuk begon met de vondst van olie

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Met de inname van Kirkuk door het Iraakse leger maakt Bagdad voorlopig een einde aan een Koerdische droom.

Iraakse Koerden beschouwen het als hun Jeruzalem, Turkmenen beweren de oudste claims te hebben op Kirkuk en voor de Iraakse regering in Bagdad is de stad onderdeel van Irak. Ook Turkije en Iran hebben een oogje op de oliestad.

De ellende begon in Kirkuk toen in 1927 olie werd gevonden, en Iraakse en Amerikaanse technici de eerste oliebron Baba Gurgur (Vader Vlam in het Koerdisch) aanboorden. Olie-export begon in 1934, en daarmee ook de grootscheepse verandering van Kirkuk, van een slaperig Turkmeens stadje naar een oliestad met vier actieve en twee nog niet ontwikkelde oliebronnen.

In de jaren erna trok de zich ontwikkelende olie-industrie Koerdische en Arabische werkzoekenden, wat leidde tot een demografische verandering. Volgens een volkstelling was in 1957 nog maar bijna 38 procent van de inwoners Turkmeens, terwijl ruim 33 procent Koerdisch was en de rest Assyrische christenen en Arabieren.

Die volkstelling was de laatste die werd gehouden, en waarop sindsdien beleid is gebaseerd, ook al veranderde de situatie herhaaldelijk. Bijvoorbeeld door het arabisatiebeleid van de Iraakse dictator Saddam Hoessein, die Irakezen uit Zuid-Irak met banen naar Kirkuk lokte en Koerden de stad uitwees. En daarna nogmaals na Saddams val in 2003, toen verjaagde Koerden terugkeerden, samen met anderen die aangetrokken werden door Koerdische beloften voor een beter leven. Hoe de verhoudingen nu zijn is officieel niet bekend, maar de Koerden lijken in de meerderheid.

null Beeld Brechtje Rood
Beeld Brechtje Rood

Betwiste gebieden

Volgens de Iraakse grondwet van 2005 vallen Kirkuk en omgeving onder artikel 140: dat zijn betwiste gebieden waarop zowel de Koerden als Bagdad aanspraak maken en waar na een nieuwe volkstelling een referendum over de status zou moeten worden gehouden. Tien jaar na het aflopen van de termijn daarvoor heeft die telling nog niet plaatsgehad en hanteert men nog steeds de cijfers uit 1957.

Behalve de Koerden en Bagdad meent ook Turkije zeggenschap te hebben over de stad. Tijdens het Ottomaanse regime was ze onderdeel van de Ottomaanse provincie Mosul, en een deel van de Turkmenen in de stad onderhoudt nauwe politieke banden met Ankara. Het sjiitische buurland Iran, dat veel invloed heeft op de sjiitische machthebbers in Bagdad, heeft een oogje op de olie van Kirkuk, en kwam onlangs met het plan voor een pijpleiding om het zwarte goud naar Iran te vervoeren.

Toen IS in 2014 naar Kirkuk optrok en het Iraakse leger zich uit de voeten maakte, wisten Koerdische peshmerga-strijders de belangrijkste legerbasis te heroveren en het vliegveld en de oliebronnen veilig te stellen. Sindsdien stonden die bronnen onder Koerdische bewaking. Het bestuur van de stad kwam al in 2011 grotendeels in Koerdische handen: met een meerderheid in de provinciale raad en een Koerdische gouverneur, Najmeddin Karim, die de Koerdische vlag op de overheidsgebouwen plantte.

Hoewel Kirkuk voor alle Koerden de gedroomde hoofdstad is van hun toekomstige staat, is de stad vooral voor de PUK, de partij van de onlangs overleden leider Jalal Talabani, van belang. De PUK heeft er de meeste aanhang en het zou de partij ten goede komen als Kirkuk onderdeel wordt van zo’n staat. Want dan zou de PUK, die vooral sterk is in het oosten van Koerdistan, aan invloed winnen ten opzichte van de rivaliserende KDP van president Barzani, die nu de grootste is. Mede daarom was PUK-gouverneur Najmeddin Karim van Kirkuk een van de grootste pleitbezorgers voor de stad als onderdeel van Koerdistan.

Maar met de aanstelling van een Arabische gouverneur en de overname van alle taken door de Iraakse regering heeft Bagdad voorlopig niet alleen een einde gemaakt aan het Koerdische bestuur, maar ook aan de Koerdische droom van Kirkuk als hoofdstad van een eigen staat.

Iraakse vlag wappert weer

De bestorming van Kirkuk door de Iraakse krijgsmacht begon vroeg vanochtend met de bliksemsnelle inname van de militaire basis K1 en het vliegveld van de stad. Het aantal strijdkrachten dat meedeed aan de bestorming is nog onduidelijk. Er namen wel veel overheidsinstanties deel aan de operatie, zoals de landmacht, antiterreureenheden en de federale politie. Zij zijn in de afgelopen jaren sterk geprofessionaliseerd en hebben veel oorlogservaring opgedaan in de strijd tegen IS, bijvoorbeeld bij de inname van Mosul en Fallujah. Na de inname van Kirkuk haalden zij op verschillende plekken de Koerdische vlag neer en hesen de Iraakse.

Alles draait om de olie

Voor alle partijen schuilt het belang van Kirkuk in de 400.000 tot 500.000 vaten olie die er per dag worden geproduceerd. Een klein deel ervan is voor raffinage en benzine voor de Iraakse markt, zo’n 300.000 vaten verdwijnen via een pijpleiding naar het Turkse Ceyhan en naar buitenlandse kopers. Sinds die leiding in 2014 vernield werd bij aanslagen door IS, is een Koerdische pijpleiding naar Turkije in gebruik, waarmee ook olie die in de Koerdische Regio wordt gewonnen zijn weg vindt naar de wereldmarkt. Alle partijen meldden vandaag dat de oliewinning ondanks de Iraakse overname van de stad ongemoeid is gebleven.

Lees ook:

- In Irak laait een nieuwe oorlog op, en dat komt IS goed uit

- Koerden en Iraaks leger tegenover elkaar in Kirkuk

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden