DE ELIZABETH TAYLOR ONDER DE FILMREGISSEURS

Van het Polanski-retrospectief maken deel uit: 'Twee mannen en een kast', 'Mes in het water', 'Repulsion', 'Cul-de-sac', 'The fearless vampire killers', 'Rosemary's baby' 'Chinatown' en 'Le locataire'. Het retrospectief is te zien in Amsterdam-Kriterion (26 januari tot en met 1 februari) en in Den Haag-Filmhuis (2 tot en met 8 februari), te beginnen met 'Chinatown'. Vanaf 2 februari (Amsterdam-Uitkijk) komen de films ook afzonderlijk in roulatie.

Roman Polanski werd in 1933 in Parijs geboren. Zijn vader, een Poolse jood, zocht er fortuin en vond er een Russische vrouw. In 1936 keert Polanski met vrouw en zoontje terug naar Polen. De kleine Roman wordt er gepest om zijn pijpekrullen, geringe lengte en malle Franse accent.

In 1939 dienen zich ernstiger problemen aan. De Duitsers bezetten Polen en de Polanski's belanden in het getto van Krakau. De jonge Roman wordt daar een ware overlever. Hij pendelt onbekommerd heen en weer tussen het getto en de rest van de stad. Daar geniet hij van 'foute' Duitse films en sterren als Marika Rökk.

Als zijn ouders gedeporteerd worden (zijn moeder keert niet meer terug) zwerft de kleine Roman, zich steeds aanpassend aan andere omstandigheden, van het ene naar het andere onderduikadres in Krakau. Pal voordat het getto ontruimd wordt, vlucht hij naar het platteland.

In zijn autobiografie 'Roman' (1984) roept hij trefzeker het beeld op van een joch dat in zijn eentje moet overleven in een wereld waarin kinderlijke naïviteit continu door gruweldaden van volwassenen geperverteerd wordt.

Polanski's films zijn vaak in verband gebracht met zijn (getto-)ervaringen. Duiken er niet telkens mensen in op die min of meer gevangen zitten op geïsoleerde plekken (een boot, een eiland, een afgelegen huis) en die daar bedreigd worden door 'het kwaad', door 'iets onheilspellends'?

Zo'n verstikkende situatie komt al voor in Polanski's eerste lange speelfilm 'Mes in het water' (1962), duikt nog steeds op in zijn tot nu toe laatste film 'Death and the maiden' (1994) en vormt ook de essentie van ondermeer 'Rosemary's baby' (1969) en 'Cul-de-sac' (1966).

Naast zijn films laat ook Polanski's loopbaan zich moeiteloos in het verlengde schuiven van zijn jongensjaren. Altijd blijft hij de taaie overlever die hij toen werd. Polanski is altijd zichzelf: of hij nu in Polen, Frankrijk of Amerika filmt; werkt met een groot of klein budget, in zee gaat met actrice A of B en of hij nu een horror- of detectivefilm maakt. Zijn films ontstonden onder zeer verschillende omstandigheden, maar zijn (bijna) zonder uitzondering typische Polanski's. Uit de zo sterk bepalende oorlogsjaren komt Polanski te voorschijn als een onafhankelijke, vroegrijpe en rebelse jongeling met een passie voor film en toneel. Met zijn uit het kamp teruggekeerde vader kan hij het niet vinden. Ook ligt hij constant overhoop met de communistische autoriteiten, die geen boodschap aan zijn individualisme hebben.

Die autoriteiten proberen te beletten dat de eigengereide jongeling toegelaten wordt tot de Filmacademie van Lòdz. Polanski komt er, in 1954, toch terecht. Vooral dankzij Andrzej Wajda in wiens debuut 'Een generatie' (1954) hij een rol speelt. Acteren doet Polanski op dit moment in zijn leven wel vaker. Mede door zijn jeugdige uiterlijk is hij geknipt voor rollen van opstandige en eigenwijze pubers.

Al op de Filmacademie boekt Polanski internationaal succes. Met zijn korte studentenfilm 'Twee mannen en een kast' wint hij in 1958 de hoofdprijs op de Wereldtentoonstelling in Brussel. Het is een, aan het absurdistische Poolse toneel ontleende komedie waarin twee mannen met een enorme kast rondzeulen en tenslotte, met kast en al, in zee verdwijnen.

Ook met zijn eerste lange film ('Mes in het water') schiet Polanski in de roos. Hij gaat over een jong, welvarend en ogenschijnlijk gelukkig stel dat een lifter oppikt en meeneemt op een tochtje met hun zeilboot. Drie mensen, een zeilboot en een mes. Meer heeft Polanski niet nodig om de schone schijn van het burgermansgeluk te ondermijnen.

Hij laat 'slechts' een wapperend en klapperend zeil zien, een piepende en heen en weer zwalkende giek, of een in het zonnelicht even oplichtend mes. Aan die simpele beelden heeft hij genoeg om te suggereren dat het 'beschaafde' leven elk moment bedreigd wordt; ja verwoest kan worden, door duistere machtsspelletjes, troebele erotische verlangens en plotseling oplaaiend geweld.

Van die altijd dreigende terugval in de barbarij, wordt het mes het symbool. Het is al prominent aanwezig in het maar twee minuten durend filmpje 'Moord' (1957), dat Polanski als student in Lòdz maakte. Het gaat over een man die in een schaars verlichte kamer ligt te slapen en door een insluiper met messteken om het leven wordt gebracht.

Een kleine veertig jaar later speelt het mes bij Polanski nog steeds een belangrijke rol. In 'Death and the maiden' is Stuart Wilson verwikkeld in een machtsstrijd op leven en dood met Sigourney Weaver en Ben Kingsley. Wilson bemachtigt een mes en laat dat uit zijn handen vallen. Het zoeft loodrecht naar beneden, blijft trillend in de houten vloer staan en wordt angstvallig beloerd door drie paar ogen: ogen die slechts uitstralen dat degene die het mes te pakken krijgt de machtsstrijd zal beslissen, over leven en dood beschikt.

Polanski's beroemdste mes-scène zit echter in 'Chinatown' (1974). Daarin speelt hij zelf het personage dat hij in zijn scenario aanduidt als: 'the man with the knife'. In dat kleine rolletje valt alles samen: het kranige overlevertje uit het getto; de regisseur die geobsedeerd is door chaos en willekeur en de man die (naar vaak beweerd is en nog blijken zal) het kwaad over zichzelf lijkt te hebben afgeroepen.

In de mes-scène uit 'Chinatown' begeeft detective Jack Nicholson zich, om aanwijzingen te vinden, op verboden terrein. Hij wordt betrapt door twee mannen, van wie er één (Polanski) een opdondertje is. Wanneer Nicholson iets geringschattends zegt over 'die dwerg', priemt Polanski hem ogenblikkelijk de punt van een mes in een neusgat.

Zijn schoffeerder adrem afbekkend - 'Want to guess what happens to nosy fellows? . . . They lose their noses' -, bergt Polanski met een driftige uithaal, waarbij het bloed in het rond spat, zijn mes weerop. De rest van de film wordt Jack Nicholson's aangezicht ontsierd door een (legendarisch geworden) verband over zijn gekwetste neus.

Met de eerste lange film waarin Polanski met een mes de schijnbare orde ontregelt, heeft men in het Polen weinig op. 'Het mes in het water' wordt er 'decadent' bevonden. In het Westen daarentegen is men laaiend enthousiast. Polanski wordt uitgenodigd voor een festival in New York; zijn conterfeitsel verschijnt op de cover van 'Time Magazine', 'Mes in het water' krijgt een Oscar-nominatie voor de beste buitenlandse film.

In één klap is Polanski beroemd. De Poolse autoriteiten, die hem niet naar het westen willen laten vertrekken, staan machteloos. Het supertalent Polanski valt niet te stuiten. Hij kan aan de slag in zijn geboorteland Frankrijk en ook in het Mekka van de filmkunst, Hollywood. Meteen ook wordt hij ingelijfd bij de internationale jetset van wier vreugden en smarten uitgebreid kond wordt gedaan in de roddelpers.

Aanvankelijk maakt Polanski zijn faam volledig waar. In korte tijd maakt hij vier films waarmee hij overtuigend bewijst een begenadigd cineast te zijn. De vier films waarin hij het alledaagse, bijna zonder dat de kijker doorheeft welke vervreemdingstrucs hij toepast, weet te doordesemen met de dreiging van een naderend onheil of onontkoombaar geweld zijn: 'Repulsion' (1965), 'Cul-de sac' (1966), 'The fearless vampire killers' (1967) en 'Rosemary's baby' (1968).

Ook als beroemdheid timmert Polanski in de jaren zestig stevig aan de weg. Men verlekkert zich aan de vier mooie jonge actrices die hij in zijn films het kwaad laat ondergaan, waarmee hij misschien wel iets heeft en die hij soms op ronduit schofterige wijze behandelt. Die tot de verbeelding sprekende sterretjes zijn Catherine Deneuve, haar jong verongelukte zusje Françoise Dorléac, Sharon Tate, met wie Polanski trouwt en Mia Farrow.

En dan in 1969 moet Polanski zwaar boeten, zoals met name in de sensatiebladen vaak beweerd, voor zijn geflirt met de duistere machten. De verbeelder en provcocateur van het duivelse wordt zelf meedogenloos door het kwaad getroffen. In hun Californische huis worden Polanski's acht maanden zwangere vrouw Sharon Tate en enkele van haar vrienden op gruwelijke wijze afgeslacht door de satanische bende van Charles Manson.

Polanski wankelt, maar handhaaft zich nog even met een ongekend wrede (en zeer onderschatte) filmversie van Shakespeare's 'Macbeth' (1971) en een prachtige hommage aan de Amerikaanse film noir ('Chinatown' uit 1974). Daarna verliest hij langzaam maar zeker de greep op zijn werk. 'Le locataire' (1976), 'Tess' (1979), 'Pirates' (1986), 'Frantic' (1988) en 'Bitter moon' (1992) zijn nog maar zwakke afspiegelingen van de films waarmee hij zijn naam vestigde. Het bloedeloze 'Death and the maiden' is zelfs dat niet meer. Die keurige toneelverfilming had elke filmregisseur die zijn vak verstaat kunnen maken.

Terwijl hij als filmmaker uit centrum van de aandacht verdwijnt, blijft Polanski als beroemdheid goed in de markt liggen. Alleen al de jonge hoofdrolspeelsters van 'Tess' (Nastassja Kinski) en van 'Frantic' en 'Bitter moon' (de Franse actrice Emanuelle Seigner met wie hij trouwde) staan daarvoor garant. Ook het seksschandaal waarin hij sinds 1977 verwikkeld is en dat eindeloos voortsuddert, weet de aandacht gevangen te houden.

In dat jaar stond Polanski in Amerika terecht in een verkrachtingsproces, hij zou een dertienjarig meisje gedrogeerd en verkracht hebben. Polanski heeft altijd beweerd dat het meisje bij zinnen was en gretig meewerkte. Om uit de gevangenis te blijven nam hij per vliegtuig de wijk naar Parijs. In Amerika heeft hij sinds 1977 geen stap meer gezet.

En zo is Roman Polanski de laatste twintig jaar langzaam verworden tot de Elizabeth Taylor onder de regisseurs: tot een eens groot en succesvol en nu op oude roem terend kunstenaar die bijna alleen nog aandacht trekt met zijn privé-akkefietjes.

Jammer, want Polanski was twaalf jaar lang een ware (in de beste betekenis van dat woord) duivelskunstenaar. In die twaalf jaar maakte hij maar liefst zeven schitterende films die hem blijvend bestempelen tot één van de grootste cineasten uit de filmgeschiedenis.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden