Column

De elite, wat is daar nou erg aan?

Leonie Breebaart Beeld Maartje Geels

Sinds Thierry Baudet met zijn gelijknamige boek de term ‘oikofobie’ hier introduceerde, leeft het idee ook in Nederland: de linkse elite zou lijden aan een omgekeerde xenofobie. Niet het vreemde boezemt haar angst in, maar juist het eigene, vertrouwde en bekende.

Op de theorie, die trouwens gestolen is van de Britse filosoof Roger Scruton, zijn allerlei varianten denkbaar, maar steeds wordt een kloof gesuggereerd tussen een klasse van mobiele, hoogopgeleide kosmopolieten en een minder hoog ingeschaalde klasse die nog wél hecht aan stad, streek of dorp en die zich door de elite niet gerespecteerd voelt - behalve door Baudet dan.

Zelfs voormalig Denker des Vaderlands Marli Huijer, die in het migratiedebat recht tegenover Baudet staat, constateert in ‘Achterblijven’ een ‘verheerlijking van de beweeglijkheid’. Volgens haar schatten we mobiele kosmopolieten hoger in dan de achterblijvers,terwijl die laatsten op de zaak passen - op onze taal en onze gewoonten. En dan is er nog de Engelsman David Goodhart. Hij ziet een scheidslijn tussen de ‘overalmens’ die ‘per definitie afwijzend staat tegenover nationale tradities’ en de ‘ergensmens’ die wél hecht aan traditionele verbanden, maar die zich door de onstuitbare opmars van de ‘overalmens’ niet gehoord voelt.

Het is een verleidelijk schema. En dat populisten er makkelijk mee aan de haal gaan, is geen reden de theorie af te wijzen. Erger is denk ik, dat er zo weinig voorbeelden te vinden zijn die beantwoorden aan het beeld van de ‘hooghartige overalmens’, zoals Goodhart het type noemt.

Neem nou onze eigen Nobelprijswinnaar, de in Eelde woonachtige Ben Feringa. Een paar weken geleden verzette hij zich in het tv-programma College Tour nog tegen het denken in grenzen, muren en barrières. “Ik praat even makkelijk met iemand uit China over mijn wetenschap, als met iemand uit Amerika of Zuid-Amerika”, zei hij tegen Twan Huys.

Typisch zo’n oikofobe ‘overalmens’ dus? Niet bepaald, want Feringa is behalve echtgenoot en vader ook zoon van een agrariër (het meest gegronde beroep ter wereld), en daarbij liet hij tijdens het interview almaar blijken hoezeer hij gehecht is aan Groningen. Ook maakte hij zich zorgen om het Nederlands onderwijs - daar moest meer geld heen, ook naar de basisschool. Terwijl hij dus tegelijk pleitte voor internationale samenwerking. Is hij een overalmens of een ergensmens? Allebei? Geen van beiden?

Frans paradox

Op dit moment is het Marine Le Pen die de neptegenstelling tussen elite en patriotten benut. Tijdens de campagne werd de eurofiele president Emmanuel Macron voortdurend verweten dat hij niet echt van Frankrijk houdt.

Inderdaad is deze Franse president er niet op gebouwd de gevoelens van verbitterde landgenoten uit te drukken, daarvoor oogt en is hij te elitair. Maar dat hij steun zoekt bij Europa hoeft niet te duiden op landverraad, zoals de zelfverklaarde patriot Marine Le Pen suggereert, Macron doet dat namelijk wel voor zijn vaderland, Frankrijk.

Dat zoiets nu al aanvoelt als paradox, zegt genoeg over het succes van het beeld waar Goodhart voedsel aan geeft en dat ook Thierry Baudet zo goed uitkomt. Het beeld dat pleitbezorgers van open grenzen geen patriotten kunnen zijn.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden