De elite redt zich zelf wel

Biologische boeren moeten zich niet richten op de hoogopgeleiden, maar op de kansarmen. De achterstandswijk heeft ook recht op goede voeding.

Vanuit zijn werkkamer bij de Amsterdamse Vrije Universiteit kijkt Jaap Seidell op het rijke Amsterdam-Zuid. Een paar straten verderop, de tunnel onder de ringweg A10 door, ligt het arme Amsterdam-West. Het is een paar straten van elkaar verwijderd, maar het scheelt 15 jaar in levensverwachting, zegt de hoogleraar voeding en gezondheid.

"Het dagelijks menu speelt daarbij een belangrijke rol. Bewoners van achterstandswijken eten amper gezonde dingen als groenten en fruit. Dat is voor een deel een kwestie van geld, maar voor een deel ook gebrek aan kennis, informatie. Ik doe al dertig jaar onderzoek op dit vlak en zie het gat tussen elite en onderkant van de samenleving groeien. Het is een behoorlijk probleem aan het worden. De biologische boeren kunnen dit een draai ten goede geven", stelt Seidell door de telefoon.

Seidell spreekt vervolgens het jaarcongres van de biologische sector toe - afgelopen woensdag - en omdat het congresthema 'gezondheid' is, daagt hij de sector uit die handschoen op te nemen. Hij vraagt ze de blik op een andere werkelijkheid te richten. Met cijfers en grafieken laat de hoogleraar de samenhang zien tussen opleidingsniveau en gezondheid. "Mensen met de laagste opleiding hebben het meest last van obesitas. Hun menu is vooral vet, te zout en te zoet. Er wordt amper gezonde voeding gegeten. In achterstandwijken in Rotterdam eet twee procent van de kinderen voldoende groenten en fruit. Dat geeft ontwikkelingsproblemen en een levensverwachting die vele jaren korter is dan die van mensen die hoog zijn opgeleid."

Als de biologische sector zich afvraagt waar hun toekomst ligt, is dit een mooie kans, zegt Seidell. "Jullie maken mooie, gezonde producten, maar die blijken vooral bestemd voor de elite. Die kopen bij Marqt en Ekoplaza. Die groep mondige en goed geïnformeerde mensen weet ook de weg naar informatie over gezonde voeding prima te vinden. De elite redt zich wel. De chronische welvaartsziekten - diabetes type 2, hart- en vaataandoeningen en sommige vormen van kanker - als gevolg van overgewicht zie je vooral aan de onderkant van de samenleving. Hoe kun je die bereiken met goede voeding?"

Seidell constateert echter dat de bio-sector daar helemaal niet mee bezig is. "Er is veel gaande in voedselland. Elke dag is er wel een proeverij, een opening van een ambachtelijke bakkerij of een leuk feestje van de Youth Food Movement. Maar het is allemaal erg onder elkaar. Het bereik is beperkt."

Als het gaat om gezondheid, zijn ze vooral bezig met het zoeken naar bewijzen dat hun producten gezonder zijn dan de gangbare tegenhanger, zegt Seidell. "Dat zet geen zoden aan de dijk. Als je al bewijs vindt, is het marginaal. Veel beter is het om een kind een tomaat te laten eten. Er zijn kinderen die niet weten wat een tomaat is, laat staan dat ze het eten. Als je die stap kunt bewerkstelligen, boek je een veel grotere gezondheidswinst dan als je iemand die al tomaten eet, een iets betere tomaat laat eten."

De hoogleraar signaleert nog een andere, in zijn ogen minder goede trend. "Om groter te groeien en wat voor te stellen werkt de bio-sector steeds meer samen met grote bedrijven. Dat geeft weliswaar biologische, maar niet per se gezonde producten. Om zijn argument kracht bij te zetten laat Seidell een dia zien van een biologische wortelmuffin. "Een product, volledig gemaakt van biologische ingrediënten, maar het bevat wel 986 calorieën. Dat is de helft van wat een mens dagelijks aan energie nodig heeft. Dat is niet de goede route voor de biologische sector."

Seidell wil dat de sector zich verbindt aan de opkomende trend van de stadslandbouw. "De grote kennis van de biologische boer is nodig, maar meer nog de mentaliteit van deze boer. Hij is niet zo ingesteld op veel produceren tegen zo laag mogelijke kosten, maar op mensen voeden met smakelijke en gezonde producten. Ga met die geestesgesteldheid en die kennis de achterstandswijken in. Neem de bewoners daar bij de hand en laat ze zien hoe gezonde producten te telen. Op den duur kunnen ze het zelf. Braakliggende terreinen genoeg in de stad en behoorlijk wat gemeenten willen graag meedoen."

Seidell is als onderzoeker betrokken bij enige projecten in Amsterdam en constateert al heel wat winst. "Mensen, vrouwen vooral, raken enthousiast, hebben laagdrempelige toegang tot gezonde levensmiddelen, gaan weer koken. Kinderen leren wat tomaten en wortels zijn, hoe die groeien en leren ze eten. Die stap is enorm belangrijk. Daarmee voorkom je als biologische sector gezondheidsproblemen die de reguliere landbouw niet oplost. Onderzoek wijst ook uit dat het eten van groenten en fruit betere schoolprestaties geeft. Maar het is meer dan alleen gezonde voeding. Dit soort projecten geeft lichaamsbeweging, verbindt mensen met hun eten, met elkaar en met hun buurt."

Waar het congres en de paneldiscussie de oproep van Seidell totaal negeerde, wil directeur Bavo van den Idsert van de koepel van biologische bedrijven Bionext desgevraagd wel reageren. "Wij zien ook de gezondheidsproblemen in achterstandswijken zoals Seidell die schetst en die vooral te maken hebben met een gebrek aan goede voeding. Wij hebben zeer gedreven mensen die staan te trappelen om een bijdrage te leveren aan de oplossing ervan. Ik zie het ook als onze ethische plicht om daaraan bij te dragen. We hebben echter die groene voorlopers - elite zoals Seidell ze noemt - wel nodig om economisch te bestaan. Anderzijds zijn we wel degelijk bezig met stadslandbouw, maar we zoeken nog naar onze rol daarin. Dat is niet zomaar gedaan. Je moet het juiste concept vinden om bewoners van achterstandswijken echt te helpen. We zijn met enkele projecten doende (zie kader, red.), maar verwacht geen wonderen, we zijn maar een kleine organisatie met een smalle beurs."

Vrouwen in de Delftse moestuin Mama's tuin. Buurtbewoners telen hier samen groenten.

Kanaleneiland eet zelfgeoogste groenten
In de Utrechtse achterstandswijk Kanaleneiland ligt Park Transwijk. In dat grote park, waar veel allochtonen recreëren, loopt sinds dit voorjaar een project waarin een stadsboerderij is opgenomen. Het is een van de stadslandbouwprojecten waarbij de biologische sector is betrokken. Vanuit Bionext, de koepel van de biologische sector, is projectleider Miriam van Bree het aanspreekpunt. "Het is best een grote tuin en de eerste oogst is net binnen. De bedoeling is de hele buurt erbij te betrekken. Het is een mooie mix, ik schat fifty-fifty allochtonen en autochtonen. Het begint wel altijd met een paar hoogopgeleide mensen. Er moet overleg worden gevoerd met gemeentelijke instellingen. Dat is vaak ingewikkeld. Maar als het eenmaal van de grond is getrokken, moet het vervolg een mix van mensen zijn. Dat is in Park Transwijk wel gelukt. De oogst is voor de mensen die meedoen. Die hebben zo toegang tot gezonde voeding. Wat overblijft gaat naar Resto VanHarte en de voedselbank."

Volgens Van Bree past Park Transwijk in de oproep van hoogleraar Jaap Seidell. "De praktijk is wel een stuk weerbarstiger dan zo'n oproep suggereert. Er moet bijvoorbeeld continuïteit in zitten. De gemeente ziet er nu brood in want het is erg hip, biedt ook wat ondersteuning, maar uiteindelijk moet het zichzelf bedruipen. De ervaring leert dat zo'n project altijd hangt op de inzet van een paar enthousiastelingen. Wat we standaard doen is mensen vragen om hun buren mee te nemen. In Park Transwijk lukt dat nog best."

Een lastig punt is ook de deelname van biologische boeren. Van Bree: "Seidell heeft gelijk. Hun mentaliteit is zeer geschikt om stadslandbouw te ondersteunen. Kwaliteit gaat voor kwantiteit. Veel produceren is in de stadslandbouw niet het belangrijkst. Het kost echter erg veel tijd. Dat hebben boeren weinig. Ze hebben een eigen bedrijf en de oogst moet in dezelfde maanden worden binnengehaald. Dat is wel een knelpunt. Boeren zijn dan dubbel belast. In Zeist is er een model waarbij de boer wordt betaald. Dan kan hij wat makkelijker wegblijven bij zijn eigen bedrijf. In Breda ken ik een project waarbij een gepensioneerde boer adviezen geeft aan een stadstuin op zijn eigen lap grond."

Bionext broedt er al een tijdje op hoe de rol van de bioboer het beste in te vullen. De winst van zo'n stadstuin zit vooral in de betrokkenheid bij voedsel en de contacten, zegt Van Bree. "Maar ook dan blijft het altijd weer een speurtocht hoe die verbindingen tot stand te brengen." Dat stadslandbouw blijft groeien, staat voor Van Bree buiten kijf. Evenals de rol van Bionext daarin.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden