De eliminatie van een doelpuntenmachine

geheim rapport | In 1937 veroorzaakte de verbanning van topvoetballer Beb Bakhuys uit Nederland grote consternatie. Nu blijkt dat KNVB-bestuurders dolgraag van 'de heer B.' afwilden. 'Alsof het een grote bandiet was.'

Dat de vroegere stervoetballer Beb Bakhuys door bestuurders van de KNVB in de jaren dertig bewust kapot is gemaakt, staat voor Gerrit van der Vorst als een paal boven water. De door supporters op handen gedragen midvoor werd het in 1937 door de voetbalbond onmogelijk gemaakt om in de Nederlandse competitie te voetballen en voor het Nederlands Elftal te spelen, omdat hij de amateurregels zou hebben overtreden. Nederland kreeg pas in 1954 betaald voetbal.

Van der Vorst trekt die conclusie uit verschillende documenten, waaronder een 'geheim rapport' van de KNVB uit 1937 dat twee jaar geleden door een bevriende verzamelaar van voetbalcuriosa op Marktplaats op de kop werd getikt. "Als dit stuk destijds was uitgelekt, zou er een geweldige rel zijn uitgebroken", stelt Van der Vorst, die sinds zijn pensionering historische boeken schrijft.

Aanleiding voor de KNVB om onderzoek te doen was de overschrijving die Bakhuys had aangevraagd van het Haagse HBS naar het Venlose VVV, dat toen in de tweede klasse speelde. Spelers mochten aan het voetbal geen dubbeltje verdienen, en de KNVB strafte elke bewijsbare overtreding van deze regel hard af. Aan deze overgang naar een kleine club zat volgens de bestuurders een verdacht luchtje.

Uiteindelijk leidde het onderzoek tot het besluit om Bakhuys op de 'proflijst' te zetten, waardoor hij niet meer mocht uitkomen in de Nederlandse competitie. Naar nu blijkt beschikte de bond echter helemaal niet over harde bewijzen dat Bakhuys de amateurregels had geschonden, stelt Van der Vorst. Ook wordt duidelijk dat het ging om een 'maatregel' en niet om een 'straf'. De Fifa-regels stonden bij een maatregel een verder optreden in Oranje niet in de weg, maar toch mocht Bakhuys nooit meer dat shirt dragen.

Geen spelerssalaris

Sportminnend Nederland schudde in die dagen op zijn grondvesten. De kranten raakten in de zomer en het najaar van 1937 niet uitgeschreven over de rel rond Bakhuys, de man die zich onsterfelijk maakte met de gestrekte snoekduik waarmee hij in 1934 een lage voorzet achter de Belgische doelman kopte. "Hij was voor de KNVB een persona non grata", zegt Van der Vorst. "Feyenoord mocht zelfs niet vriendschappelijk tegen zijn nieuwe club FC Metz voetballen."

Nu was er in die jaren regelmatig gedoe over de amateurstatus. De economische crisis maakte veel slachtoffers en mannen zochten afleiding in het voetbal. De stadions zaten voller dan ooit en hoewel de entreeprijzen laag waren, verdienden clubs er goed aan: zij hoefden immers geen spelerssalarissen te betalen. Volgens onderzoeker Van der Vorst was het niet zo gek dat zij naar wegen zochten om goede spelers aan zich te binden. Veel van die spelers hadden het financieel zwaar.

Toch hield de KNVB star vast aan de doctrine van de reine amateur. "Dat was door een voorzitter, J.W. Kips, ooit zo door de bondsraad geaccepteerd gekregen. De man heeft daarmee een ramp veroorzaakt, want dat ging heel ver", zegt Van der Vorst. Hij wijst op de international Jan de Kreek, die moest stoppen omdat hij terreinknecht was geworden bij zijn club Go Ahead. Wie geld verdiende aan het voetbal, mocht niet meer voetballen.

"Dat bestuurders van de KNVB wisten dat met de regels werd gemarchandeerd, daar ben ik van overtuigd", zegt Van der Vorst. Zo werkte Bakhuys op het assurantiekantoor van Jasper Warner, oprichter en oud-voorzitter van de Zwolsche Athletische Club (ZAC), waar Bakhuys speelde. Daarover zei de speler zelf dat niemand begreep wat hij daar op kantoor deed. "Die Warner was zelf oud-voorzitter van de KNVB", aldus Van der Vorst. "Je moest het handig aanpakken en bestuurders in de watten leggen. Bij een grote club als Feyenoord hadden spelers een sigarenzaak of café, zonder dat er een haan naar kraaide."

In 1935 stapte Bakhuys over van ZAC naar het Haagse HBS. De grote Karel Lotsy, die een belangrijk bestuurder was en bepaalde wie in Oranje speelde, zat volgens Van der Vorst achter de deal waarbij Bakhuys een sigarenzaak kreeg in de Weimarstraat. "Niemand durfde bij de KNVB over deze zaak te beginnen, vanwege de betrokkenheid van Lotsy. Die winkel ging snel failliet, want Bakhuys had helemaal geen zin om de hele dag met vreemde mensen over voetbal te kletsen."

Bakhuys was zeer populair bij het publiek. Waar de in Nederlands-Indië geboren speler ook kwam, overal wist hij het net te vinden. In de 23 wedstrijden waarin hij voor Oranje uitkwam, scoorde hij 28 keer. Geen international kwam in de buurt van een gemiddelde van één doelpunt per wedstrijd. In de competitie, die destijds weliswaar totaal anders in elkaar zat dan nu, had hij bij ZAC eens in een seizoen een moyenne van drie en maakte hij de club in zijn eentje kampioen van de tweede klasse.

Elitesport

Ondanks de populariteit van Bakhuys was er in 1934 al een onderzoek geweest naar zijn financiële handel en wandel door de zogeheten Commissie voor Amateurisme. In de toelichting door deze commissie aan het KNVB- bestuur wordt verondersteld dat Bakhuys in Heerenveen in een door hem gevormd elftal had gespeeld en de reis- en verblijfkosten die voor een andere speler aan hem waren uitbetaald, nooit aan die speler had afgedragen. Daarnaast werd het gerucht onderzocht dat Bakhuys voor een wedstrijd in Wolvega 60 gulden zou hebben ontvangen. "B. ontkent dit, maar desgevraagd verklaart hij, dat hij niet bereid zou zijn die ontkentenis onder eede te bevestigen", zo staat in de notulen.

"Hij zette hen gewoon te kakken", zegt Van der Vorst. "Voetbal is in Nederland begonnen als een elitesport, maar na verloop van tijd veranderde dat en werd het steeds volkser. Dat gold niet voor het bestuur van de KNVB; dat bleven mannen uit de hogere regionen van de samenleving. Bakhuys zelf kwam echter ook uit een zeer gegoede familie en was totaal niet onder de indruk van die kouwe drukte van de bestuurders, wat hij ook liet blijken."

Van der Vorst wijst hiervoor naar de afsluiting van het rapport, waarin wordt opgemerkt dat de commissie 'zeer belemmerd is door de stoïcijnse wijze, waarop de heer B. verklaringen, die in strijd met de waarheid zijn, aflegt'. Van der Vorst: "'De heer B.', alsof het om een crimineel ging, had zich niet aan de amateurbepalingen gehouden. De commissie vond het nodig om te verklaren dat zij tot dit oordeel was gekomen 'onafhankelijk van B.'s levenswijze', want anders was het oordeel 'veel scherper' geweest."

Van der Vorst geeft toe dat Bakhuys een flamboyante man was met bijpassende levensstijl. Hij hield van uitgaan, roken en een glaasje alcohol. Bakhuys gaf meer uit dan er binnenkwam en werd meer dan eens failliet verklaard. Hij had dus de neiging om zo nu en dan een van de vele aanbiedingen aan te nemen. "Iedereen verdiende aan hem, maar zelf mocht hij niets aannemen", zegt Van der Vorst, die overweegt om over Bakhuys een biografie te schrijven.

Zo wierp de KNVB hem voor de voeten dat het kledingmagazijn Schönberg in de Haagsche Courant reclame maakte met het feit dat hij daar zijn maatkostuums kocht. De slogan van de kleermaker luidde: 'Een kostuum van Schönberg is net als een schot van Bakhuys: het zit.' "Bakhuys liep altijd in mooie pakken rond, en dat zag de KNVB ook wel. Hij antwoordde dat hij Schönberg er verschillende keren over had aangesproken, maar dat die toch bleef doorgaan. Dat vond de KNVB onwaarschijnlijk, want er waren genoeg juridische middelen om dat aan te pakken."

Van der Vorst sluit niet uit dat Karel Lotsy, de bestuurlijke grootheid in het voetbal van toen, de zaak heeft gesust en het KNVB-bestuur zover heeft gekregen om in het belang van het Nederlandse voetbal deze zaak te seponeren. De commissie was daar later woedend over. Zij liet het bestuur weten dat dit sepot de sport schade toebracht. "Een dergelijke levenshouding als van Bakhuys is in strijd met het allereerste beginsel van het amateurisme."

Finale breuk

Uiteindelijk liet ook de invloedrijke Lotsy Bakhuys vallen. De finale breuk kwam na zijn verzoek tot overschrijving van de Haagse club HBS naar VVV in Venlo. Toen op 1 april 1937 bekend werd dat deze doelpuntenmachine een overschrijving had aangevraagd naar de tweedeklasser VVV, dachten sportjournalisten aan een grap. Maar dat was het niet. Bij de KNVB gingen de alarmbellen af en via een regionale official kregen ze te horen dat het plan was dat Bakhuys in Venlo een sigarenzaak ging exploiteren. Meteen zette de bond een onderzoekscommissie op de zaak.

"Nu hadden ze snel een besluit kunnen nemen, want ze wisten hoe het zat", zegt Van der Vorst. "Maar dat deden ze niet. Op 20 juni was er in het Olympisch Stadion een wedstrijd van West-Europa tegen Oost-Europa, waarbij de recette bestemd was voor de noodlijdende Fifa. Vandaar die commissie, want ze hadden Bakhuys als publiekstrekker nog even nodig. In een bomvol stadion scoorde hij in een wedstrijd die met 1-2 verloren ging."

Eind juli blufte de KNVB dat het onderzoek 'ernstige overtredingen' had aangetoond. "Dat rapport bleef altijd geheim, en nu weet ik wel waarom. Het bewijs dat ze tegen Bakhuys hadden, was hun op beschamende wijze in handen gespeeld, en het was ook niet heel erg belastend voor Bakhuys. Maar onthullend zijn de commentaren van de KNVB'ers op de persoon Bakhuys. Met uitlatingen als: 'we zullen hem elimineren'. Alsof het een grote bandiet was."

Na zijn verbanning uit de KNVB in 1937 wilde Bakhuys zijn gram halen door in het Amsterdamsch Sportblad precies uit de doeken te doen hoe alles ging en hoe hypocriet de voetbalwereld was. Hij gaf bijvoorbeeld toe dat hij met de voorzitter van VVV, Jo van Daalen, had afgesproken dat hij vijf procent van de recette kreeg. Na deze onthullingen gingen de handschoenen volgens Van der Vorst uit en pakten bestuurders elke kans om Bakhuys te boycotten, te schofferen en te kleineren. Een lid van de onderzoekscommissie vroeg zich in een sportblad af of Bakhuys 'wel normaal' was.

Bakhuys tekende vervolgens een contract met FC Metz in Frankrijk, waar al wel een profcompetitie was, hoewel hij liever in Nederland was gebleven omdat hij de Franse taal niet machtig was. Hij werd zo de eerste Nederlandse voetbalprof die van zijn hobby kon leven. Hij kreeg het astronomische bedrag van 22.000 gulden als handgeld en een maandsalaris van 600 gulden.

Maar ook tijdens en na de oorlog bleef de KNVB hem als een paria behandelen. Begin jaren veertig speelde hij in competities in Duitsland en Frankrijk. Hij mocht nergens in Nederland als trainer aan de slag. In 1952 belandde hij in een sanatorium vanwege tbc. Toen hij eruit kwam, had Nederland een profcompetitie, maar was hij voor een trainersfunctie te oud. Even was hij in de jaren zestig tv-commentator bij 'Sport in beeld', maar dat was geen succes. Uiteindelijk werkte hij tot aan zijn pensionering bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Hij overleed in 1982, op 73-jarige leeftijd.

Bakhuys was flamboyant, hield van uitgaan, roken en een glaasje. Hij had de neiging zo nu en dan een aanbieding aan te nemen.

Het legendarische snoekduikdoelpunt van Beb Bakhuys in de interland tegen België.

Bakhuys bij FC Metz in het seizoen 1938-'39, staande tweede van links.

Bakhuys in 1937 in zijn sigarenzaak in Venlo.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden