De eindtijd-plaag die het christendom hielp groot te worden

Beeld Wikimedia

Onderzoekers hebben in de Egyptische stad Luxor lichamen van slachtoffers van de 'pest van Cyprianus' gevonden. De pandemie die in de derde eeuw het Romeinse Rijk teisterde, is een belangrijk hoofdstuk in de geschiedenis van het christendom.

In een artikel in de nieuwe editie van het tijdschrift Egyptian Archeology beschrijft de onderzoeksgroep Italiaanse Archeologische Missie in Luxor (MAIL) hoe ze onder meer is gestuit op menselijke stoffelijke overschotten die zijn bedekt in een dikke laag kalk. Dat materiaal werd in vroeger tijden gebruikt als desinfecterend middel.

In de buurt van de vindplaats troffen ze sporen aan van een groot vuur waarin lijken van slachtoffers zijn verbrand en aardewerk dat uit het midden van de derde eeuw stamt.

De pest van Cyprianus (250-271) zaaide in grote delen van het rijk dood en verderf. Volgens sommige historici eiste de pokken- of mazelenuitbraak alleen al in Rome dagelijks honderden tot duizenden levens. Ook de keizers Hostilianus en Claudius Gothicus bezweken eraan.

In de Egyptische stad Alexandrië zou tweederde van de bevolking zijn overleden. In veel plaatsen lagen straten bezaaid met lijken. Wie besmet raakte, was voortdurend aan het overgeven; velen werden blind en doof.

De graftombe waarin de archeologen onderzoek deden is gebouwd door de oude Egyptenaren, schrijft onderzoeksleider Francesco Tiradritti in Egyptian Archeology. Hij was eeuwenlang in gebruik, maar werd ten tijde van de pest in de ban gedaan. De geïnfecteerde lijken gaven het complex blijvend een slechte reputatie. Het lijkt er zelfs op dat er geen religieuze begrafenisrites op de lichamen zijn uitgevoerd. Pas in de 19e eeuw werd het complex herondekt.

'Christenen hadden niets te vrezen'
Veel historici houden er rekening mee dat de pandemie een belangrijk historisch kantelpunt was. Volgens hen deed de ziekte wonderen gedaan voor de populariteit van het christendom.

Bisschop Cyprianus van Carthago, wiens schriftelijke verslag een van de belangrijkste historische bronnen over de plaag is, schreef destijds dat christenen niets te vrezen hadden. Ja, ook zij vielen ten prooi aan de ziekte, maar als ze bezweken was dat niet het einde.

Bovendien zagen christenen de pandemie als een teken dat het einde der tijden was aangebroken. Al die ellende, al die schier onverklaarbare overlijdens - dat moest wel de donkere periode zijn die het bijbelboek Openbaring beschreef. Volgens de bisschop van Alexandrië stonden keizers en heidense priesters met lege handen: dat ze de plaag niet theologisch konden duiden, zou de positie van het christendom alleen maar versterken.

Meer lijden, meer martelaars
Ook waren christenen eerder geneigd tot martelaarschap. Als de kans op vroegtijdig overlijden zo groot was, konden ze maar beter zorgen dat dat hun dood er toe deed. Daarmee gaven ze het signaal af dat het christendom de moeite van het sterven waard was. Tegelijk verzwakte de ziekte de positie van het Romeinse Rijk, dat destijds toch al in verval was.

De vondsten in het grafcomplex lijken de verslagen van de christelijke schrijvers te bevestigen. Luxor had in de derde eeuw inderdaad te maken had met een ernstige medische calamiteit, menen de archeologen van MAIL. De doodgravers werkten waarschijnlijk zelfs 's nachts door. Hoe hard ze ook werkten, de lijken bleven maar komen.

Schedels en aardewerk op de opgraaflocatie. Beeld ONLUS / F. Tiradritti
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden