De eigenaar van Mariënwaerdt is geen outsider meer

Lang telden particuliere landgoedeigenaren niet mee in de ogen van grote natuurbeheerders als Staatsbosbeheer en de Landschappen. Maar nu ook zíj door de drastische bezuinigingen op natuur hun eigen broek moeten leren ophouden, komen ze op een succesvol landgoed als Heerlijkheid Mariënwaerdt in Beesd kijken hoe dat moet.

Baron Frans van Verschuer (53) laat even op zich wachten. Hij moet nog 'van het land gehaald', excuseert een medewerkster. Daar instrueert hij vakantiehulpen bij het monteren van een enorme withouten wedstrijdring waarin, als vast onderdeel van de jaarlijkse Landgoedfair, vanaf vandaag vijf dagen lang demonstraties worden gegeven met paarden, honden en roofvogels.

De Landgoedfair op Heerlijkheid Mariënwaerdt, die in 1995 voor het eerst werd gehouden, is een belangrijke bron van inkomsten voor de familie Van Verschuer om hun 900 hectare grote, onderhoudsintensieve landgoed te kunnen beheren. Baron Van Verschuer, inmiddels gearriveerd, licht toe: "Veel van de hoeves op het landgoed hebben rieten daken, er staan vloedschuren en ouderwetse hooibergen: alleen het onderhoud daarvan is al geldverslindend."

Deden de grote natuurbeherende organisaties als Staatsbosbeheer en de Landschappen hun werk tot voor kort vooral gesubsidieerd, particuliere landgoedeigenaren draaien voornamelijk zelf op voor de kosten van onderhoud. "Van de tweeënhalve ton op jaarbasis die de instandhouding van ons landgoed kost, vergoedt de overheid nu een ton, uit de subsidies voor landgoederen en agrarisch natuurbeheer. Maar die subsidie staat onder druk, we houden waarschijnlijk 50 à 60.000 euro over," verwacht Van Verschuer.

Hij schrikt daar niet van. "Een landgoed is eigenlijk een verkapte boerderij. Net als een boer zal een landgoedeigenaar liever al zijn bezittingen verkopen dan zijn land opgeven." Daarin verschillen particuliere gebiedseigenaren volgens hem hemelsbreed van de grote gesubsidieerde natuurorganisaties. "Als die van honderd procent subsidie zakken naar zeventig, dan redden ze het nog. Maar als ze zakken van zeventig naar dertig procent, haken ze af. Een particulier doet dat niet."

De baron is zelf een levend voorbeeld van deze instelling. Al vanaf 1982 spant hij zich in voor de instandhouding van Heerlijkheid Mariënwaerdt, die al 277 jaar familiebezit is, en nog steeds dezelfde grenzen heeft als in 1734: geen lapje grond is in al die eeuwen verkocht.

"Na mijn studie landbouwkunde wilde ik het liefst hier gaan boeren, koeien melken vind ik het leukste dat er is. Maar toen ik om me heen keek, besefte ik dat ik in een failliete boedel terechtkwam. De uitgaven schoten omhoog, onder meer door de superheffingen in de agrarische sector. En de pacht- en huurinkomsten van de boerderijen en de huizen waren niet langer voldoende om de kosten te dekken."

Dus moesten er dringend nieuwe inkomsten worden gevonden, voor de restauratie en het onderhoud van de veertig boerderijen en woonhuizen van de heerlijkheid, de lonen van het personeel en het verdere beheer van het landgoed. "Ik merkte dat er veel toeristen kwamen, in de zomer en vooral in de bloesemtijd. Die fietsten en wandelden over de Appeldijk, met schitterend uitzicht op de bloesembomen, maar gingen ergens anders hun pannekoek eten. Eigenlijk, bedacht ik, zouden ze op het landgoed financieel iets moeten achterlaten."

De commerciële uitbating van het familie-erfgoed begon met een landwinkeltje. "Dat liep slecht, totdat we er mijn moeders notentaart gingen verkopen. Die taart is ons beste marketinginstrument tot nu toe." En nog elke dag bakt moeder Van Verschuer, dik in de tachtig, nog een taart of tien. Het winkeltje is uitgegroeid tot een grote Landwinkel, met louter biologische producten van het landgoed - kazen, vlees, sappen, jams, chutneys en de befaamde walnotentaart - en daarnaast kleding en snuisterijen. Een van de gebouwen werd omgevormd tot conferentieoord, hoeve Stapelakker werd pannekoekenhuis Stapelbakker. Er kwam een Bed & Breakfast en een paardenpension.

Van Verschuer heeft op het landgoed 170 mensen in dienst, die werken op de akkers, in de kassen, de veehouderij, het onderhoud, de horeca en de productie van kaas en delicatessen. Op de zorgimkerij, die honing voor De Bijenkorf produceert, en in de 4 hectare grote boomgaard met hoogstamfruit werken mensen met een geestelijke beperking uit instellingen in de buurt.

"Alles wat we doen", zegt baron Van Verschuer, "is duurzaam en biologisch. Duurzaamheid ligt voor mij in het verlengde van goed rentmeesterschap. De mensen komen hier ook omdat wat ze hier eten en beleven in de 'kolom' duurzaamheid valt. Onze kazen zouden trouwens slecht verkopen als ze niet biologisch zouden zijn. Alle melk die we hier produceren - 1,7 miljoen liter - gaat in onze eigen kazen. De ingrediënten van onze producten komen voor 85 procent van het eigen landgoed. Zelfs de sinaasappelen voor de marmelade komen van onze eigen kasplantage."

Alle activiteiten op Mariënwaerdt zijn geconcentreerd in het zuidelijke deel dat een derde van het landgoed beslaat. In het noordelijke tweederde deel wordt de natuur van het rivierlandschap tussen Linge en Lek - bossen, grienden, eendenkooien, wandelpaden, watergangen - zoveel mogelijk ongemoeid gelaten.

Het landgoed grenst aan gebieden van Geldersch Landschap en Staatsbosbeheer. De natuur houdt uiteraard niet op bij het hek, maar zet zich voort op het landgoed, waar ze ook wordt onderhouden.

"Maar als serieuze natuurbeheerders zijn we nooit aangeslagen. Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, de Landschappen: ze keken altijd een beetje neer op particuliere eigenaren. Ze vonden ons maar commercieel ingesteld. En als de overheid grond aankocht, ging die ook steevast naar de grote natuurbeherende organisaties. Nooit naar particulieren", weet Van Verschuer.

Maar onder druk van de bezuinigingen zijn de verhoudingen aan het verschuiven. "We hebben al een delegatie op bezoek gehad van Natuurmonumenten. Die kwam kijken hoe wij ons landgoed financieel rendabel maken zonder het unieke rivierlandschap aan te tasten."

Een vrucht van dit 'nieuwe denken' is ook dat de particuliere eigenaren tegenwoordig standaard bij besprekingen over terreinbeheer zitten. "Het inzicht groeit bij de grote natuurbeheerders dat je niet moet proberen elkaars hectares af te pikken, maar beter kunt samenwerken en per terrein bekijken wie dat het beste kan beheren. Krapte verbroedert."

Van abdij tot modern landgoed
De naam Mariënwaerdt betekent eiland (waard) van Maria. Ook de geschiedenis van Heerlijkheid Mariënwaerdt begint religieus. Met toestemming van haar zonen Herman en Godfried doneerde Alveradis, weduwe van Hendrik van Cuijk, in 1129 een flinke lap grond aan de kerk om daarop een klooster te kunnen stichten. Andries van Cuijk, bisschop van Utrecht, aanvaarde de gift in dankbaarheid en liet zijn oog vallen op de Noord-Franse Orde van Prémontré (norbertijnen), die in datzelfde jaar op het 'eiland van Maria' een abdij stichtte.

Het klooster lag op een gevaarlijk punt, precies op de grens van de provincies Utrecht, Holland, Gelre (Gelderland) en Brabant, waar vaak werd gevochten en geplunderd. Meermalen werd het verwoest en weer opgebouwd, totdat de bendes van Brederode de abdij in 1567 voorgoed met de grond gelijk maakten.

Lange tijd stond het landgoed te koop, maar voor een ruïne, midden in de zwarte klei en het grootste deel van het jaar onder water gelopen, was weinig belangstelling. Om de koop aantrekkelijker te maken besloot het Kwartier van Nijmegen (deel van het Hertogdom Gelre) in 1709 Mariënwaerdt tot heerlijkheid te verheffen. Voor de koper betekende dit dat hij de heerlijke rechten verwierf: jacht-, pacht- en visrecht, en het beheer van wegen en watergangen. Bovendien kreeg de heer van de heerlijkheid een stem in de benoeming van predikanten in de omringende plaatsen, en in de rechtspraak: op Mariënwaerdt ligt nog de voormalige 'galgenwaard'.

Wellicht mede dankzij deze bijkomende rechten vond A.O.R.F. graaf Van Bijlandt de koop van de ruïne en het omliggende land aantrekkelijk genoeg. In 1734 werd hij de eerste eigenaar. Op de gewelven van de voormalige abdij bouwde Van Bijlandt het Huis Mariënwaerdt, de huidige woonstede van baron en barones Otto en Cathrien van Verschuer, de ouders van landgoeddirecteur Frans baron Van Verschuer. De abdijkelders met kruisbogen zijn nog te bezichtigen.

Sinds de aankoop door graaf Van Bijlandt in 1734, is Mariënwaerdt steeds in rechte lijn vererfd, via de familie Van Balveren aan de familie Van Verschuer. De gebiedsgrenzen bleven al die 277 jaar ongewijzigd.

Landgoedfair 2011
Op Mariënwaerdt staan drie landhuizen en zeventien boerderijen. Het landgoed telt veertig rijksmonumenten, waaronder veertien monumentale hofsteden en vele hooibergen en vloedschuren.

Op de zeventiende Landgoedfair op landgoed Mariënwaerdt bij Beesd kan vanaf vandaag tot en met 21 augustus weer veel geproefd, bekeken en gekocht worden. Alle levensmiddelen, van het landgoed zelf en van andere standhouders, zijn duurzaam geproduceerd. Op het hoofdterrein vinden dagelijks presentaties plaats, zoals vierspanrijden met pony's, een apporteerproef met Labradors, schapendrijven, touwtrekken met Belgische trekpaarden en roofvogeldemonstratries. Traditiegetrouw wordt elke Fairdag afgesloten met een parade van antieke tractoren.

Zie voor meer informatie: www.marienwaerdt.nl

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden