De egel: Stekeldier met hoge aaibaarheidsfactor

Als alles volgens plan is verlopen, zijn deze week de egels uit hun winterslaap tevoorschijn gekomen. Die brengen ze bij voorkeur door in grote bladerhopen of vergelijkbare plekken waar de vorst niet veel kans krijgt. Egels zijn rare dieren, enerzijds roepen ze grote vertedering op, anderzijds zijn het nare prikbeesten die zonder handschoenen nauwelijks zijn beet te pakken. Bovendien zijn ze ontzettend smerig. Er lopen in ons land weinig zoogdieren rond die zó vol zitten met vlooien, teken, mijten en luizen als egels.

Egels behoren tot de zoogdierorde die meestal wordt aangeduid met de naam Insectivora, insecteneters dus. Die naam is hopeloos ouderwets. Ten eerste zijn er allerhande dieren die insecten eten, maar die niet tot deze zoogdierorde worden gerekend, zoals de vleermuizen en de miereneters. Bovendien eten egels graag slakken en regenwormen, zelfs muizen, en dat zijn zeker geen insecten. De groep heet tegenwoordig Eulipotyphla - een naam om weer snel te vergeten. Egels delen hun lidmaatschap van die onuitspreekbare orde met de mollen en de spitsmuizen.

Over egels gaat het aloude raadgrapje: 'Hoe doen de egeltjes het?', waarop het antwoord moet luiden: 'Heel voorzichtig'. Dat heeft natuurlijk te maken met hun stekels en het feit dat vrijwel alle zoogdieren met elkaar paren doordat het mannetje het vrouwtje achterwaarts bestijgt. Het was niemand minder dan Aristoteles die voor dit probleem de oplossing had bedacht dat egeltjes de liefde in staande positie bedrijven, buik tegen buik, want de oude Griek kon zich niet voorstellen dat mannetjesegels zich tijdens de paring graag laten lekprikken. Dat gebeurt dan ook niet. Egels doen het net als bijna alle andere zoogdieren en blijken daarbij totaal geen last te hebben van het onderliggende speldenkussen.

Egels delen met mensen een voorkeur voor ongezond voedsel. Melk en room bijvoorbeeld. Daar kunnen ze niet goed tegen. Gesmolten softijs vinden ze helemaal erg lekker en dat kan ze weleens noodlottig worden. 's Lands meest zielige egel is te zien in het Natuurhistorisch Museum van Rotterdam. Het dier, dat opgezet in een vitrine staat, is bekend onder de naam McFlurry-egel, naar het calorierijke softijsje van een bekend Amerikaans hamburgerconcern. Deze versnaperingen werden geserveerd in een kartonnen bekertje met daarop een plastic deksel met een rond gat. Na consumptie worden zulke bekers vaak achteloos weggegooid. Als dan een egel de restanten uit de beker wil likken, steekt hij zijn kop door het ronde dekselgat. Daarna kan hij niet meer terug omdat zijn stekels als weerhaken fungeren. Gevolg: het arme dier loopt als een blinde rond met een beker op zijn kop en wordt overreden of valt in een sloot. De opgezette McFlurry-egel getuigt van zo'n stil drama. De oplossing is gevonden in een verkleining van het dekselgat. Nu lopen alleen kleine egeltjes nog risico. Als ze op tijd worden gevonden, kunnen ze in een van de egelopvangcentra terecht, want ondanks hun prikkerigheid en het grote aantal parasieten hebben wij toch wel een zwak voor de egel. Vraag me niet deze bizarre contradictie te verklaren, maar de stekelige egel bezit een enorme aaibaarheidsfactor.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden