De eeuwigheid is weggemoffeld

Rex Brico, een halve eeuw journalist geestelijk leven, betreurt het dat wij geen zicht meer hebben op de eeuwigheid. 'Ik heb geen antwoord op de dood. Maar ik heb er wel vragen over. En die zijn taboe.'

Zo, de laatste werkweek van paus Benedictus XVI is aangebroken. Oud-journalist Rex Brico (84) volgt het Vaticaan dezer dagen nauwgezet vanuit zijn Amsterdamse flat op negen hoog. Het is Brico's 'achtste pauswisseling'. Hij zegt het met trots en lichte spot. Heel dol was hij niet op deze Duitse paus, Joseph Ratzinger, in wiens paleis hij was voor Elsevier in de jaren tachtig, toen Ratzinger nog kardinaal was. "Ik mocht hemzelf niet interviewen, alleen zijn secretaris. Ratzinger wilde rust, Nederlandse journalisten zag hij als oproerkraaiers. Toen al was hij een niet-communicatieve, rationalistische man. Nu is hij degene die het pausdom ontmythologiseert. Een paus die de dood niet afwacht, maar als een personeelschef ontslag neemt! De paus was voor ons katholieken de mythologische figuur in wie de hemel de aarde raakte."

"Ik heb nog foto's waarop ik als jongen voor het altaartje sta dat mijn vader voor me getimmerd had. Gehuld in een prachtige roodfluwelen koormantel. Andere homoseksuele jongens trokken de jurken van hun moeder aan. Ik was 10 toen paus Pius XI overleed, in 1939. In die tijd speelde ik altijd de actualiteit na, met Halma-mannetjes. En er was er één, die drukte ik een punaise op zijn kop met een mooi stukje stof eraan van mijn vader, die kleermaker was. Dat poppetje was de paus die alle overlijdensrituelen moest ondergaan. Zo sloeg ik net als de deken in Rome met een zilveren hamertje drie keer op het pauselijke hoofd, en vroeg: 'Ambrogio, leeft gij nog?' Dan was hij doodverklaard. De paus ging vervolgens in een sigarendoosje van mijn vader, zo werd hij bijgezet."

Het is nu 2013. De hang naar het mysterie is Brico nooit kwijtgeraakt. In de loop van zijn tumultueuze leven is Brico veranderd van een gelovig christen in een 'mystiek angehauchte agnost'. Het bestaan van een hogere macht kan hij niet aantonen, evenmin het niet-bestaan, maar de mystiek is hem lief.

Halverwege de jaren negentig koos hij voor zichzelf, en nam hij afscheid van 'de homo's hatende, bijbelse God'. Maar hij bleef ervan overtuigd dat 'er meer was'.

"Mijn thuiskomst zal niet meer zo lang duren", schreef u vorig jaar in uw autobiografie. Waarom is dat hogere daarbij zo belangrijk voor u?
"Ik ben oud en heb intussen al heel wat familieleden, vrienden en relaties uit mijn journalistieke periode begraven. Wat me daarbij steeds weer opvalt is het taboe dat in dit land ligt op elk spreken dat hoop op een voortbestaan na de dood uitdrukt. We hebben met ons allen de deur naar zo'n voortbestaan dichtgeslagen, terwijl we hem op een kier hadden moeten laten staan. Volgens mij is een soort existentieel vertrouwen mogelijk, dat niet wordt ingevuld met hemel, hel, nirvana of wederopstanding. Gewoon het vertrouwen dat de kosmos, waar we deel van uitmaken, meer in petto heeft dan wij kunnen bevroeden."

U bewonderde de Amsterdamse pater en studentenpastor Jan van Kilsdonk. Hij begeleidde ho- moseksuele mannen die aan aids overleden, en liet ze gaan 'met overgave en oervertrouwen', zonder het te hebben over hemel of hel.
"Dat is het laatste wat de mens op zijn sterfbed nog rest. Vertrouwen is toekomstgericht. Je kunt vertrouwensvol de dood ingaan zonder dat je je een voorstelling van een hiernamaals maakt. Dan vertrouw je op het leven as such, op de Levenskracht die ons transcendeert."

Waarom vertrouwen we daar niet op?
"Ik kwam op de wereld met de gedachte dat het leven op aarde pas het begin is, daarna wacht er een veel mooier leven. Ik was als jongetje in de eeuwigheid geplaatst, en ik niet alleen, 95 procent van de Nederlanders: de katholieken, de protestanten, de joden, de moslims. In mijn leven heeft dat een enorme rol gespeeld. Vooral omdat ik ongelukkig was, door mijn seksuele geaardheid. Ik heb dat geheim tien jaar met me meegedragen.

Ik zocht een uitweg, verplaatste het accent naar een volgend leven. Dus als mijn medescholieren strips lazen of gingen sporten, las ik boeken over theologie. Ik werd niet gepest, maar ik was wel uiterst eenzaam.

Toen ik tbc had, en in de hongerwinter op sterven lag, dacht ik: dit gaat voorbij, er komt iets veel beters.

Na de oorlog belandde ik in Wenen, waar ik met toestemming van mijn ouders talloze elektroshocks kreeg toegediend om me van mijn homofilie te genezen. Mijn ruggegraat is toen ernstig beschadigd. Ik wilde samenwonen met een Oostenrijkse vriend - onmogelijk in het Nederland van na de oorlog. Ik ging met hem naar Australië, woonde een paar jaar in Londen, waar ik toneelstukken schreef over de dood."

In 1967 kwam u terug naar Nederland.
"Ja, en daar zag ik in een betoging twee jongens een bord meedragen: 'Wij willen een leven voor de dood'. Dat was een confrontatie. Een verschuiving van paradigma. Ik was nooit bezig geweest met leven vóór de dood, alleen met dat erna, dat vond ik veel interessanter. In 1970 heb ik nog naar aanleiding van een boek van theoloog Gerrit Cornelis van Niftrik een groot artikel geschreven met de kop: 'Waar zijn onze doden?' Dat mag je nu niet meer vragen.

Sinds de jaren zestig is de eeuwigheid verdonkeremaand. Als je mij nu, aan het einde van mijn laatste levensdagen, vraagt: wat is de grootste verandering die je hebt meegemaakt? Dan zeg ik: het wegwerken van dood en toekomst. Ik vind het alarmerend.

Ik heb geen antwoord op de dood. Maar ik heb wel vragen rond de dood. En ik heb gezien hoe die vragen werden weggemoffeld."

U zegt dat evolutiebiologen daar mede voor verantwoordelijk zijn.
"Evolutiebiologen, een neurobioloog als Dick Swaab, materialisten, zij hebben de dood taboe verklaard. Ook de kinderen van mijn broers, ze zijn vijftig, zestig jaar, die niet veel hebben gestudeerd, maar ook mijn soms hoog ontwikkelde vrienden kijken mij met zulke grote ogen aan als je ze vraagt: 'Geloof je dat er nog iets is na de dood?' Je mag die vraag helemaal niet stellen."

Swaab mag toch op basis van zijn kennis zeggen dat hij niet gelooft in een leven na de dood?
"Ja. Daar heb ik alle begrip voor. Vanuit zijn perspectief is alles vergankelijk. Waarom zouden wij mensen dat inderdaad niet zijn? Maar sommige evolutiebiologen pretenderen dat ze filosofische standpunten mogen innemen of iets over de dood mogen zeggen. Maar hun wetenschap beperkt zich tot wat ze kunnen waarnemen.

We hebben maar vijf zintuigen, wat weten wij over de werkelijkheid? Misschien is de werkelijkheid veel groter dan we kunnen waarnemen. De quantummechanica en de nanotechnologie wijzen helemaal in die richting."

En die bestudeert u.
"Ik lees erover, ja. Ik ben geboeid door zo'n man als de Amerikaanse neurochirurg Eben Alexander, die zijn bijna-doodervaring beschrijft. Bij Bol.com bleek dat het best verkochte buitenlandse boek te zijn.

Het zijn ervaringen waarbij het causaliteitsbegrip niet werkt, de gevolgen komen vóór de oorzaken. Als in de quantummechanica die wetten niet meer gelden, hoe weten wij dan zeker dat het in het grotere geheel van het universum allemaal precies zo is als wij waarnemen?

Vergeet niet dat veel godsdiensten zijn ontstaan uit begrafenisrituelen. Mensen dachten dat de geesten van de overledenen verder leefden. Eind jaren tachtig verdedigde ik op de KRO-televisie, zaterdagavond op prime time, de stelling: 'Als je het zicht op de eeuwigheid afschaft, heeft het christendom geen toekomst.'

Mijn opponent was Wim Koole, toen baas van de Ikor, de voorloper van de Ikon, die vond het flauwekul. Hij meende dat het christendom moest worden ontdaan van het bijgeloof van dat leven na de dood. Maar, zei ik: dat is de wortel van elke religie, dat de dood niet het laatste woord heeft. Als die wortel ontbreekt, kun je dat plantje nog even water geven, maar dan sterft hij af.

Je kunt geen geloof hebben zonder eeuwigheid. Geloof in elkaar helpt niet, want we zijn allemaal sterfelijk. We zoeken iets absoluuts. Er is iets in de mens wat verlangt naar datgene wat niet voorbijgaat.

Ik heb de statistieken gevolgd als journalist: met de afschaffing van het geloof in het hiernamaals liepen ook de kerken leeg. Het een is een logisch gevolg van het ander. Als het eeuwige nog verpakt was in een vraag - waar zijn onze doden, is er meer dan de dood? - dan hadden we het opengehouden, misschien op een kier gezet, maar we hebben de deur dichtgedaan. En dat heeft onze volksgeest verminkt."

Pardon?
"Het gaat verder dan de dood. Want met die vraag: 'Is er leven voor de dood?', kreeg je ook de stroming: we leven in het hier en nu, en we hebben met de toekomst niks te maken, we zijn niet toekomstgericht meer. Kijk naar onze politici, die zijn alleen maar bezig met het heden. Zo'n Mark Rutte, heeft u ooit een visie uit zijn mond gehoord?

Kijk, het menselijk bewustzijn heeft drie dimensies: verleden, heden en toekomst. Je kunt niet ongestraft één van die dimensies uit ons bewustzijn halen. Dan vermink je de mens, de menselijke geest. Het weigeren om na te denken over de dood is daar typerend voor, maar het heeft ook te maken met het ontbreken van toekomstgerichtheid. Laatst zag ik het in de discussie rond ouderen die geld moeten inleveren. Veel ouderen willen helemaal niet aan de jeugd, aan de toekomst, denken."

Als u het hebt over een hiernamaals, denkt u dan ook aan een afrekening? De orthodox-protestantse hoogleraar Bram van de Beek pleit voor eer- herstel van de hel. En de progressieve theoloog Harry Kuitert hoopte in 1997 in zijn boek 'Het Algemeen Betwijfeld Christelijk Geloof' nog op een Laatste Gericht: anders houdt de beul een eeuwige voorsprong op zijn slachtoffer.
"Ik ben het met Swaab eens dat de genen van de mens een essentiële rol spelen. Dat je je oorsprong niet kunt ontlopen. Ik geloof dus niet in straf voor degenen die zich misdragen. Ik vind wel dat je moordenaars moet opbergen, om de samenleving te beschermen. In vergelding geloof ik ook niet."

Maar u hebt alle reden om te willen vergelden. Nogal wat mensen lieten u in de steek.
"Ik heb absoluut geen wraakgevoelens. Dan zou ik ook enorm anti-vrouw moeten zijn, wat ik niet ben. Geliefden heb ik naar het altaar moeten brengen. Want velen kozen er uiteindelijk toch voor om met een vrouw te trouwen. Heel zwaar. Loodzwaar. Maar ik ben me véél te bewust van de menselijke machteloosheid om rancuneus te zijn. Ik ken geen rancune, het kost me geen moeite."

Kunt u zich voorstellen dat mensen de ander wel een hel toewensen?
"Die zouden iets meer aan introspectie moeten doen, hun eigen onvolmaaktheden leren kennen. Ik denk eigenlijk dat we geen mensen zijn, maar mensachtigen. We moeten nog leren mens te worden. We zijn rationele dieren. Een beetje rationeel, maar vooral dieren. Kijk naar de Vaatstra-moord, zo'n man die zo gewaardeerd werd om zijn sociale eigenschappen, die dan ineens een beest blijkt te zijn geweest. Dat zit in ons allemaal."

Van de groten der aarde die Brico interviewde, maakte de Joodse Holocaustoverlever en Nobelprijswinnaar Elie Wiesel op hem het meeste indruk. "Hij leerde me te leven zonder antwoorden. Het jodendom is pas een echte religie. Ik heb alle begrip van de wereld voor mensen die zich antwoorden scheppen. Maar waarom kunnen we in vredesnaam niet een tijdje leven zonder een dak boven ons hoofd?"

FOTO'S MAARTJE GEELS

Kosmopoliet in religie
Rex Brico werd op 30 juni 1928 geboren in Amsterdam. Hij groeide op in de PC Hooftstraat, waar zijn vader een kleermakerij had. Na de oorlog studeerde hij kort Engelse literatuur, sociale psychologie en piano aan het conservatorium.

Brico emigreerde naar Australië en werd daar redacteur van The Sydney Daily Telegraph en later freelance-correspondent vanuit Bonn. In 1967 trad hij in dienst van Elseviers Weekblad. Als chef kunst werd hij al snel te links bevonden, maar hij maakte vervolgens naam als redacteur religie tot aan zijn pensionering in 1990.

Hij voerde geruchtmakende gesprekken met zowel Nederlandse als internationaal bekende geestelijk leiders als Johannes Paulus II, Moeder Teresa, Desmond Tutu en Elie Wiesel.

Na zijn pensionering schreef hij nog jaren de wekelijkse column 'Geloofsbrief' voor het AD.

In zijn zevende en laatste boek, dat september vorig jaar verscheen, verhaalt Brico over zijn levenslange persoonlijke en journalistieke zoektocht naar God: 'De odyssee van een journalist. Een levensverhaal over pers, religie en homoseksualiteit'. Ten Have, Utrecht, €22,95.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden