De eeuwige strijd tussen twee boeken

In Nairobi onderwijst de Haagse predikant Willem Jansen over de islam en het christendom. Hij legt graag dwarsverbanden tussen groeperingen.

Ze zijn wandversiering en dat weten ze. Toch genieten christenen even van hun triomf op de mihadra, die predikant Willem Jansen bijwoont, kort na zijn aankomst in zijn nieuwe woonplaats Nairobi, de hoofdstad van Kenia.

Een mihadra is een theologisch twistgesprek, gevoerd in de open lucht voor een publiek van meestal enige honderden en soms veel meer mensen. De strijdvraag is kristalhelder, zonder nuances: wie heeft er gelijk, de Bijbel of de Koran? Beide boeken prijken op een tafel. Bij deze mihadra hebben moslims een tartende vraag gesteld aan de christenen: kunnen ze een uitspraak van Jezus citeren, waarin hij letterlijk zegt dat hij zal sterven om de wereld met God te verzoenen?

Een moslim maakt er een weddenschap van en biedt vijftig dollar voor de verlangde bijbeltekst. Geloofsgenoten vermenigvuldigen de inzet. En dan is er ineens een pinksterchristen die Jesaja en Johannes combineert tot het gewenste bewijs. Gejubel stijgt op. Maar de dollars blijven in de portemonnees. De moslims vinden de bijbelteksten niet overtuigend.

Zelden winnen christenen een mihadra. De organisatie en arbitrage is in moslimhanden. "Het is catechisatie voor moslims onder het mom van dialoog", zegt Jansen, predikant in de Protestantse Kerk in Nederland. 'Wijze mannen' grijpen in wanneer uitspraken 'niet passend zijn', bijvoorbeeld bij scherpe kritiek op de Koran, want daarmee kun je de grens van blasfemie overschrijden.

Krenkende opmerkingen tegen christenen dulden ze evenmin. Maar in de debatten zijn christenen in het nadeel, ze moeten het doorgaans afleggen tegen professionele moslim-theologen, die behalve de Koran ook de Bijbel tot in detail kennen. Deze godgeleerde disputen zijn een geliefd tijdverdrijf. Ze vinden elke avond op verschillende plekken in de stad plaats en duren vele uren.

Helemaal nieuw was het verschijnsel mihadra niet voor Jansen, in zijn Lucaskerk in de Haagse Schilderswijk maakte hij al eens een voorproefje mee: "Daar stapte een keer bij het begin van de dienst een imam naar voren. Hij begon uit te leggen wat de islam was. In de Lucaskerk kan veel, maar we hebben hem toch duidelijk gemaakt dat dit niet het juiste moment was."

Jansen kreeg al snel zijn bekomst van de mihadra's: "Steeds weer datzelfde thema, de strijd tussen twee boeken. De actualiteit komt niet aan bod. Ze zouden het kunnen hebben over de koranverbanding door dominee Jones, over de liquidatie van Osama bin Laden, over Geert Wilders. Die onderwerpen interesseren de mensen, de eerste grote aanslag van Bin Laden was in Nairobi in 1998, drie jaar voor de verwoesting van de Twin Towers in New York. De Kenianen waren uitgelaten blij over de dood van Bin Laden en ook trots, omdat Obama van Keniaanse komaf is. Aan de andere kant vrezen ze ook dat juist daarom Al-Kaida in hun land de dood van Bin Laden zal willen wreken. Maar bij de mihadra's komt dat soort actualiteit niet ter sprake."

Zelf kreeg Jansen eens de uitnodiging om op een mihadra de leer van de goddelijke drie-eenheid te verdedigen: "En dan sta je daar in een nog wildvreemde stad ineens tegenover honderden mensen." Hij doorbrak de spanning door te vertellen dat hij uit Den Haag kwam, want dat doet het goed in Kenia: "Ze weten meer over Den Haag dan de Hagenaars zelf. Den Haag, de juridische hoofdstad van de wereld, dat is daar een begrip. Ze lachen als ze horen dat je uit Den Haag komt en gooien verschrikt hun handen in de lucht. Er staan Keniaanse politici terecht bij het Internationale Strafhof vanwege de verkiezingsonlusten in 2007. De media besteden er veel aandacht aan. Keniaanse parlementariërs waren een keer in Den Haag. Ze lieten zich per limousine door de stad vervoeren. Passeren ze ineens de aanklager, José Luis Moreno Ocampo, die op een fiets blijkt te rijden! De Keniaanse media vonden het een schande, niet die limousine maar die fiets. Een aanklager op een fiets, welke waarde kon dat proces nog hebben?"

Sinds jaar en dag is Jansen een voorvechter van de dialoog, zij het een andere dialoog dan die van de mihadra's. Al even weinig heeft hij op met de christelijke tegenhangers, de zogeheten crusades (kruistochten). Deze bijeenkomsten vol zang, muziek en dans beginnen op vrijdagavond (vanwege Goede Vrijdag) en duren voort tot vijf uur 's ochtends. Ze produceren samen vele decibels, want op zowat elke straathoek staat er wel een kerk.

Tot twee jaar geleden onderhield Jansen in Den Haag en omgeving voor de PKN de contacten met andere geloofsgemeenschappen. Hij bouwde kennis op over (de opsomming is verre van compleet) uiteenlopende soorten Midden-Oosters, Afrikaans en ander uitheems christendom, alle mogelijke varianten van Arabische, Turkse, Surinaamse, Afrikaanse en andere islam, sjiieten, soennieten, alevieten, soefi's en ahmadi's, Iraakse volgelingen van Johannes de Doper en de verschillende schakeringen van het hindoeïsme en boeddhisme, allemaal actief op de minder dan honderd vierkante kilometers, die de hofstad rijk is.

De wethouder noemde Jansens vertrek naar Kenia een zwaar verlies voor de integratie. Maar leuker nog vond de predikant het toen hij een Turk tegen een Marokkaan hoorde zeggen: "Zonder Jansen zouden jij en ik elkaar niet hebben gekend." Het web dat hij spon in Den Haag had allang niet meer alleen de PKN als centrum, Jansen legde ook dwarsverbindingen tussen die talloze groepen.

In Kenia doet hij hetzelfde. Werk genoeg in een land met tientallen verschillende etnische, religieuze en tribale groeperingen. Hij geeft studenten uit heel Afrika onderwijs in de islam en betrekkingen tussen christenen en moslims. In principe kunnen ook moslimstudenten bij hem terecht, maar die heeft hij niet. Om de opleiding praktisch te houden wandelt hij geregeld met zijn studenten in de wijk Eastleigh. In de koloniale tijd woonde daar het personeel van de Britten, nu vooral gevluchte Somaliërs.

Eastleigh is voor Jansen geworden wat de migrantenwijken voor hem waren in Den Haag. Ook in Eastleigh legt hij contacten met talloze organisaties en moskeeën. Hij maakt er kennis met een islam die is veranderd. De mystieke soefi-islam verloor terrein aan radicalisme. De in Somalië zelf beruchte, Kaida-achtige Shabab laat zich ook in Eastleigh gelden. Toch laat de islam van Eastleigh nog steeds een gevarieerd beeld zien waarin de mystiek niet geheel is verdwenen.

Als het de opleiding ten goede komt, is Jansen soms bereid ver te gaan. Hij ging in op een aanbod van de Iraanse ambassade, die ayatollahs liet overvliegen uit de heilige stad Qom, zodat de studenten via hen kennis konden maken met de sjiitische islam. Jansen: "Naïef? Misschien wel. Als ik in Nederland een presentatie geef en ze zien me tussen de ayatollahs staan, dan heb ik wat uit te leggen. Natuurlijk is het een vreselijk regime, en als ze mij zouden uitnodigen naar Iran te gaan dan zou ik weigeren. Ik weet dat ze mij gebruiken, maar ik gebruik hen ook. De studenten waren enthousiast over dit onderdeel van de opleiding. Je hebt grote en kleine verhalen. Die kleine verhalen vind ik belangrijk. Het grote verhaal over Iran is duidelijk. Maar als je mensen langer meemaakt, komen vanzelf de kleine persoonlijke verhalen. Ze vertellen bijvoorbeeld hoe ze bij verdriet troost putten uit de Koran. De Koran als troostboek, ook dat is informatie."

Is er zoiets als een Afrikaanse islam en wat is daarvan volgens hem de kern? Jansen: "De soefimystiek, het geloof in geesten. Bij mijn evaluatie als docent was een kritiekpunt van de studenten dat ik te weinig aandacht had besteed aan de Afrikaanse mystiek. Maar als ik daaraan was begonnen dan was ik aan niets anders meer toegekomen." Die mystiek blijft de kern van de Afrikaanse geloofsbeleving, of die nu een christelijke, een islamitische of een traditioneel Afrikaanse gedaante aanneemt. De president van de St. Paul's University drukte het zo uit: "Het rode bloed van het tribalisme is dikker dan het doopwater van Jezus Christus."

Oorlogen verstoorden eendracht moslims en christenen
Willem Jansen geeft studenten uit heel Afrika onderwijs in de islam en betrekkingen tussen christenen en moslims. Dat gebeurt in een samenwerkingsverband tussen de stichting Procmura en de christelijke St. Paul's University in Limuru, een voorstad van Nairobi. Procmura staat voor Programme for Christian Muslim Relations in Africa en werd in 1959 opgericht. In die tijd werd de ene na de andere Afrikaanse staat onafhankelijk. De Afrikaanse kerken bezonnen zich op hun rol na het einde van het westerse kolonialisme.

Zendingskringen in Nederland deden dat ook. De discussies mondden uit in de oprichting van Procmura, dat een christelijk kader wilde opleiden met kennis van de islam. Beide godsdiensten moesten eendrachtig bloeiende samenlevingen opbouwen. Burgeroorlogen verstoorden de droom. Spanningen tussen christenen en moslims treden vooral op in landen op de zogeheten tseetsee-lijn, de noordelijke grens van het leefgebied van de beruchte tseetseevlieg en lange tijd ook de zuidelijke grens van de Afrikaanse islam. Dan gaat het bijvoorbeeld over Soedan en Nigeria, beide berucht vanwege geweld tussen christendom en islam. Procmura kreeg het druk met bemiddelen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden