De eeuwenoude strijd om Christus' verjaardag

In onze postchristelijke samenleving wordt kerst nog steeds uitbundig gevierd. Het feest vormt een niet weg te denken ankerpunt in het jaar. Toch hebben de christenen het eeuwenlang zonder Kerstmis moeten doen. Hoe werd de 25ste december een officiële kerkelijke feestdag? En waar komen onze stal, boom, ballen en kerstliederen vandaan?

Het klinkt misschien raar, maar de christenen die in de eerste twee eeuwen na Christus leefden, kenden kerst niet. Ze waren er fel op tegen om de geboortedag van hun Verlosser te gedenken. Iemands verjaardag vieren deden alleen de Romeinen en die waren toen nog voor het merendeel 'heiden'. Daarom was zo'n feest voor de eerste generaties christenen taboe. Conform de vaststelling van kerkvader Origines (geboren 185): ,,Ik vind nergens in de Schriften een man die zijn verjaardag vierde en rechtvaardig was''.

Toch waren er ook al in Origines' tijd christenen die kerst vierden. Weliswaar niet op 25 december, maar op 28 maart of 20 april. Daarbij baseerden ze zich op foutieve berekeningen van Jezus' geboorte, die overigens wel in het voorjaar moet hebben plaatsgevonden. Volgens berichten zou Kerstmis rond 90 na Christus voor het eerst zijn gevierd, maar de eerste gedocumenteerde melding van een kerstachtig feest hebben we uit het jaar 137. Toen maakte paus Hyginus in Rome de geboorte van Christus tot een plechtig feest.

In 221 opperde een prominente Romeinse bekeerling, de stafofficier Julius Africanus, als eerste dat het goed zou zijn om binnen de hele kerk de geboorte van Christus officieel te gedenken en wel op 25 december. Hij kreeg vrijwel de voltallige kerkleiding over zich heen. Niet zozeer vanwege zijn voorstel om de verjaardag van Jezus te vieren (door de toevloed van Romeinse bekeerlingen kwam ook onder christenen het vieren van verjaardagen steeds vaker voor), maar vanwege de datum. De 25ste december was de dag waarop de heidense Romeinen de geboorte (uit een maagd!) van de uit Perzië afkomstige zonnegod Mithras vierden.

Door zijn vele overeenkomsten met de Christusfiguur - tijdens zijn leven op aarde genas Mithras zieken en voor zijn opstijging ten hemel had hij een 'laatste avondmaal' met twaalf volgelingen - moesten de bisschoppen weinig van hem hebben. Zeker niet toen Mithras in het jaar 274 onder Keizer Aurelianus ook nog eens de status van rijksgod kreeg. De christelijke argwaan gold al evenzeer voor de, direct aan de Mithrasfeesten voorafgaande saturnalia, een soort carnaval ter ere van de Romeinse zaaigod Saturnus.

De Mithras- en Saturnusfeesten waren zo populair - zelfs de pro-christelijke keizer Constantijn (324-337) vierde ze - dat de kerk zich uit concurrentieoverwegingen zorgen maakte. Dit en de druk van Constantijn leidden ertoe dat beide heidense vieringen uiteindelijk werden omgedoopt tot één groot feest, op 25 december. De christelijke betiteling van Kerstmis als het 'lichtfeest' verwijst naar de Romeinse natalis solis invicti, de geboorte van de zonnegod. Mithras dus.

Kerst op 25 december vormde tevens de bezegeling van de macht van de kerk van Rome (westerse paus) over die van Constantinopel (oosterse patriarch) waar men kerst op 6 januari vierde. Het was evenmin toeval dat in 354, kort na het Concilie van Nicea waar het arianisme werd veroordeeld en het pauselijk gezag bevestigd, 25 december tot feest voor de hele kerk, in West én Oost, werd verklaard.

Het duurde nog geruime tijd voordat dit ook in de niet-westerse delen van het rijk was ingeburgerd: Antiochië 374, Constantinopel 380, Alexandrië 430, Jeruzalem 547. Aangezien de meeste oosterse kerken na 1549 - invoering in het Westen van de Gregoriaanse kalender - de Juliaanse tijdrekening aanhielden, loopt sindsdien bij hen de datum van het Kerstfeest achter bij die van de westerse kerken.

In Europa sloot de 25ste december prima aan bij gebruiken die er van oudsher in zwang waren: het Attis-feest in Phrygië, de Joelfeesten in Scandinavië, de Midwinterfeesten in Germanië. Het Concilie van Tours maakte in 567 de periode tussen 25 december (de geboorte van Christus) en 6 januari (zijn doop in de Jordaan) tot een 'heilig festival'. In die tijd was ook al de nachtmis in zwang, als eerste van drie liturgische kerstdiensten.

Tijdens de Middeleeuwen slopen ons nu nog bekende gebruiken het Kerstfeest binnen. Zo dook in de dertiende eeuw de eerste 'kribbeviering' op, en in de zestiende eeuw nam het aantal kerststallen in Europa fors toe - eerst in de kerken en vanaf de achttiende eeuw eveneens binnenshuis. Ook al snel in Nederland, al zagen de protestanten de stal, net als de boom trouwens, lange tijd niet zitten ('onbijbels en veruitwendiging van het geloof'). In de late Middeleeuwen ontstond binnen nonnenkloosters het ook nu nog bestaande kindjewiegen. Men legde een afbeelding van het kind Jezus in een kribbe en zong geestelijke wiegeliederen.

De hele Middeleeuwen door probeerde de kerk het Kerstfeest verder te kerstenen, waarbij ze het spirituele aspect sterk benadrukte. De adel trok zich er weinig van aan; onder haar invloed was kerst voornamelijk een dag van eten, drinken en spelen. In onze streken werd kerstavond daarom veelzeggend dikkevretsaovond genoemd, een begrip dat modern aandoet. Kerststol, in de vorm van een ingebakerd kind, en -krans verwijzen naar de offerbroden.

De kerstboom heeft eveneens een lange geschiedenis. Die strekt zich waarschijnlijk uit tot vóór het christendom. In christelijk verband dateert hij, als we de legende moeten geloven, uit de zevende eeuw. Een missionaris uit het Engelse Devonshire zou toen de driehoekige vorm ervan hebben gebruikt om aan net bekeerde Germanen in Thüringen de Drieëenheid uit te leggen. Zeker is dat de kerstboom in de twaalfde eeuw in Midden-Europa op kerst omgekeerd werd opgehangen aan het plafond van de kerk, als metafoor voor Christus, 'geboren uit de Vader en de Geest'. Maar hij werd ook gezien als symbool van de boom in het paradijs.

Een kerstboom in huis halen is een uit de zestiende eeuw daterend, Duits (Neder-Rijn) gebruik dat zich heel geleidelijk over de rest van Europa verbreidde. Zo duurde het tot rond 1840 voordat de eerste boom in ons land zijn intrede deed en wel in Hemmen, Gelderland. Héléne de Mecklenbourg, vrouw van de hertog van Orléans en van Duitse afkomst, liet in 1837 haar kerstboom in de Tuilerieën optuigen met ballen. In voorchristelijke tijd hing men de ballen in een boom om boze geesten te weren.

Al is Maarten Luther niet de uitvinder van de met snoep versierde kerstboom - de eerste stond kerst 1510 in Riga, Litouwen - hij heeft wel de primeur als de man die zijn boom met kaarsjes tooide. Een verwijzing naar de 'Ster van Bethlehem'. De reformator voerde ook het gebruik in om elkaar met de kerst cadeautjes te geven, als tegenwicht tegen het 'paapse' sinterklaasfeest. Tweede kerstdag hebben wij eveneens aan de Duitse hervormer te danken.

Calvijn was een veel minder grote fan van kerst. Hij zag er te veel heidense symboliek in terug. Onder zijn invloed verdween in calvinistische landen alle franje - kerstspelen, versieringen. In het Engeland van Oliver Cromwell (1599-1658) ging men zelfs zover de kerstviering als 'heidens' te verbieden. Op 25 december werd er gewoon gewerkt. Die antistemming strekte zich ook uit tot de Engelse koloniën in Noord-Amerika. In Boston werd een predikant bijna uit het ambt gezet omdat hij het waagde een kerststal in de kerk te plaatsen. Toen onder Karel II de monarchie in 1660 werd hersteld, kwamen veel oude kerstgebruiken terug. De puriteinse invloed bleek echter hardnekkig. Pas tegen het einde van de negentiende eeuw begon men in Engeland kerst weer kleurrijk te vieren. In de VS werd door het verzet van sommige protestantse kerken 25 december pas in 1870 een nationale feestdag.

In het begin van de twintigste eeuw begon het zakenleven interesse in het Kerstfeest te krijgen. In onze geseculariseerde tijd hebben de glitter en de glimmer het van de ingetogenheid gewonnen. Al zijn er tekenen dat sommigen, ook niet-christenen, Kerstmis weer beginnen te zien als een feest van bezinning en rust.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden