De eeuw van Herzberg

Welke Nederlanders hebben zo'n grote invloed gehad op de twintigste eeuw, dat na hen de wereld niet meer dezelfde was? Beroemd, berucht of onderschat, wie veroorzaakte een wending in onze levenswijze, markeerde een doorbraak in ons denken? Met het eind van de eeuw in zicht blikte Podium iedere dinsdag terug op invloedrijke landgenoten in de afgelopen honderd jaar. Vandaag het laatste deel.

Zijn halve leven lang was Abel Herzberg (1893-1989) dé vraagbaak voor de media over de Sjoah en Israël. Zeggen dat die twee onderwerpen niét met elkaar samenhangen zou een gotspe zijn. Maar eenmaal in het balboekje van een journalist beland, ben je voor je het weet 'woordvoerder jodendom'.

Herzberg was graag aan het woord, dat liet hij zich dus graag aanleunen. Een gezonde ijdelheid, echter zonder pretentie te spreken 'namens'. Niet- joden, geïnteresseerd in de opinie van een jood, liepen intussen met hem weg. En zo werd het misverstand geboren dat hij minder geliefd was 'in joodse kring', omdat 'de joden' het soms hartgrondig met hem oneens waren. Herzbergs biograaf Arie Kuiper en anderen baseren hun misverstand op een paar kritikasters, rabiate stukjesschrijver Gerry Philip Mok en uitgesproken Herzberg-opponent Hans Knoop.

De laatste, hoofdredacteur van het Nieuw Israëlietisch Weekblad geweest, had een punt, waarover inderdaad van mening te verschillen valt: Herzbergs (zeer kortstondige) medewerking aan het blad van de Joodse Raad, speelbal in de psychologische oorlogsvoering van de Duitse bezetters en hun Nederlandse handlangers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Herzberg claimde geenszins het monopolie op de juiste zienswijze, maar had begrip voor de paar joden die, door de Duitsers gemanipuleerd, iets van culturele waardigheid overeind probeerden te houden. Die trachtten te redden wie er te redden was - tegen beter in. Hij waarschuwde voor een grote vergissing. Het was niet de Joodse Raad die joden naar de gaskamers had gebracht. Het was anderzijds ook niet alleen Eichmann, coördinator van de deportaties van het Derde Rijk. Het waren Duitse soldaten en Nederlandse politiemannen en treinconducteurs. En zo verdedigde Herzberg de voormannen van de Joodse Raad en bepleitte hij een passender straf voor Eichmann dan de doodstraf: boven Beieren geparachuteerd worden, waar ze het maar met hem moesten uitzoeken.

Eerder dan historici als Blom , nu directeur van het Nederlands Instituut voor Oorlogsdocumentatie (Niod) en bekend geworden als dé afschaffer van het zwart-witte goed-fout-denken, brak Herzberg met de te gemakkelijke tweedeling tussen daders en slachtoffers. In zijn advocatenpraktijk (waarover anekdotes in het boek 'Om een lepel soep') was hem al gebleken hoe misdaad in een klein hoekje zit. Als 'rechter' onder de mede-gevangenen in concentratiekamp Bergen-Belsen (beschreven in 'Amor fati') was dat niet veel anders.

Hoe gedecideerd zijn betoogtrant ook overkwam, zijn doel was nooit een oordeel. Aan het slot van zijn beroemde procesverslag 'Eichmann in Jeruzalem' uit 1962 (om onduidelijke redenen als enige publicatie niet opgenomen in het recent afgesloten Verzameld werk) omschreef hij zijn oogmerk als 'een diagnose te stellen van het verleden'. De kern van de oorlog bestond uit 'een opstand tegen de cultuur', zei hij tegen journalist Ischa Meijer. ,,De mens is een wild beest. De beschaving is een dompteur. De mens krijst tegen de dompteur, vreet hem in een onbewaakt ogenblik op.'' In 'Amor fati': ,,In ons allen leeft de heiden onuitroeibaar en in ons allen leeft naast alle liefde de haat tegen de cultuur. Wij zijn gesticht door prachtige kathedralen, maar als zij in elkaar donderen, is er iets in ons hart dat juicht.''

De 'menselijke bandeloosheid' is alleen te beteugelen door ons bewust te maken van onze verborgen driften, meende Herzberg. Dit menselijk tekort benaderde hij met mededogen: mensen kunnen nu moeilijk anders, mislukkelingen dat we zijn. Zijn mededogen vertedert, maar irriteert eerlijk gezegd ook een beetje. Herzberg lijkt met zijn immense wijsheid een rechtvaardigheidsgevoel te belichamen waaraan wij simpele mislukkelingen toch nooit tippen.

Maar gelukkig mengt hij zijn mededogen regelmatig met een flinke portie ontregeling. Die zit in zijn 'oorlogswerk', maar ook bij voorbeeld in 'Brieven aan mijn kleinzoon', over zijn afkomst uit een gezin in Rusland, voor pogroms naar Amsterdam gevlucht. Zo moet je iemand die jou geschoffeerd heeft later niet de deur wijzen, corrigeerde de vader van Abeltje moeder, die zich boos maakt over de brutaliteit: ,,als die man die ons beledigd heeft bij ons moet aankloppen om hulp, dan is hij al door God gestraft. En dat is genoeg.''

Herzberg dreef de spot met zichzelf, door zijn personificatie met Salomon Zeitscheck uit de novelle 'Drie rode rozen' uit 1973, eerder aanwezig in een van de weinige vooroorlogse publicaties, zijn toneelstuk 'Vaderland' uit 1934. Zeitscheck voert constant een dialoog met zichzelf en komt daar nooit uit, omdat hij verlangt naar de vereniging van wat niet voor niets tegenstellingen zijn. Om gek van te worden! Maar toch is erkenning van 'tweeheid' nodig, wil je het eenzijdige overstijgen en tot innerlijke overeenstemming komen.

De verleiding is groot om de ene na de andere wisecrack uit zijn lijvige verzameld werk te citeren. Zijn 'Kroniek der Jodenvervolging' en de genoemde 'Brieven aan mijn kleinzoon' zijn in dat oeuvre uitgegroeid tot klassiekers. Herzberg was niet in de laatste plaats een groot schrijver. Fijntjes zette hij zijn begenadigdheid extra in de schijnwerpers door z'n studie over de horeca-wetgeving ten tijde van zijn advocatenpraktijk zijn enige substantiële publicatie te noemen.

Hij schreef talloze essays. ,,Nu wil het mij met het goddelijk geloof niet lukken'', zei hij in 'Aartsvaders', maar dat stond zijn fascinatie nimmer in de weg die veel van zijn essays kenmerkt: voor de joodse traditie waarin Abraham, Isaük en Jacob ,,een principiële geestelijke omkeer bewust en uitdrukkelijk teweeggebracht'' hebben, ,,uitgemond in een hoogst belangrijke verhoging van het algemeen menelijk beschavingspeil''.

In deze overtuiging vond hij zijn bestaansgrond. Zijn mildheid, het vermogen om mededogen aan ironie te paren, leidde hem door het leven, tot hij op de gezegende leeftijd van bijna 96 jaar overleed - het einde van de eeuw van Abel Herzberg.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden