’De eerste vrouw van de profeet was ook een onderneemster’

Turkse en Marokkaanse vrouwen die een eigen zaak beginnen, gaat het bovenal om het zelfstandig zijn. De verdiensten en het beroep maakt hen uiteindelijk niet zo veel uit, blijkt uit onderzoek van de Nijmeegse universiteit.

’Dapper’, zo typeert Caroline Essers de Turkse en Marokkaanse onderneemsters, die onderwerp zijn van haar proefschrift waarop ze maandag 7 januari aan de universiteit van Nijmegen promoveert. Vrouwen van niet zeuren maar poetsen, die er alles aan doen om hun onderneming te laten slagen. En meestal gaat dat hen goed af. „Rijk worden ze er niet van", zegt Essers. „Maar dat was ook nooit hun bedoeling."

Nederland telt een kleine maar naar verluidt groeiende groep van zo’n tweeënhalfduizend Turkse en Marokkaanse vrouwelijke ondernemers naar wie nog nooit degelijk onderzoek was verricht. Na vijf jaar aan haar proefschrift te hebben gewerkt, denkt de management-wetenschapster een goed beeld te hebben. De meesten zijn werkzaam in de dienstensector en hebben vaak een uitgesproken feminien beroep, zoals kapster, schoonheidsspecialiste of weddingplanner. Essers: „Maar over het algemeen bleek dat het ze niet zo heel veel uitmaakt wat ze doen. Het gaat bovenal om het ondernemen, want dat verschaft hen autonomie."

Die vurig gewenste zelfstandigheid behoefden de vrouwen over het algemeen niet tot het uiterste te bevechten. ,,Het beeld dat ze ondergeschikt en onderdrukt zijn, klopt niet’’, zegt Essers. ,,Hun echtgenoten en families staan –soms na enig onderhandelen– volledig achter hen. Ze steunen de vrouwen met geld of vangen de kinderen op. Van de twintig onderneemsters met wie ik diepteinterviews heb gehouden, vertelde er één dat haar vader niet wilde dat ze voor zichzelf zou beginnen. Ze heeft toen weten te bewerkstelligen dat ze samen met haar zus een zaak mocht beginnen, zodat het in de ogen van haar vader een ’veilige’ onderneming zou worden.’’

Alle twintig vrouwen die aan Essers hun levensverhaal vertelden, waren overtuigd moslima. Ook hun godsdienst beperkte de vrouwen niet of nauwelijks. Integendeel, concludeert de promovenda. „Ze hadden er juist steun aan. Khadija, de eerste vrouw van de profeet Mohammed was handelaarster, daar verwezen ze regelmatig naar. En als een interpretatie van de Koran hen minder goed uitkwam, wisten ze daar heel handig mee om te gaan. Zo kaartte een schoonheidsspecialiste aan dat vreemde mannen aanraken geen probleem was. ’Ik heb toch net als een verpleegster een eervol beroep. Bovendien houd ik gepaste afstand en selecteer ik mijn klanten’, was daarop haar antwoord. De vrouwen bleken opvallend slim in het bedenken van strategieën of listen om lastige zaken te omzeilen."

Klagen deden de Marokkaanse en Turkse onderneemsters zelden, bemerkte Caroline Essers. En als dat wel het geval was, ging het meestal over de belastingen, of het feit dat de banken traag waren met leningen. Ook de grote sociale controle kwam nu en dan ter sprake. Essers: „Weddingplanners gaan na een bruiloft wel eens ’s nachts alleen over straat. Daar wordt over geroddeld, en dat vinden deze vrouwen ronduit vervelend. Sommigen vertrokken daarom naar een andere plaats, of namen wat meer afstand van hun directe omgeving."

Al met al mag dus niet worden geconcludeerd dat het voor de Turksen en Marokkaansen eenvoudig was om een eigen onderneming te beginnen. Essers: „Ze hebben met veel dingen rekening te houden, omdat ze veel rollen vervullen: ze zijn vrouw, moslima, migrante en onderneemster. Hoewel ze daar dus handig mee omgaan, hebben ze het soms toch tamelijk zwaar. Enkelen kampen met schuldgevoelens ten aanzien van hun kinderen, of hebben moeite het hoofd financieel boven water te houden. Een aantal is zeer succesvol, maar van sommigen kreeg ik de indruk dat ze zich hadden verkeken op het hebben van een eigen zaak. Ik weet niet of alle vrouwen die ik heb geïnterviewd het hebben gered."

Het viel Caroline Essers op dat de Turkse en Marokkaanse onderneemsters niet of nauwelijks van elkaars activiteiten op de hoogte zijn. „Daar zou ik eventueel een vervolgonderzoek naar willen doen", zegt ze. „Het is jammer dat ze vaak op een eilandje zitten. Door te netwerken zouden ze meer succes kunnen oogsten."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden