De eerste vakantie in Israël riep tegenstrijdige gevoelens op

Lieve Tascha,

Het lijkt soms alsof in jouw leven mijn geschiedenis zich herhaalt. In je brief van vorige week beschrijf je hoe ongecompliceerd rond je twintigste - nu tien jaar geleden - je relatie met de staat Israël was: 'Ik was Joods en ik hield van Israël. Die Palestijnen bedreigden 'ons' en moesten niet zeiken.' Dat veranderde toen je voor het eerst naar de bezette westelijke Jordaanoever ging. De lange rijen wachtende Palestijnen voor de checkpoints, de schreeuwende Israëlische soldaten - ik kan me voorstellen dat je het een schokkende ervaring vond. 'Wat is er gebeurd met het Israël waar ik ooit zoveel van hield?', vraag je me: 'Denk jij dat het daar nog ooit vrede wordt?'

Vreemd genoeg heb ik dezelfde verandering als jij doorgemaakt: van kritiekloos bewonderaar van Israël in iemand die de ontwikkelingen in het Heilige Land met grote bezorgdheid volgt. Alleen overkwam mij dat al meteen na de Zesdaagse Oorlog van 1967, toen Israël de Palestijnse gebieden veroverde. Eerst was ik vervuld van trots op de stoere Joodse soldaten die binnen een week naar de Tempelberg in Jeruzalem oprukten, en daarin stond ik niet alleen. Heel autorijdend Nederland had een sticker met het opschrift 'Wij staan achter Israël' op de bumper. In Voorschoten, waar mijn ouders woonden, werd een grote benefietavond voor de jonge Joodse staat gehouden in het Gezondheidscentrum Dr. van der Stoel. Het hele dorp doneerde gul. De zomer daarop gingen opa, oma, je oom Ronald en ik op vakantie naar Israël, wat we nog nooit hadden gedaan. We ontmoetten de familie die na de Tweede Wereldoorlog daarheen was vertrokken, winkelden in Tel Aviv en raakten de Klaagmuur aan - die herinnering ontroert me nog steeds.

Maar ik stoorde me ook aan de vanzelfsprekendheid waarmee de Israëlische familieleden over de bezette gebieden praatten: Die zijn nu van ons. En af en toe werd er een regelrecht discriminerende opmerking gemaakt. Wat me van die vakantie altijd is bijgebleven, is tante Betsy die Auschwitz had overleefd en op het strand tegen ons zei: ga niet te dicht bij die man daar zitten, dat is een Arabier. Dat kun je zien want ze hebben andere vingers dan wij.' Een verbijsterende mededeling: hoe kon iemand die de Holocaust aan den lijve had meegemaakt zoiets zeggen?

Mijn eerste kennismaking met Israël riep tegenstrijdige gevoelens bij me op en dat is eigenlijk altijd zo gebleven. 'Denk je dat het daar ooit nog vrede wordt?', wil je van mij weten. Ik zou die vraag graag bevestigend willen beantwoorden maar dat lukt me niet.

Zo lijkt het me geen gunstig voorteken dat in Israël Avigdor Lieberman net tot minister van defensie is benoemd. Ik heb de voormalige nachtclubportier uit Moldova ontmoet tijdens een receptie op het Catshuis. Ik dacht dat hij de bodyguard van Benjamin Netanyahu was, zo gedroeg hij zich ook maar hij bleek een invloedrijk politicus te zijn. Zelfs de legerleiding maakt hem uit voor 'extremist'. Ik vrees dat we vrede voorlopig kunnen vergeten. Of vind je me nu weer te pessimistisch?

Liefs, papa

Vader Max en dochter Natascha van Weezel, beiden journalist, schrijven elkaar wekelijks.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden