De eerste quinoa van Hollandse bodem

Quinoa in Bolivia. Beeld Colourbox
Quinoa in Bolivia.Beeld Colourbox

Quinoa is al duizenden jaren het basisvoedsel van de indianen in Bolivia, nu veroveren de gezonde korreltjes ook de westerse markt. Hoe verbouw je in Nederland een plant die lijkt op graan, maar familie is van spinazie?

Hij was al bezig met quinoa ver voordat het Zuid-Amerikaanse 'korreltje gezondheid' twee jaar terug door de voedselbewuste elite in westerse landen werd uitgeroepen tot superfood. In de nieuwste kookboeken is het alom aanwezig. Het spul is niet aan te slepen, en dat heeft de prijs flink opgedreven. Een doosje van 300 gram kost zo'n 3 euro in de supermarkt, terwijl je dezelfde hoeveelheid rijst hebt voor een paar dubbeltjes. Rens Kuijten werd er enigszins door overvallen, maar het sterkte hem in zijn voornemen quinoa in Nederland te gaan telen. De eerste oogst is inmiddels van het land en de resultaten van de tests sijpelen langzaamaan binnen.

Boerenzoon Kuijten experimenteerde in 2001 al met quinoa. "Ik zag het aanvankelijk als alternatief veevoer en wilde dat dichtbij de veehouder gaan telen. Eind 2010 heb ik mijn focus verlegd naar voeding voor mensen. Quinoa is zeer rijk aan voedingsstoffen en kan daarmee bijdragen aan de aanpak van problemen met gezondheid en voedselzekerheid. Na de exploderende vraag bij de consument heb ik met een partner de Dutch Quinoa Group opgericht. Terecht wordt quinoa gezien als een mooie aanvulling op ons menu. Het zit vol met vitamines en mineralen, en is rijk aan goede eiwitten waardoor het een vleesvervanger is. Bovendien is het glutenvrij."

Voedsel voor de armen
Dat quinoa in de oorsprongslanden Bolivia en Peru voor de plaatselijke bevolking nu niet meer te betalen is omdat westerlingen er met de dure buit vandoor gaan, ligt volgens Kuijten genuanceerder. "Quinoa werd lang gezien als voedsel voor de armen en was daarom niet populair bij de stedelijke bevolking daar. De boerenfamilies in de Andes zijn meer afhankelijk van quinoa, maar hebben het wel zelf tot hun beschikking. De sterk groeiende vraag uit het Westen kan een probleem worden. Daarom is lokale teelt in mijn ogen belangrijk om de beschikbaarheid duurzaam te vergroten."

Kuijten ontkent dat hij door zijn switch van veevoer naar een nu duur betaald consumentenproduct de kip met de gouden eieren heeft binnengehaald. "Het is met veel vallen en opstaan zoeken naar het juiste product op de juiste bodem. Het kost alleen maar geld en dat blijft voorlopig zo. Alle inkomsten stoppen we in de ontwikkeling van de juiste soorten. Je kunt niet een-op-een quinoa naar Nederland halen. Het is wel een product dat in veel klimaten kan overleven en op veel bodems groeit, maar het is ook een bewerkelijk product."

Daar weet biologische akkerbouwer Phily Brooijmans alles van. Samen met haar partner Govert van Dis is ze een van de dertien telers die dit jaar aan Kuijtens experiment meewerkten. "We verbouwen aardappels, suikermaïs, gerst, grasklaver, erwten en we zochten naar nog een product om onze teelt te variëren. Een product met perspectief en een mooi verhaal, want met de meeste producten is het geen vetpot", vertelt ze aan haar keukentafel in het West-Brabantse Fijnaart.

Onkruid
Quinoa is extreem gevoelig voor de bodemstructuur, zegt Brooijmans. "Het zaad is erg delicaat en behoeft een luchtige bodem om te ontkiemen. Aanvankelijk stond het bij ons geplant op de wat zwaardere zeeklei. Door de zachte winter en het gebrek aan vorst is die zware klei amper verkruimeld, waardoor het te stevig bleek voor de quinoa. We zijn snel overgeschakeld op fijnere grond."

De onkruidbestrijding vroeg om veel aandacht. "Quinoa gaat vaak samen met melganzevoet, een onkruid dat lijkt op de quinoaplant. Je moet dus goed uitkijken dat je de goede plant eruittrekt. Die melganzevoet is een plant met duizenden zaadjes. Als je die laat staan, heb je er volgend jaar veel last van. Dan is het nog maar de vraag of quinoa rendabel is met al dat extra werk. Wij mogen als biologische boeren niet spuiten, maar dat geldt ook voor de tien gangbare boeren die meededen. Chemische bestrijding voor quinoa is in Europa nog niet toegestaan."

Ook de bemesting is een uitdaging, weet Brooijmans nu. "Quinoa vraagt om relatief veel stikstof voor een goede opbrengst. Wij hebben maximaal bemest, op het niveau van tarwe, maar dat leek aanvankelijk nog te weinig. Daar hebben we wel discussies over gehad. Belangrijk bleek te zijn dat quinoa voldoende snel over de benodigde voedingsmiddelen moet kunnen beschikken. Na de oogst blijven er voedingsstoffen over voor de teelt van volgend jaar. Van de quinoaplant worden alleen de zaadjes geoogst. De plant blijft staan en wordt verhakseld. Het is dan even de vraag hoeveel mest daar nog bij moet."

De oogstdatum is eveneens zo'n aandachtspunt, vindt Brooijmans. "Je zaait eind maart, begin april en hebt vijf maanden nodig voor het groeiseizoen. Dat betekent in de loop van september oogsten. Dit jaar was dat prima, maar toch zie je de dagen al korten met 's morgens veel mist. Elke plant heeft zo'n 3000 zaadjes. Met een paar honderd natte zaadjes verlies je aardig wat opbrengst, tenzij je ze weer laat drogen, maar dat kost geld. Sneller oogsten dus, maar dan heb je wel erg weinig tijd."

Oogsten kan gelukkig wel met een normale combine. De afstelling moet iets aangepast. "Waar we erg op moeten letten is dat die machine wel goed schoongemaakt moet worden. Dat is behoorlijk wat extra werk en dus kostprijsverhogend. Quinoa wordt als glutenvrij verkocht. Tarwe is dat niet, dus als er maar iets aan tarweresten achterblijft in de machine heb je een probleem."

Het superfood voor de consument is voor de boer nog geen superteelt. Ondanks deze drempels heeft Brooijmans een goed gevoel overgehouden aan haar eerste quinoa-veld. "Het is een product met veel potentie. Wat voor ons van belang is, is of de opbrengst opweegt tegen ons extra werk en de extra grondstoffen."

Twee miljoen kilo
Kuijten heeft bij dertien telers in totaal 30 hectare quinoa ingezaaid. Daarvan is 3 hectare verloren gegaan, met name omdat de bodem niet geschikt was. "Gemiddeld is de netto- opbrengst, dus schoongemaakt, ruim 2000 kilo per hectare geweest. Dat is ongeveer wat ik had verwacht, maar het kan altijd beter. Het varieerde tussen de 1800 en 3000 kilo per hectare. Dat ligt aan verschillen in ras - er zijn er drie beproefd - bodemsoort en vakmanschap."

Het is nog even de vraag wat deze eerste quinoa van eigen bodem opbrengt. Boerin Brooijmans zegt de opbrengst af te meten aan de opbrengst van suikermaïs. "Dat is qua arbeid en bemesting vergelijkbaar met quinoa. Dan is 4000 euro voor een hectare een eerlijke prijs." Ze kijkt Kuijten aan en die knikt instemmend.

Afgezet tegen ruim 2000 kilo per hectare is de kiloprijs dan 2 euro, terwijl de supermarkt 10 euro rekent voor dezelfde hoeveelheid. Daar komt bij dat de prijs nu hoog is en bij meer aanbod zal zakken. Kuijten: "Klopt, als de teelt in westerse landen op gang komt. Het is natuurlijk mooi als meer mensen van dit gezonde product kunnen genieten. Zelf wil ik in vijf jaar opschalen van een kleine 60.000 kilo die nu van het land is gehaald naar 2 miljoen kilo."

Dat is wel een dilemma, want bij dalende prijzen is het voor de boer niet meer interessant. Kuijten: "De keten zal dan moeten inschikken. Vergeet echter niet dat met een grotere opbrengst de kostprijs omlaag kan. Ook de opbrengst per hectare kan nog omhoog. Veredelaars kunnen grote stappen zetten door de juiste soorten te selecteren. Wageningen Universiteit is hier al sinds 1990 mee bezig. Zo is de Hollandse quinoa al vrij van de bittere stof saponine, dat als een waslaag om de korrel zit. Dat scheelt weer wassen. Met slimmer boeren kan er ook nog wel meer bereikt worden. Het blijft voorlopig nog een groot leerproces."

Een veld quinoa op het land van Phily Brooijmans. Tussen de rijen met jonge plantjes (onder) moet veel geschoffeld worden om het onkruid te bestrijden. Bij de oogst (boven) blijven de planten staan, en worden met de machine alleen de korreltjes geoogst.

Wat is quinoa?
Quinoa is feitelijk geen graan, maar een ganzevoetsoort en als zodanig familie van de spinazie. De plant stamt uit de hoogvlaktes van de Andes in Bolivia en Peru. Anders dan bijvoorbeeld maïs is quinoa wel in staat om op die koude en droge gronden tot wasdom te komen. Quinoa vormt al duizenden jaren het basisvoedsel van de daar levende indianen.

In Zuid-Amerika bevindt zich de bulk van de quinoavelden, bij elkaar zo'n 100.000 hectare. Door de grote vraag uit westerse landen wordt nu ook daar de productie opgestart. Zo telt Canada inmiddels 2000 ha. en Frankrijk 1200 ha.

Wageningse onderzoekers hebben een doorbraak bereikt door een quinoasoort te ontwikkelen die zouttolerant is. Daardoor is de teelt van deze quinoavariëteiten mogelijk geworden op verzilte gronden in de delta's van bij voorbeeld China, Vietnam en Chili. De Wageningers hebben voor hun vinding begin september een internationale prijs gekregen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden