De eerste NS-wandeling, door het Twentse land

Wandelpionier Jacobus Craandijk doorkruiste eind 19de eeuw heel Nederland. Zijn verre achterneef Flip van Doorn treedt in diens voetsporen, deze week in de omgeving van Diepenheim

NS-wandeltochten zijn een begrip, jaarlijks verslijten vele duizenden wandelaars hun zolen op weg van station naar station. Volgens de archieven van Wandelnet zag de eerste officiële NS-wandeling in 1990 het licht, maar welbeschouwd gaat de geschiedenis terug tot ver voor de oprichting van de Nederlandse Spoorwegen. Al in 1874 doet Jacobus Craandijk verslag van een tocht waarbij hij dankbaar gebruik maakt van de mogelijkheden die de trein hem biedt. Hij stapt uit op het station van Markelo om via Diepenheim naar Goor te wandelen en daar de trein terug te nemen. Vanuit zijn woonplaats Rotterdam zal de dominee eerst met een trein van de Nederlandsche Rhijnspoorweg-Maatschappij naar Arnhem zijn gereisd. De Staatsspoorwegen zullen hem aansluitend naar Markelo hebben vervoerd. Aangezien beide maatschappijen in 1938 opgingen in de N.V. Nederlandsche Spoorwegen, kan de tocht die Craandijk beschrijft in het eerste deel van zijn 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' gevoeglijk de boeken in als de eerste NS-wandeling ooit. Een boeiend detail is dat de huidige tweedaagse NS-wandeling van Goor naar Rijssen voor een groot deel dezelfde route volgt, zij het in tegengestelde richting.

De ironie wil dat op het station van Markelo sinds lang geen treinen meer stoppen. Zelfs de dichtstbijzijnde bushalte ligt kilometers weg. Craandijk constateerde al: "Het station Markelo ligt eenzaam en verlaten te midden van uitgestrekte, voor een deel nog onbebouwde velden, waar het oog maar hier en daar een enkele woning ontwaart. Van het dorp, waaraan het station zijn naam ontleent, ziet gij schijn noch schaduw." En hij ontraadt wandelaars de 'lange, witte, schaduwlooze grindweg' erheen te nemen.

De omstandigheden dwingen mij evenwel het centrum van Markelo als vertrekpunt te kiezen. De bus brengt me niet verder. Op z'n minst maken de paaltjes van het plaatselijke wandelnetwerk de aanlooproute door het zacht glooiende akkerland een stuk aangenamer dan mijn oudoom mij voorspiegelt. Het stationsgebouw van Markelo bereik ik pas na zeven wandelkilometers. Afgezonderd en inderdaad een tikje verlaten ziet het de treinen op weg naar Zutphen of Hengelo voorbijdenderen. Parallel aan de spoorlijn heeft de vooruitgang het Twentekanaal gegraven. Ook hier kan ik nog niet meteen in de voetsporen van de dominee treden, zijn 'voetpad door het veld' is verdwenen, evenals de laatste restanten heide. Een volgende hobbel is de N346, die de hedendaagse wandelaar tot een meer westelijke koers dwingt. Dat is geen bezwaar, die route voert langs café De Viersprong, een uitspanning die Craandijk beslist genoemd zou hebben als hij er gepasseerd was. In 1858 is het door Rutger Jan graaf Schimmelpenninck gebouwd als jachthuis en café. De eigenaar van landgoed Westerflier wilde er een dorp laten verrijzen, de halteplaats aan de spoorlijn had hij ook al persoonlijk geregeld.

Westerflier is het enige landgoed in de omgeving van Diepenheim dat Craandijk links laat liggen. Het spoorboekje dwingt hem zijn wandeling te beperken tot de huizen Diepenheim, Warmelo, Nijenhuis en Weldam. Westerflier 'ligt te ver uit den weg'. Langs het oostelijke deel van het uitgestrekte landgoed heeft de Regge zijn oude loop hervonden en met het riviertje mee zak ik af naar Diepenheim. Het oude Stedeke ligt onveranderd charmant te pronken, al zal Craandijk er geen galeries, geen brocantewinkeltjes, edelsmid, rosarium of kunstvereniging getroffen hebben. Voor de rest van de wandeling kan ik me bijna letterlijk verlaten op zijn teksten van 140 jaar oud. Dit is een klassieke Craandijk-wandeling met veel landgoederen, hoog opgaand geboomte en talloze haakjes waaraan hij zijn breed uitwaaierende geschiedenislessen kan ophangen.

Net als op de litho van Piet Schipperus in de 'Wandelingen' verkeert Huis Diepenheim nog in 'uitnemenden staat', al maken een paar woudreuzen het mij onmogelijk hetzelfde standpunt te kiezen als de kunstenaar. Waar mijn oudoom even verderop een onbewoonde en verwaarloosde havezathe Warmelo aantrof, 'halfslachtig, half oud zonder eerwaardigheid, half nieuw zonder frischheid', sta ik voor een prachtig hersteld kasteeltje. Een vierdubbele rij eiken siert nog altijd de oprijlaan naar Het Nijenhuis, bijna een kilometer lang. Zelfs de linten met waarschuwingen voor de eikenprocessierups brengen geen nieuws. 'Het loof heeft geleden door de rups', weet de dominee al te melden.

Het Nijenhuis blijft 'een deftige en stevige vierkante heerenhuizinge met voorplein en stallingen, gelijk er in de 17de eeuw zoo velen zijn gesticht'. Ook het landgoed Weldam ademt die sfeer. "Met wat minder weelde en wat meer smaak zou het beter voldoen", merkt Craandijk er kribbig bij op. Of de toevoegingen die later aan het huis zijn gedaan hem zouden kunnen bekoren is de vraag, maar het wandelplezier is er niet minder om. Een snoer van bossen, akkers en weilanden rijgt de adellijke huizen aaneen in een weldaad die negentiende-eeuws aandoet. Pas bij de brug over het Twentekanaal word ik weer ruw mijn eigen tijd in gekatapulteerd. Als troost is er het kleine museum in het stationsgebouw van Goor. "Daar vinden wij den spoortrein weder en daar eindigen wij onze wandeling."

Dit is aflevering vijf in een achtdelige serie voor Zomertijd. Kijk voor de uitgebreide routebeschrijving en het routekaartje op www.jacobuscraandijk.nl.

Wandelpionier

Tussen 1874 en 1888 trekt Jacobus Craandijk te voet door Nederland.

In zwierige stijl beschrijft hij zijn tochten en de acht delen van zijn 'Wandelingen door Nederland met pen en potlood' worden een standaardwerk voor wandelliefhebbers. Als reisjournalist en -auteur Flip van Doorn ontdekt dat Craandijk een verre oudoom van hem is, verdiept hij zich in het oeuvre van 'de

wandelende dominee' en belandt daarmee in een tijd waarin de wandelsport nog in de kinderschoenen staat. Craandijk blijkt de oudoom van alle wandelaars.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden