De eerste gele trui was voor 'madame CriCri'

Uiteindelijk wint niet Fransman Christophe, maar Waal Lambot zwaarste, meest dramatische en desolate van alle 99 Tours, die van 1919

Als de Tour de France er is, dan zijn grote woorden nooit ver weg. De Tour is fabuleus, klimmers klimmen fabelachtig, zeges zijn legendarisch, sprints indrukwekkend, het tempo moordend. Er wordt afgezien bij het leven, de cols zijn loodzwaar en het koersverloop is dramatisch. Maar wat is, bij al dat drama, nu eigenlijk de Tour van de meeste superlatieven? Geen twijfel mogelijk, het is de editie van 1919: de zwaarste, de meest dramatische en meest desolate van alle 99 Tours. Het is de Ronde van de eerste gele trui en van een serie andere records.

De Tour begint op 24 juni, een dag na de ondertekening van de Vrede van Versailles. Dat verdrag maakt een eind aan een moordende oorlog die het hardst heeft gewoed in de gebieden waar wielrennen populair is. Delen van Frankrijk liggen in puin. De wegen zijn slecht, in het noorden en oosten zitten ze vol bomkraters. Het zijn vaak nauwelijks wegen. Toch heeft Tourbaas Henri Desgrange een parcours uitgezet van 5560 kilometer, het langste tot dan toe. De gemiddelde ritlengte is 371 kilometer. Een record dat nog steeds staat.

Goed materiaal is schaars, fietsen en banden dateren vaak van voor de oorlog. Veel renners hebben jaren niet of nauwelijks gereden. Fabrikanten van fietsen en banden hebben weinig geld, voor de renners is er weinig te verdienen. De omgeving is, zeker in het noorden en noordoosten, deprimerend, al zijn veel renners daaraan gewend. Ze wonen in de buurt van de kapotgeschoten dorpen en steden, ze trainen er en sommigen hebben al deelgenomen aan Parijs-Roubaix of aan het in mei verreden Circuit des Champs de Bataille, een etappekoers van 2000 kilometer die, ja echt, langs de grootste slagvelden van de Eerste Wereldoorlog leidde.

Droog brood
Als Desgrange in Parijs het startschot voor zijn achttiende Tour de France geeft, staan er 69 mannen aan de start. Het deelnemersveld mag er wezen. Tweevoudig Tourwinnaar Philippe Thijs is er; Odile Defraije de eerste Belgische winnaar; de knoestige broers Marcel en Lucien Buysse uit Wontergem en de Franse cracks Henri en Francis Pélissier, Eugène Christophe en Jean Alavoine.

In de eerste etappe naar Le Havre (388 kilometer), verliest de Tour 28 renners. Het regent lekke banden. Renners klagen dat ze bij de bevoorrading soms droog brood te eten krijgen. Ondanks de moeilijke omstandigheden houdt Desgrange vast aan zijn Spartaanse reglementen: de winnaar van de eerste rit, de Belg Jean Rossius, krijgt een half uur straftijd omdat hij Philippe Thijs een drinkbus heeft gegeven. Diezelfde Thijs, eerste in de laatste twee vooroorlogse Tours, geeft op. Desgrange serveert de Brusselaar in zijn krant af: Thijs, die in de oorlog vlieger is geweest, is volgens de Tourbaas een 'burger' geworden, die 'niet meer kan lijden.'

De broers Pélissier zetten het klassement naar hun hand en na de derde rit roept Henri dat er nu eenmaal raspaarden en werkpaarden zijn. Iedereen begrijpt wat hij bedoelt: de raspaarden zijn hij en Francis, de werkpaarden zijn zijn concurrenten. Die zijn woedend en besluiten Pélissier een loer te draaien. De Waal Firmin Lambot claimt later de aanstichter te zijn. Als Pélissier in de vierde rit van zijn fiets af moet om zijn stuur te repareren en een regenjas uit te doen, neemt de rest, er zijn nog ruim 20 man over, de benen. Pélissier gaat in de achtervolging, maar krijgt een lekke band. Als zijn broer en een andere renner hem bijstaan in zijn inhaalrace, grijpt Desgrange in. De Tour van 1919 is officieel een individuele wedstrijd. Hulp van anderen is niet toegestaan en dus moeten de twee bij Pélissier weg. Henri Pélissier is laaiend. Hij is zelf het slachtoffer van een combine en mag er zijn eigen combinetje niet tegenover stellen. Hij rijdt de rit uit, maar geeft dan op, hoewel hij nog lang niet kansloos is voor de eindoverwinning. Weer is de Tour een favoriet kwijt, een Fransman nog wel. Desgrange schrijft in zijn blad dat Pélissier een week karakter heeft. 'Raspaard, waar blijf je nou?'

De Tour gaat door. Desgrange roept in zijn krant lezers op om toch vooral banden te leveren. Gemiddeld rijden renners vijf tot tien keer per etappe lek. Leon Scieur, de Waalse krachtpatser die de Tour als vierde zal beëindigen, zal later vertellen dat hij meer dan 200 lekke banden heeft gehad. Als hij niet heeft overdreven, zou dat een gemiddelde zijn van dertien lekke banden per rit.

Frankrijk herrijst
De zesde rit is op papier de zwaarste, met vier Pyreneeëncols. Odile Defraye en de broers Buysse zitten al in Vlaanderen. Ze hebben opgegeven. Jean Rossius ook. Aan het begin van de Tour heeft Desgrange geschreven dat het belangrijk is dat Frankrijk kan laten zien dat het herrijst en dat het leven na de oorlog weer zijn normale gang moet gaan. Maar de omstandigheden zijn niet normaal. Het weer ook niet, er is veel regen. Zeventien renners beginnen aan de Pyreneeën en de Tour is nog niet eens halverwege. Komt er wel iemand in Parijs aan?

Na de Pyreneeën heeft Eugène Christophe (bijnaam: CriCri) de leiding. Lambot heeft een half uur achterstand, Alavoine ruim drie kwartier. Het Tourkaravaantje trekt van Perpignan naar Marseille, van Marseille naar Nice en van Nice naar Grenoble. De eerste Alpen worden genomen. Na de tiende etappe gebeurt er iets historisch. Henri Desgrange besluit de leider in het algemeen klassement te hullen in een speciale trui, zodat toeschouwers hem beter kunnen herkennen. Hij kiest voor de kleur geel, omdat zijn blad l'Auto op geel papier wordt gedrukt. Christophe is de eerste gele-truidrager aller tijden. Hij is er niet blij mee. Hij wordt 'kanarie' en 'madame CriCri' genoemd door zijn collega's. Waarom Desgrange uitgerekend in deze Tour zijn besluit neemt, is niet bekend, maar grappig is het wel. Want als er een Tour is, waarin het voor toeschouwers niet moeilijk was om de klassementsleider te herkennen, dan is het wel deze. Als Christophe zijn trui aantrekt, zijn er nog tien anderen in koers.

Na Genève beleeft Desgrange zijn finest hours. De Tour trekt door Lotharingen en door de Elzas, gebieden die net op Duitsland zijn veroverd. Hij schrijft: 'Straatsburg! Metz! En het is geen droom. We gaan er naar toe, ze horen bij ons... We gaan tot de Rijn... Met Straatsburg en Metz zijn onze ambities vervuld; de Tour de France is compleet.' Desgrange noemt de dag waarop de rit van Genève naar Straatsburg wordt verreden 'de dag van de glorie'. De rit van Straatsburg naar Metz is 'de etappe van de herinnering', de 'rit van de overwinning' en de 'etappe van de glorie'. De finish in Metz is bij een gepland monument ter ere van de Franse soldaten die de stad hebben bevrijd.

Gebroken voorvork
Nog twee etappes en Christophe heeft een voorsprong van 28 minuten op Lambot en van 49 minuten op Alavoine. Dan begint om 10 uur 's avonds in Metz de rit naar Duinkerken, berucht vanwege de kasseien. Het is petweer. Het regent en de wind is tegen. Elf renners gaan op weg naar de kust. In de loop van de ochtend trekt Lambot ten aanval. Christophe komt op achterstand en dan slaat het noodlot toe. Bij Valenciennes valt hij en zijn voorvork breekt. Reglementair is hij verplicht om zelf zijn fiets te repareren. Hij zoekt een smidse en gaat aan het werk. Het kost hem ruim twee uur. Terwijl hij repareert, weet hij, verliest hij de Tour.

In weer en wind ploegt Lambot richting zege. De etappe telt 468 kilometer, maar Lambot zal later zeggen dat er vanwege het beroerde wegdek zo veel omwegen waren dat de echte lengte 540 kilometer moet zijn geweest. Als dat zo was, dan was het de langste Touretappe ooit. Lambot komt om iets over zeven uur 's avonds in Duinkerken aan. Door de regen en het geschuif op zijn zadel is zijn koersbroek bijna weggesleten. Hij heeft ruim 21 uur over het parcours gedaan. Nooit deed een ritwinnaar langer over een etappe dan Lambot. Christophe arriveert bijna 2,5 uur later in de kustplaats.

In de slotrit naar Parijs breidt Lambot zijn voorsprong nog uit. Op 33-jarige leeftijd wint de Waalse outsider de Ronde met een voorsprong van 1 uur 42 minuten en 54 seconden op Alavoine en van bijna 2,5 uur op de arme Christophe. Lambot heeft 231 uur 7 minuten en 15 seconden over zijn Tour gedaan en zal niet hebben vermoed dat 93 jaar later de winnaar van de (veel kortere) Tour maar 87 uur en 34 minuten nodig heeft voor de winst. Lambot heeft een gemiddelde gehaald van 24,056 kilometer: geen winnaar reed met zo'n laag gemiddelde als hij.

Elf renners rijden de Tour uit, maar een van hen, Paul Duboc, wordt later uit de uitslag geschrapt omdat hij in de laatste etappe hulp heeft gehad van een automobilist ¿ Duboc was even ingestapt om een fietsenmaker te zoeken. Van de 69 gestarte renners krijgen er tien een eindklassering. Geen Tour kende zo'n hoog uitvalpercentage, nooit beëindigden zo weinig renners een Tour.

Met Firmin Lambot krijgt Wallonië zijn eerste Tourwinnaar, zij het niet zonder geluk. Maar Lambot zal dat laatste later tegenspreken. Ik had, zou hij later vertellen, ook zonder de vorkbreuk van Christophe wel gewonnen, want ik wist dat hij veel last had van een steenpuist. Of Lambot had gezegevierd als Christophe geen smidse had moeten opzoeken, is natuurlijk niet te bewijzen. Maar dat Christophe een steenpuist had, is zeker. Als hij in Parijs aankomt, zegt de Fransman dat hij blij is dat de Tour is afgelopen omdat hij erg veel pijn had aan een clou mal placé, een steenpuist op een ongelukkige plaats.

undefined

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden