Wielrennen

De eerste bergetappe levert geen Coppiaans verschil op, maar wel de eerste aanvallen op Roglic

De eerste bergetappe in de Giro hoeft niet literair te worden beschreven, maar de eerste aanvallen op Primoz Roglic vonden al plaats.

Starten in Cuneo en finishen in Pinerolo geldt als een klassieker in het Italiaanse wielrennen. Het was tussen deze twee steden dat in 1949 Fausto Coppi een van zijn mooiste ritten ooit reed. Hij zette uiteindelijk in Pinerolo zijn rivaal Gino Bartali op twaalf minuten. De schrijver Dino Buzatti verhaalde daar destijds in literaire bewoordingen over. “Vandaag begreep Bartali voor het eerst dat de tijd van verval is gekomen. Dat is triest, ook omdat het een verwijzing is naar ons aller lot.”

Voor de twaalfde etappe van in de Ronde van Italië waren al te grote literaire beschouwingen niet nodig (en waren de verschillen uiteindelijk even groot). De etappe was niet 250 kilometer lang en ging niet over vijf bergen, zoals toen. Drie woorden waren genoeg: ‘eindelijk, een berg’.

Nieuwe dynamie

Want na anderhalve week was het wel de eerste bergetappe in de Giro. Dat bracht een nieuwe dynamiek in het peloton, zei Jan Boven van Jumbo-Visma na afloop. En met meteen ook de eerste aanvallen op het bolwerk van de ploeg van Primoz Roglic, nog steeds verreweg de beste klassementsrenner in de Ronde van Italië.

Dus begonnen de aanvallen. Lopez, Majka, Landa, Nibali. Allemaal begonnen ze op de allereerste berg deze ronde van eerste categorie (de moeilijkste soort) met versnellingen om zodoende iets van de achterstand op Primoz Roglic goed te maken.

En Roglic, die moest het helemaal alleen oplossen. Het was het logische gevolg van het letterlijk wegvallen van Robert Gesink al voor de Giro en het ziek uitvallen van Laurens de Plus in etappe 6. Op die manier waren de twee beste helpers voor Roglic in de bergen al voordat omhoog moest worden gereden niet beschikbaar. Die taak is nu voorbehouden aan Koen Bouwman, Sepp Kuss en Antwan Tolhoek.

Het is een achilleshiel die al meteen duidelijk werd. Wie samenwerkt tégen Roglic, heeft kans de Sloveen te verslaan. Een combine leek in de maak. Mikel Landa en Miguel Angel Lopez Moreno, de kopmannen van respectievelijk Movistar en Astana, hadden dat het best begrepen. Zij demarreerden op de klim, kregen voorsprong, lieten ploeggenoten uitzakken uit de kopgroep en wonnen aan de finish dertig seconden terug.

Is dat te wijten aan de gebrekkige controle van Jumbo-Visma in de bergen? Deels. Bouwman zei na afloop tegen Eurosport dat het ook weer niet zo gek is dat de geel-zwarte helpers van Roglic niet allemaal voorin zitten. “Als je ziet hoe hard het gaat, dan blijven er alleen maar klassementsrenners over. Geen enkele ploeg zit daar dan met vijf of zes man.” Overigens wel met drie, want bijvoorbeeld Simon Yates had nog twee ploeggenoten.

Mollema sterk 

Bauke Mollema, die nog verraste in de lange tijdrit, verloor geen tijd. Hij handhaafde zich tijdens de aanvallen op de klim met veel moeite in de voorste groep. Vlak voor de top werd hij toch even gelost, maar kwam met behulp van een ploeggenoot terug. Daarna ging hij zich weer beter voelen, zei hij na afloop. Het laatste steile klimmetje van 500 meter ging weer naar behoren, zei hij.

Alles gebeurde overigens achter een grote kopgroep met daarbij ook de uiteindelijke winnaar Cesare Benedetti, een binnen het peloton zeer gewaardeerde knecht van Bora Hansgrohe die in zijn tien jaar als prof nooit een zege boekte. Jan Polanc is de nieuwe leider. Roglic staat nu tweede.

Vandaag volgt een nieuwe test voor de ploeg van Jumbo-Visma. De etappe eindigt voor het eerst deze ronde bergop, op meer dan 2000 meter. Mollema hoopt op betere benen. “Er zijn bergop toch echt wel anderen beter.” De verwachting is dat er opnieuw wordt aangevallen. Bouwman bij Eurosport. “Dat maakt wel mooie koers.”

Sloveense wielrennen onder de loep van de UCI

De UCI doet al sinds 2015 onderzoek naar wielrenners en stafmensen die uit Slovenië komen omdat zij mogelijk iets met doping te maken hebben. Tegen de website Cyclingnews bevestigde de UCI dat het al sinds 2015 mensen uit die regio in de gaten houdt. Vooral Milan Erzen wordt genoemd, de huidige manager van Bahrein-Merida maar ook de man die veel jonge Sloveense renners begeleidde. Zo zou hij ook met een jonge Primoz Roglic hebben samengewerkt.

Ploegleider van Roglic deze Giro Addy Engels ontkende tegen het ANP dat Roglic en Erzen iets met elkaar te maken hebben gehad. Bovendien hoorde hij van UCI-voorzitter Lappartient dat er geen renners die deze Giro rijden bij betrokken zijn. ‘’We weten hoe Primoz in elkaar zit, we weten hoe we met hem werken en kennen al zijn waarden. Het is een feit dat het Sloveense wielrennen nu in een kwaad daglicht staat. Dat raakt Primoz ook. En mocht hij weer de roze trui pakken, dan zullen er nog meer vragen volgen.”’

De Sloveense renners doen het goed op het hoogste niveau. Ook deze Giro. Jan Polanc en Primoz Roglic staan nu één en twee in het klassement.

Lees ook: 

Eén week fietsen in Italië levert alweer drie dopinggevallen op

De Giro is een week bezig, en naast sportief succes en de val van Dumoulinkomt ook het woord doping vaak weer terug.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden