De eerste beelden bepalen het conflict

De Amerikanen hopen op mooie taferelen na de eerste militaire acties in Irak. Het liefst wuivende en feestende mensen in de zuidelijke stad Basra. Maar de eerste veroveringen kunnen ook tot andere beelden leiden. Een aantal scenario's en strategieën op een rij.

In het Witte Huis en het Pentagon zien ze het al voor zich. Wuivende en feestende mensen in de Iraakse zuidelijke stad Basra, die Amerikaanse en Britse soldaten omarmen en als hun bevrijders welkom heten. Een sceptische wereld zal door de beelden overtuigd worden van het Amerikaanse gelijk en de Amerikaanse vernederingen in de Veiligheidsraad van de afgelopen weken zullen gewroken zijn.

De havenstad Basra, gelegen aan de Sjat al Arab, met zo'n anderhalf miljoen inwoners, is een van de eerste en belangrijkste doelwitten in de komende oorlog tegen Irak. Aldus schetst de Amerikaanse krant The New York Times, die een woordvoerder van het Amerikaanse korps mariniers, majoor Chris Hughes, aan het woord laat. ,,De eerste beelden van deze oorlog zullen het conflict bepalen.' Die moeten dus positief zijn voor Amerikanen en Britten, en ze moeten een politiek en een militair doel dienen.

Politiek, zoals gezegd, om het negatieve beeld van de Amerikanen van de afgelopen weken te zuiveren, en militair om Saddams strijdkrachten ervan te overtuigen dat overgave, en in leven blijven, verre te verkiezen valt boven vechten tegen een oppermachtig Amerikaans leger en sterven voor een tiran, waarvan beelden getuigen dat de inwoners van Basra dolgelukkig zijn dat zij in ieder geval van hem verlost zijn.

Eerlijkheidshalve laat de krant een 'hoge functionaris van een bevriende mogendheid' aan het woord die zegt dat ,,het de bedoeling is in de eerste week al groot succes te boeken en het idee van bevrijding te scheppen, zodat we in de tweede week, als we bijvoorbeeld vijfhonderd man in een zenuwgas-aanval verliezen, toch het momentum behouden'. En dat laatste zou dan kunnen gebeuren in de slag van Amerikaanse en Britse mariniers tegen de keurtroepen van Saddam Hoessein, de Republikeinse Garde, op de stoffige vlakten in de buurt van de hoofdstad Bagdad. Want d r zal uiteindelijk slag geleverd moeten worden en volgens Amerikaanse militairen bepaalt de vechtlust van de Republikeinse Garde voor een belangrijk deel hoe bloedig die oorlog zal worden.

Maar het één zowel als het ander is onzeker. De Amerikanen hópen op mooie taferelen in Basra, maar een ander scenario is ook mogelijk. Namelijk datgene dat meer aansluit bij wat er zo kort na de eerste Golfoorlog van 1991 gebeurde. Toen de oude president George Bush de Iraakse bevolking opriep in opstand te komen tegen Saddam Hoessein en die opstand bloedig werd neergeslagen en de Amerikanen de sjiitische opstandelingen in Basra in de steek lieten. En volgens dat andere scenario is het niet onmogelijk dat de sjiieten van Basra wel degelijk in opstand komen tegen het bewind van Saddam, maar de stad zélf bevrijden, en Amerikanen en Britten helem l niet van harte welkom heten.

Hetzelfde geldt voor het gebruik van chemische, en andere massavernietigingswapens door de Iraakse strijdkrachten. Niemand weet het, maar voor de zekerheid dragen Amerikanen en Britten gasmaskers en speciale pakken. Want nog geen week geleden heeft Saddam Hoessein de verdediging van het zuiden van Irak in handen gegeven van Ali Hassan Majid, bijgenaamd 'chemische Ali', omdat hij verantwoordelijk is voor de chemische aanvallen op de Iraakse Koerden in het noorden in 1988. Enerzijds zouden de Amerikanen tegenover de wapeninspecteurs Hans Blix en Mohammed El Baradei hun grote gelijk binnenhalen als Saddam massaal chemische wapens zou inzetten, anderzijds zou dat gelijk even pijnlijk als groot kunnen zijn. De ellende is dat niemand het weet en dat het dus afwachten is.

Zoals er zoveel niet bekend is, want hoezeer er de afgelopen dagen, weken en maanden ook strategieën en scenario's al of niet bewust zijn gelekt door militaire bronnen, regeringsfunctionarissen of anderszins deskundigen, het achterste van hun tong laten de echte militaire planners begrijpelijkerwijs nooit zien. Toch zijn de diverse deskundigen in de even diverse kranten, tijdschriften en rapporten het over één ding wel eens: het wordt anders dan in de eerste Golfoorlog van 1991. Toen voerde een door de Amerikanen geleide coalitie een luchtoorlog van 39 dagen om Iraks commando- en communicatiecentra, wapendepots, vliegbases en infrastructuur uit te schakelen, en de Iraakse troepen in Koeweit murw te bombarderen, waarna in een honderd uren durende grondoorlog de strijdkrachten van die coalitie Saddams troepen Koeweit uitjoegen en het zuiden van Irak veroverden.

Deze keer, aldus de deskundigen in onder meer het Amerikaanse Time, is het toverwoord dat in het Pentagon wordt gehanteerd, 'gelijktijdigheid'. Niet eerst een luchtoorlog en daarna een grondoorlog, maar dat alles zo mogelijk tegelijk, in ieder geval heel kort na elkaar.

De oorlog begint met een ongekend heftig bombardement van een ongekend aantal 'slimme', satellietgestuurde precisiebommen op een ongekende hoeveelheid doelen in heel Irak tegelijk. In de eerste 24 uur moeten er bijvoorbeeld in Bagdad meer doelen geraakt worden dan in alle 43 dagen van de eerste Golfoorlog tezamen.

Meer dan drieduizend bommen, waaronder negenhonderd kruisraketten, vliegen in die eerste twee dagen over Irak en treffen militaire hoofdkwartieren, verbindingscentra, kazernes, luchtmachtbases, regeringsgebouwen en presidentiële paleizen in heel het land, in wat wel een shock-oorlog wordt genoemd. Was in de eerste Golfoorlog het percentage ingezette bommen 'slim' minder dan 10, deze keer zal dat 80 procent zijn. En de oorlog in Afghanistan heeft bewezen waartoe de Amerikaanse technologie in staat is.

Tegelijkertijd worden duizenden Amerikaanse en Britse speciale troepen achter de vijandelijke linies geparachuteerd of per helikopter gebracht om zo snel mogelijk zoveel mogelijk militaire sleutelposities te bezetten.

Sommigen van hen worden ingevlogen vanuit Jordanië en Saoedi-Arabië in het westen van Irak om daar jacht te maken op mobiele raketbatterijen die Israël, Saoedi-Arabië of Koeweit onder vuur zouden kunnen nemen. Anderen hebben de taak zo snel mogelijk de controle over te nemen van de olievelden rondom Basra in het zuiden en Mosoel en Kirkoek in het noorden, om te voorkomen dat Saddams troepen ze in brand steken of anderszins saboteren. Weer andere van deze speciale troepen hebben de opdracht bepaalde plaatsen te bezetten waar volgens Amerikaanse en Britse inlichtingendiensten Saddam zijn massavernietigingswapens zou kunnen hebben verstopt.

Ook de echte massieve grondoorlog zou al tijdens de luchtaanvallen moeten beginnen. Britse en Amerikaanse zware tanks en pantserwagens snellen vanuit Koeweit naar het noorden, richting Bagdad, en lichter gemotoriseerde eenheden (van tevoren naar Iraks Koerdistan overgevlogen) doen hetzelfde vanuit het noorden. Deze troepen worden beschermd door zware en zwaar bewapende gevechtshelikopters, die in feite vliegende tanks zijn.

Omdat lucht- en grondoorlog zo dicht op elkaar zitten, is het gevaar van doden door zogeheten friendly fire veel groter dan in de oorlog van 1991, toen 35 van de 148 Amerikaanse militaire doden door 'eigen' ongelukken om het leven kwamen.

De planners gaan ervan uit dat de grote meerderheid van de Iraakse strijdkrachten daarbij geen of nauwelijks weerstand biedt, dat ze ervan overtuigd zijn dat tegenstand nutteloos is. Amerikanen en Britten hopen dat zij Bagdad zonder al te veel oponthoud zullen bereiken, om daar het gevecht aan te gaan met de Republikeinse Garde, van wie meer weerstand wordt verwacht.

Binnen een week willen Amerikanen en Britten driekwart van het Iraakse grondgebied in handen hebben, en Saddam en zijn loyale troepen vastgepind hebben in een omsingeld Bagdad. Waarna de bondgenoten niet onmiddellijk de stad massaal zouden willen aanvallen, maar pogen met gerichte aanvallen Saddam Hoessein en zijn getrouwen uit de weg te ruimen. Een bloedige stadsoorlog gaan zij liever niet aan. Wel willen ze de vijf miljoen mensen tellende bevolking van de stad via humanitaire hulpverlening aan hun kant proberen te krijgen. En mogelijk zetten uiteindelijk Iraakse militairen en burgers Saddam en de zijnen zelf aan de kant. Zoals weekblad Time een Britse officier in Koeweit laat zeggen: ,,Hopelijk hangen ze Saddam op in de straten van Bagdad'.

Over de zogenaamde collateral damage, de slachtoffers onder de burgerbevolking, laten de planners zich niet uit. In de eerste Golfoorlog kwamen ongeveer 3500 burgers in Irak om het leven. Met de zeer toegenomen vuurkracht kunnen dat er meer worden, maar met de toegenomen precisie van de bombardementen weer minder. Niemand weet het, en het hangt natuurlijk zeer af van het verloop en de tijdsduur van de oorlog. Natuurlijk maken Amerikaanse militairen en politici zich daar zorgen over, en niet in de laatste plaats over de invloed die bloedige en hartverscheurende beelden zullen hebben op de Iraakse bevolking, maar ook op de mensen in de buurlanden van Irak, en al die andere landen waar de grote massa van de bevolking islamitisch is en tegen de Amerikaans-Britse aanval zal zijn.

Hoe zullen de massa's reageren in landen als Egypte, Pakistan, Algerije, Indonesië, hoe reageren de Palestijnen en al die islamieten in Europese landen op mogelijk verschrikkelijke beelden die hen over de oorlog in Irak kunnen bereiken? De Amerikaanse oud-generaal der mariniers, Anthony Zinni, heeft gelijk als hij in Time zegt: ,,Wat er op de Arabische tv-zender Al Jazeera verschijnt kan bepalend zijn voor het succes, misschien nog wel meer dan de militaire acties op de grond. Alle verklaringen achteraf zullen die eerste beelden niet ongedaan kunnen maken'.

Laten het dan maar die prachtbeelden van wuivende en feestende mensen uit Basra zijn, die Amerikanen en Britten als bevrijders inhalen, en waarvan de mensen in het Witte Huis, het Pentagon en de regeringsgebouwen in Londen dromen.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden