De eenzame jacht naar geluk

De zomer is hét moment om bij te lezen en dus krijgen veel klassiekers een nieuw jasje. Deze week: 'Het hart is een eenzame jager' van Carson McCullers

Carson McCullers (1917-1967) was nog piepjong, pas drieëntwintig, toen ze haar meesterwerk 'The Heart is a Lonely Hunter' schreef, een boek dat op alle Amerikaanse klassiekerslijsten prijkt. Prachtige titel (in het Nederlands: 'Het hart is een eenzame jager') maar wel een die uitleg vereist. Het hart waar McCullers het in haar roman over heeft behoort namelijk aan diverse mensen toe, de doofstomme John Singer, de kroegbaas Biff Brannon, de zwarte dominee Copeland, de marxistische dronkaard Jake Blount en vooral het meisje Mick Kelly, waarachter we trekjes van McCullers zelf mogen vermoeden. Allemaal jagen ze iets na, geluk, rechtvaardigheid, vervulling, maar op totaal verschillende manieren en dat is misschien de uiteindelijke strekking van deze roman: we zijn met onze collectieve belangen tenslotte toch allemaal individuen, eenzame jagers.

Het is een klein gezelschap in een Amerikaans stadje in het zuiden van racistisch Amerika, jaren dertig van de vorige eeuw, allemaal gegroepeerd rond de enigmatische John Singer, de doofstomme die als een soort inspiratie voor allen dient omdat hij niet oordeelt, niet spreekt en misschien ook wel niet echt 'luistert' maar die iedereen in zijn waarde laat. Brannon is de empathische kroegbaas die iedereen goed observeert en doorgrondt, Copeland de emancipator die wil dat het zwarte volk (hier nog consequent 'negers' genoemd) zich van het juk bevrijdt, Blount de alcoholist met de marxistische boodschap naar wie niemand luistert, Mick de intrigerende tomboy die haar dromen najaagt (muziek te kunnen schrijven, in het buitenland te gaan wonen), en de geheimzinnigste van al: John Singer, de man op wiens hartewensen iedereen zich verkijkt. Allemaal min of meer gewone lieden, maar met al dan niet grote, nauwelijks vervulbare dromen.

'Het hart is een eenzame jager' is geen programmatische roman. Dat het zo'n succes als ideeënroman kreeg komt omdat er zo'n intense werking van uitgaat. Op een of andere manier weet McCullers het voor elkaar te krijgen dat je in al die personages en hun idealen gelooft. Er zit ook iets tragisch in. De halve heilige John Singer blijkt van wat hem allemaal wordt toevertrouwd maar weinig te begrijpen, zijn begripsvolle uitstraling is kennelijk al voldoende om van hem een vertrouweling te maken. Hij is een goed mens, dat zeker, maar zijn zieleleven is eigenlijk nogal arm, hij verlangt naar zijn oude kompaan Antonapoulos, ook doofstom, die in een inrichting zit. Als deze sterft heeft voor hem het leven geen waarde meer.

In de loop der jaren is McCuller's roman als een soort emancipatieboek gaan dienstdoen, omdat de bevrijding van de zwarten, van de arme arbeiders, van een jonge ambitieuze vrouw, er een belangrijke rol in speelt maar ik denk toch dat zijn kracht voor lezers van nu vooral op het psychologische vlak ligt. Het zijn allemaal volle karakters, dat wil zeggen naast hun sterke kanten - de wil om iets te bereiken - zijn ze ook zwak, menselijk, gefrustreerd. Blount is een zware alcoholist die z'n eigen boodschap dwarszit, Brannon, empathisch, is dadenloos, Copeland, emancipator van de zwarten ook een driftige, ongemakkelijke man, Mick bijzonder en intelligent maar toch ook soms ongenuanceerd en bijterig, Singer raadselachtig maar doodeenvoudig. Al met al kom je als lezer uit dit boek met een rijk en genuanceerd beeld over het menselijk tekort.

Helemaal tegen het eind kon McCullers de wens om alles groots samen te vatten kennelijk niet weerstaan als ze Biff Brannon ietwat pathetisch laat denken: 'Want in een flits van stralend licht zag hij de strijd en de moed van de mens. De eindeloze beweging van de mensheid door de eindeloze tijd. Mensen die werken en mensen die - in één woord - liefhebben. Zijn ziel opende zich. Heel even maar. Want ook voelde hij een dreiging, een plotselinge angst. Tussen die werelden zweefde hij.'

Misschien nog wel het knapst aan dit prille meesterwerk is de schildering van het tijdsgewricht, dat je meer proeft dan kunt aanwijzen; de bittere armoede in het zuiden, het allesverterende publieke maar vooral ook vanzelfsprekende racisme en het verre gevaar van over de oceaan. Geregeld vallen de namen van Hitler en Mussolini, precies zoals het in de jaren dertig er wellicht aan toeging, in een mengsel van afkeer en ongeloof.

Het is verbluffend hoe een drieëntwintigjarige zo'n rijke, uitgebalanceerde roman kon schrijven. Wonderkind Carson McCullers heeft haar eerste succes nooit meer geëvenaard, misschien omdat het leven haar niet toelachte. Gekweld door alcoholisme, seksuele ambivalentie, depressies en onbeantwoorde verliefdheden ondernam ze een paar zelfmoordpogingen en stierf te jong aan een zware hersenbloeding. Van de spirituele dromen die ze haar protagonisten in 'Het hart is een eenzame jager' toeschrijft kwam weinig terecht. Wel werd ze er een van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers mee.

Wie zich met de gelijknamige verfilming tevreden wil stellen, komt bedrogen uit: die draait om de liefde tussen de doofstomme Singer en het meisje Mick, een betrekking die in de roman oneindig veel subtieler wordt neergezet. Hier geldt echt: het boek was beter. Veel beter.

Carson McCullers, Het hart is een eenzame jager Uitg. Athenaeum, 368 blz, 11,99

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden