'De een spaart suikerzakjes, ik verzamelde boeven'

Jelle Winkels (1965), transportgeleider

HINKE HAMER

"De moordenaar van Jesse Dingemans had een bleek en uitdrukkingsloos gezicht. Hij had een lege blik in zijn ogen, het was net of hij niet meer helemaal op deze wereld was. Julien C. was pas 22, vlak ervoor had hij de achtjarige Jesse omgebracht op een basisschool in Hoogerheide. De moordenaar zat voorovergebogen en zwijgend naast me toen ik hem van het politiebureau in Tilburg naar de gevangenis in Vught bracht.

's Avonds kon ik de slaap niet vatten. Ik lag in bed te draaien, dacht aan hoe die gek zomaar een lagere school kon binnenlopen en een kind vermoorden. Ik vreesde voor mijn eigen kinderen, van wie ik altijd veronderstelde dat ze veilig zijn op school, een plaats die ik als heiliger beschouw dan een kerk. Om drie uur sliep ik nog steeds niet. Ik ging naar beneden, kroop achter de computer en schreef een gedicht voor Jesse. Ook noteerde ik zo nauwkeurig mogelijk mijn herinneringen aan zijn moordenaar.

Ik was niet ontevreden met mijn tekst en schreef steeds vaker over moordenaars, pedoseksuelen en andere criminelen die ik had vervoerd. Zoals een ander suikerzakjes spaart, zo begon ik boevenverhalen te verzamelen.

Jarenlang werkte ik als transportgeleider bij de Dienst Vervoer & Ondersteuning en bracht boeven van politiebureaus naar penitentiaire inrichtingen, naar ziekenhuizen en uitvaartcentra en naar hun moeders huis, als die niet in de gelegenheid was om naar de gevangenis te komen. Ik moet in vijftien jaar tijd tienduizenden boeven in mijn busje hebben gehad, onder wie zware jongens als Dino S., Siegfried S. en Jesse R., hoofdrolspelers in het liquidatieproces, de laatste twee tot levenslang veroordeeld.

Minder grote boeven vervoerde ik ook. Zo was er Sikke, een alcoholist die we met drie man sterk ophaalden uit de Blokhuispoort, een weerzinwekkende gevangenis aan de rand van Leeuwarden. Door het ruitje van zijn cel zag ik alleen een neus en een tong; een vettige, gele tong die aan het raampje likte. Terwijl de alcoholist op mijn verzoek een stap achteruit deed, gleed hij uit in zijn eigen braaksel en uitwerpselen. Hij deed me denken aan Catweazle, mijn jeugdheld, die achteruit omhoog kon springen.

Toen we even later met Sikke over de snelweg reden, klaagde hij dat hij last had van de zon. Hij wees op mijn collega's en op mij en riep verontwaardigd: 'Hij heeft een zonnebril, die ernaast heeft er een en jij ook, ik wil óók een zonnebril!' Zijn verzoek klonk aandoenlijk, ontroerend. Ik wist niet of ik moest huilen of lachen om Sikke, hij had iets tragisch en grappigs tegelijk.

Heel anders voelde het toen ik Isabel naar Schiphol bracht, een zevenjarig meisje met een klein koffertje, ze was prachtig om te zien. Het Colombiaanse meisje zat in Den Haag op school, vertelde ze, in een leuke klas met veel vriendinnetjes en een lieve juf, maar haar moeder was illegaal in Nederland. Samen werden ze nu het land uitgezet, op Schiphol zouden ze het vliegtuig naar Spanje nemen. Ook Isabel hield me uit mijn slaap. In wat voor land leven we, als de regering zomaar kan besluiten om een kind te deporteren?

'Als ik een uitgever vind voor mijn boek, stop ik met werken', blufte ik vaak tegen vrienden. Toen ik die uitgever vond, moest ik wel. Ik laat me in mijn verhalen soms kritisch uit over mijn werkgever, mijn positie bij de overheid is onhoudbaar nu dit boek in de winkel ligt. En dat is prima. Ik heb spugende, schreeuwende, schuimende boeven naast me in de auto gehad, ik heb alles wel meegemaakt. Afgelopen oktober was mijn laatste werkdag, binnenkort ga ik op wereldreis. Ik heb de boevenwagen nog geen moment gemist."

Jelle Winkels. De boevenwagen. Onderweg met gevangenen. Brandt; 320 blz, euro 17,50

undefined

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden