De Eems stikt

De vaargeul in de monding van de Eems wordt verdiept. Miljoenen kubieke meters zand, slib en keileem moeten worden verplaatst. Maar het estuarium is al erg vertroebeld. Duitse gemeenten en milieuclubs zijn bezorgd. 'De patiënt is al zo ziek.'

Oud-garnalenvisser Epko Westerhuis uit het Noord-Groningse Termunten, denkt met weemoed terug aan de hoogtijdagen van de visserij op de Eems. "Toen ik vijftien was, voer ik al met mijn vader mee. Altijd gevist. Ooit lagen er 22 garnalenscheepjes in Termunterzijl. En nu? Mijn kotter ligt er nog, de TM 9. Verder niks meer. Het is voorbij."

Voor Epko Westerhuis tekent de ommekeer in de visvangst op de Eems zich scherp af met de komst van Akzo in Delfzijl, in 1959. "Nadien zijn de visjes verdwenen. Vroeger waren er nog volop botjes, scharretjes, tongetjes. Maar de industrie loosde in het begin gewoon rechtstreeks op de Eems. En daarbij werd het water almaar troebeler door zwevend slib. In troebel water zit geen vis. Het is nooit meer goed gekomen."

De vertroebeling van de Eemsmond baart natuurbeschermers zorgen. Het programma 'Naar een rijke Waddenzee' van het ministerie van economische zaken, beschreef het Eems-Dollard-estuarium in 2012 als 'een gedegradeerd ecosysteem', een natuurgebied-op-zijn-retour. Dat kwam vooral door de hoge troebelheid en de langdurige afwezigheid van zuurstof in het water op sommige plaatsen in de rivier en de monding.

Sinds eind jaren vijftig is er ingegrepen in de natuurlijke stroom van de Eems. Het begon in 1958 met de aanleg van de twaalf kilometer lange Geiseleit-dam in de richting van Delfzijl, langs de rand van de Dollard, vanaf het Duitse plaatsje Pogum. Daardoor kreeg de vaargeul van de Eems een betere doorstroming.

Sinds 1984 is de rivier telkens dieper gemaakt. Dat was vooral nodig om de luxe passagiersschepen die de Meyer-werf in het Duitse Papenburg aan de Eems bouwde, in open water te krijgen. In 1995 werd de geul uitgebaggerd tot 7,30 meter om het 260 meter lange en tien dekken tellende cruiseschip Oriana naar zee te kunnen trekken.

Het uitbaggeren van de Eems, de Eemsmonding, de Eemshaven is van alle tijden. In een estuarium waarin zoet en zout water zich vermengen en de natuurlijke vloed- en ebstromen vrij spel hebben, moeten vaargeulen op diepte worden gehouden.

Maar nu ligt er een plan van minister Melanie Schultz van Haegen (infrastructuur en milieu) om de vaargeul vanaf de Eemshaven bij Delfzijl tot aan de Noordzee te verruimen én te verdiepen tot 16 meter. Dat is nodig om de vaarroute toegankelijk te maken voor Panamax-zeeschepen, vaartuigen die door de sluizen van het Panamakanaal in Midden-Amerika kunnen (lengte maximaal 294 meter, breedte 32 meter, hoogte 58 meter en diepgang 12 meter).

De vaargeul moet toegankelijk worden voor grotere schepen, nu de grote kolencentrale van RWE/Essent in de Eemshaven draait. De scheepsladingen steenkool voor de elektriciteitscentrale worden onder meer aangevoerd uit Zuid-Amerikaanse kolenmijnen.

Het ministerie wil het uitgebaggerde materiaal, voornamelijk zand, maar ook slib, klei en keileem, storten op vier plaatsen nabij de vaargeul, in het Eems-Dollardgebied. Het gaat om meer dan 6,5 miljoen kubieke meter baggerspecie.

Volgens de minister zijn de ecologische gevolgen van het uitbaggeren en het storten van het materiaal op de vier locaties elders in zee, verwaarloosbaar. Het zand en de slib komen immers uit de zeebodem in hetzelfde gebied. Tegenstanders stellen dat het water in het hele gebied al zo zwaar vertroebeld is, dat een nieuwe, grootscheepse verplaatsing van zand en slib wel eens de doodsteek zou kunnen worden voor het bodem- en waterleven in het Eems-Dollardgebied.

Twee milieuorganisaties, MOB in Nijmegen en Natuur & Milieu in Utrecht, hebben bij de Raad van State beroep aangetekend tegen de beslissing van minister Schultz. Ze staan niet alleen. Ook enkele particulieren en drie Duitse gemeenten, waaronder het Waddeneiland Borkum hebben bezwaar gemaakt. De zaak wordt 19 mei behandeld.

Johan Vollenbroek van MOB (Mobilisation for the Environment): "Rijkswaterstaat en ook de Duitsers dumpen al zand en slib in het Eems-Dollardgebied en nu komt er dus nog meer bij voor de verdieping van de vaargeul. Kennelijk onder het motto, de patiënt is toch al half dood, dus dat beetje kan er ook nog wel bij."

De twee milieuclubs stellen dat het deels verwijderen van de kleileemlaag in de vaargeul kan leiden tot veranderingen in de biodiversiteit van het gebied. De productie van algen en zeegrassen, basisvoedsel voor de levende organismen in het gebied, zou in gevaar kunnen komen. Vollenbroek: "Recent bleek dat de kwaliteit van de bodemdierbestanden in de Eems de slechtste is van de hele Waddenzee."

Een verdere vertroebeling van het water kan ook gevolgen hebben voor watervogels die op zicht jagen op vis, zoals de aalscholver, grote en noordse stern, visdief en dwergstern. Sommige van die soorten zijn de laatste tien jaar in het gebied sterk teruggelopen, aldus Natuur & Milieu en MOB.

De Raad van State heeft de stichting Advisering Bestuursrechtspraak om advies gevraagd. Volgens dit StAB zijn de ecologische gevolgen minimaal: zeegrasvelden bevinden zich niet in of bij de vaargeul. Gevolgen voor watervogels zijn er ook niet te verwachten, volgens de adviseurs. Het baggerwerk wordt bijvoorbeeld tussen juni en september stilgelegd om ruiende eidereenden niet te verstoren. De sterns in het gebied zullen er ook nauwelijks extra last hebben, aldus de adviseurs.

Uit het advies blijkt dat er over de twee stortlocaties P0 en P4 die dichtbij het Duitse natuurbeschermingsgebied Borkum Riffgrund liggen, nog geen overstemming is tussen het Nederlandse ministerie en de Duitse autoriteiten. Maar de adviseurs zien geen probleem: "Het Borkum Riffgrund ligt op 30 tot 40 kilometer van de vaargeul. Daar zijn geen effecten te verwachten."

De kotter TM 9 van visser Epko Westerhuis ligt intussen al jaren doelloos aan de kade. "De laatste vijftien jaar kom ik nooit meer op het water." Op het water van de Eems, bedoelt Westerhuis. Hij heeft zijn visserij verlegd naar achter de dijk. Westerhuis vangt nu paling op binnenwateren, zoals het Winschoterdiep.

Op 25 en 26 juni houdt de Waddenacademie in Delfzijl een symposium over het Eems-Dollardgebied.

In het water onder de spoorbrug bij het Duitse Weener is het slib duidelijk te zien.

'Die baggerspecie blijft echt niet liggen'

Marien ecoloog en oceanograaf Victor de Jonge laat geen spaan heel van het voornemen van Rijkswaterstaat om miljoenen kubieke meters baggerspecie uit de vaargeul van de Eemshaven naar de Noordzee, terug te gooien in het Eems-Dollard-estuarium. De Jonge, als buitengewoon hoogleraar verbonden aan het Instituut voor Estuaria- en Kust-studies van de Universiteit van Hull, vindt het nogal naïef om te denken dat de baggerspecie in een gebied met heftige getijdenstromingen naar de bodem zakt en netjes blijft liggen. "Je legt het vuil op de drempel van de voordeur en terwijl iedereen er overheen loopt hoop je dat het zich niet door je huis gaat verspreiden. Het is een ridicule gedachte, ongelofelijk eigenlijk. Iedere student die zoiets in een scriptie zou voorstellen, krijgt een onvoldoende, want die student heeft niet begrepen hoe een estuarium in de basis functioneert."

De Jonge is expert op het gebied van het Eems-estuarium. Sinds begin jaren zeventig doet hij er onderzoek. Hij publiceerde er een lange reeks studies over. De Jonge heeft zich gevoegd in de beroepsprocedure van de Nijmeegse milieuorganisatie MOB tegen het besluit van het ministerie om de baggerspecie terug te gooien, op drie van de vier voorgestelde locaties elders in het gebied. "Alle literatuur over het systeem en over de Waddenzee laat zien dat het materiaal linea recta weer het estuarium wordt binnen gevoerd. Er wordt gesuggereerd dat het teruggestorte slib verdwijnt als in een soort van zwart gat. Maar dat gat bestaat niet. Dat slib wordt opgehoopt richting Dollard en de rivier de Eems waar het gaat bijdragen aan de verdere verslechtering van het systeem."

De beste oplossing volgens De Jonge: breng dat slib op het land. Het is vruchtbaar materiaal. "De Duitsers hebben baggerspecie al sinds 1907 op land gebracht, om de veengrond in de omgeving op te waarderen tot tuinbouwgrond."

In maart maakte Groningen Seaports, beheerder van twee zeehavens en twee binnenhavens in het Noorden, bekend dat bij wijze van proef slib uit de Eems wordt gebruikt als grondverbeteraar van akkers in de Veenkoloniën.

De Jonge vreest dat verdere vertroebeling van het water de toch al lage algengroei in het gebied verder zal aantasten. "Je bent dan bezig de graanschuur voor het ecosysteem kapot te maken. Hoe meer slib je in het systeem brengt, hoe groter de zwevende concentraties, hoe lager de algengroei. Dat moet gewoon een keer stoppen. We draaien hier al 35 jaar omheen."

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden