De econoom is niet hulpeloos

(\N)

De stelling van Frank Ankersmit dat historici en politici beter inzicht bieden in de oorzaken van de crisis dan economen is weinig vruchtbaar, vinden drie Wageningse wetenschappers. Zinvoller is het om te kijken wat andere disciplines kunnen toevoegen. „En wat blijkt? De huidige crisis vertoont frappante gelijkenis met de manier waarop ecologische systemen reageren op verstoringen.”

Binnen de economische wetenschap is evenwicht een sleutelbegrip. Maar in de hedendaagse realiteit van het economisch leven lijkt dit zoekgeraakt. Betekent de huidige kredietcrisis het einde van het westerse economische systeem? Of is het kapitalisme toch veerkrachtiger dan menigeen verwacht?

Geregeld klinkt de suggestie dat de kredietcrisis méér is dan een ’normale’ crisis. Experts als George Soros en Herman Wijffels verwachten dat we een nieuwe ordening tegemoet gaan, met gevolgen voor werk, consumptie, politieke keuzes en wereldwijde machtsverhoudingen. De crisis, kortom, betekent het einde van een tijdperk. Mochten we ons nu nog niet volledig bewust zijn van dit naderende afscheid, dan is dat niet verwonderlijk. Want, schreef historicus Frank Ankersmit vorig jaar in Letter & Geest over de dramatische koersval van 29 september 2008: „Grote gebeurtenissen herken je vaak pas achteraf.”

Worden wij na de crisis echt wakker in een andere wereld? Of zijn, zoals directeur Coen Teulings van het Centraal Planbureau onlangs in Intermediair zei, dergelijk grootse termen te radicaal?

Menig econoom heeft zich inmiddels vastgebeten in de vraag hoe de crisis het beste kan worden bestreden. Iedereen lijkt het erover eens dat herstel van vertrouwen de sleutel is. (De term krediet stamt af van het Latijnse werkwoord credere dat geloven of vertrouwen betekent.) Maar over hoe dat precies moet, bestaat minder consensus. Waar de een pleit voor rechtstreekse uitgaven aan de aanleg van spoorwegen, heeft de ander het over verhoging van de hypotheekgarantie en ondersteuning van de woningcorporaties. Wat de beste remedie ook is, vaststaat dat het economische systeem uit het lood is geslagen. Premier Balkenende en minister Bos schreven vorig jaar dat een nieuw evenwicht voor het internationale financiële systeem een van de grootste uitdagingen is van deze tijd.

De huidige situatie wordt regelmatig vergeleken met eerdere financiële crises – vooral die van 1907 en 1929. De historische parallellen zijn inderdaad treffend. Eerder al schreef Jan Kleinnijenhuis in deze krant dat hoewel financiële crises telkens op nieuwe manieren aan de oppervlakte komen, de onderliggende oorzaken een eenduidig beeld laten zien. Net als in het verleden zijn vandaag de dag een te snel groeiende geldhoeveelheid en een gebrek aan toezicht op het bankwezen de belangrijkste oorzaken van de economische malaise. Althans, dat is de verklaring die om de haverklap in de media valt te beluisteren en te belezen, en waar veel experts het over eens zijn.

Volgens voormalig VVD-prominent Frank Ankersmit is deze verklaring heel eenvoudig te interpreteren: het zijn de economen geweest die alle rampen over ons afriepen. Dat is tenminste wat hij twee weken geleden schreef in Letter & Geest. Kennelijk heeft Ankersmit niet door dat hij met deze stelling precies datgene doet waarvan hij economen beschuldigt: het vereenvoudigen van de werkelijkheid.

Maar Ankersmit gaat verder. Hij verklaart dat niet de econoom, maar de politicus en de historicus het beste inzicht hebben in de betekenis van de kredietcrisis op langere termijn. Vreemd genoeg is zijn onderbouwing van deze stelling eerder economisch dan politiek of historisch van aard. Zijn pleidooi voor gedeeltelijke nationalisering van banken en zijn afkeer van privatisering zijn namelijk gebaseerd op de werking van de economische orde. En laat dat nu uitgerekend een onderwerp zijn dat in alle standaard economische tekstboeken uitgebreid aan de orde komt.

De Franse socioloog en psycholoog Gustave le Bon wist het al: „De te eenvoudige uitlegging der oorzaken heeft altijd de geschiedenis vervalst.” De wereld van 1929 is volstrekt anders dan die van nu. Toentertijd was er nog geen sprake van globalisering en overheden grepen aanvankelijk nauwelijks in. Een louter historische analyse is daarom even ontoereikend als een analyse die enkel gebaseerd is op neoklassieke economische grondslag. En ook het combineren van het economische discours met dat van de geschiedenis – iets waarmee de Russische econoom Nikolai Kondratieff aan het begin van de jaren twintig al volop bezig was – is niet afdoende. Een vooraanstaand econoom als Ben Bernanke, voorzitter van de FED, heeft de crisis van 1929 uitvoerig bestudeerd. Toch is hij niet de man die ons uit de kredietcrisis zal halen. Ondanks zijn uitgebreide en gedetailleerde historische kennis hangt om Bernanke vooralsnog geen zweem van verlossing.

Zoals de geschiedenis zich ontwikkelt door het verstrijken van de tijd, zo ontwikkelt de economische wetenschap zich ook. Vandaar ook dat de economische wetenschap lang niet zo hulpeloos is als niet-economen weleens suggereren. Inmiddels combineert de economische wetenschap economische principes met kennis van allerlei andere disciplines. Een boeiende, en voor het analyseren van de kredietcrisis waardevolle verrijking is het toevoegen van ecologische inzichten. Want wat blijkt? De huidige crisis vertoont gelijkenissen met hoe ecologische systemen reageren op verstoringen.

De klassieke theorie die beschrijft hoe ecosystemen functioneren en reageren op verstoringen is die van ’ecologische successie’. In deze theorie gaat het systeem uiteindelijk naar een stabiel ’eindpunt’ toe, ook wel de climaxfase genoemd. Is die eenmaal bereikt, dan kan het ecosysteem zonder verstoring van buitenaf eindeloos lang in evenwicht blijven.

Onderzoekers zijn er evenwel achtergekomen dat de meeste ecosystemen zich ontwikkelen volgens een zich telkens herhalende – adaptieve – cyclus. Vooral de ecoloog C.S. Holling heeft dit idee ontwikkeld en bekendheid gegeven. Hij is er dan ook van overtuigd dat een ecosysteem niet noodzakelijkerwijs een vast (lineair) patroon volgt dat uiteindelijk uitmondt in één enkel stabiel climaxstadium, maar dat er meerdere stabiele stadia mogelijk zijn, waartussen een ecosysteem zich kan bewegen.

De parallellen tussen het functioneren van het ecologische systeem en dat van het economische systeem zijn frappant. De lange groeiperiode van de westerse economieën met over het algemeen stijgende aandelenkoersen en huizenprijzen droeg bij aan het beeld dat het economisch systeem een lineair patroon volgt. Sterker nog, in de laatste jaren van het vorige millennium waren sommige economen ervan overtuigd dat dankzij de sterk groeiende ICT-sector het ’eindpunt’ was bereikt. Dit eindpunt heette de Nieuwe Economie. Kenmerkend voor deze eindfase is dat conjunctuurschommelingen en inflatie zijn uitgebannen, en dat hoge economische groei, lage werkloosheid en lage inflatie naast elkaar kunnen bestaan. Daarmee vormde de Nieuwe Economie het economisch equivalent van het climaxstadium van een ecosysteem, waarin eveneens evenwicht heerst.

Maar zo stabiel was de Nieuwe Economie niet. De zogenoemde internetzeepbel barstte in 2000 uiteen. Enkele weken nadat Nina Brink bij de beursintroductie van Worldonline haar duimen omhoog had gestoken, bleek al het ICT-gerelateerde kapitaal razendsnel in waarde te dalen. Begin maart stond de Nasdaq op ruim 5049 punten. Tweeënhalf jaar later, in oktober 2002, sloot hij op 1114 punten. Bijna 78 procent lager.

Ook het economische systeem blijkt zich, kortom, te ontwikkelen volgens een zichzelf herhalende cyclus. Na een opbouwfase volgt stabilisatie en vervolgens terugval. En hoewel de directe aanleiding tot terugval best een externe gebeurtenis kan zijn, wordt de teruggang versterkt doordat het systeem zelf weinig flexibel en veerkrachtig is geworden. Door de dominantie van een paar soorten, wordt het ecosysteem gevoelig voor een externe verstoring als droogte of ziekte. Hetzelfde geldt voor het economische systeem. Doordat de internationale financiële sector de slagader is van de wereldeconomie, slaat een crisis daar al gauw over op andere sectoren die voor hun productie en investeringen medeafhankelijk zijn van financieringen.

Vorige week dinsdag nog kwam het bericht naar buiten dat het aantal Nederlandse bedrijven dat in februari 2009 failliet is gegaan, bijna verdubbelde ten opzichte van februari 2008. De marktvraag, gedreven door een voorkeur voor de nieuwste ontwikkelingen, zorgt voor natuurlijke selectie die uiteindelijk leidt tot Joseph Schumpeters creative destruction: bedrijven die zich niet kunnen of willen aanpassen aan nieuwe omstandigheden, zien zich gepasseerd door nieuwkomers die daartoe wel in staat zijn. Het vormt de opmaat voor een nieuwe opbouwfase, waarmee het begin van een nieuwe cyclus een feit is.

Een andere parallel tussen het ecologische systeem en het vrijemarktkapitalisme – we kunnen er in het Darwinjaar niet omheen – is die van de survival of the fittest. Al in 1974 schreef de Britse epidemioloog Richard Wilkinson dat het huidige kapitalistische stelsel als een ’natuurlijk’ systeem wordt beschouwd, omdat het net als de evolutietheorie uitgaat van het principe dat de best aangepaste zal overleven. Zoals planten en dieren onderhevig zijn aan concurrentie, predatie, en beschikbaarheid van voedsel en water, zo zullen ook bij bedrijven alleen de sterkste, snelste, grootste of slimste overleven.

Het huidige economisch systeem zal zonder meer veranderen, met nieuwe instituties en effectievere vormen van toezicht. De huidige crisis kan ervoor zorgen dat aan het einde van de dag het systeem transparanter is geworden, met een nieuwe balans tussen de marktsector en de publieke sector. Deze aanpassingen gaan niet zonder slag of stoot. Bedrijven die in staat zijn zich aan te passen aan nieuwe uitdagingen, zullen overleven.

Door de economie niet langer te zien als stabiel, voorspelbaar systeem, maar als een complex geheel dat in voortdurende staat van verandering verkeert, kan de overheid beter inspelen op wat er gebeurt. Ecologen krijgen steeds meer oog voor de veerkracht van het systeem. Daarop moet ook bij het analyseren van het economische systeem meer nadruk komen. Wordt de veerkracht ondermijnd, dan kun je externe gebeurtenissen niet of nauwelijks opvangen.

Het is trouwens sowieso nuttig om rekening te houden met plotselinge externe verstoringen. Die zijn immers van alle tijden. Het is te voorbarig, zoals Ankersmit en anderen doen, om nu te spreken van een volledig nieuwe wereldorde. We zitten gewoon in een nieuwe fase van de adaptieve cyclus.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden