De economie doet het beter dan het besteedbaar inkomen

Beeld ANP XTRA

De Nederlandse economie krimpt door de aanhoudende daling van de consumptie. Niet zo raar, blijkt nu: de inkomens zijn de afgelopen vijftien jaar nauwelijks gestegen.

De koopkracht van de gemiddelde Nederlander is in de afgelopen vijftien jaar nauwelijks gestegen, hoewel de economie in die periode flink is gegroeid. Dat blijkt uit onderzoek van De Nederlandsche Bank (DNB).

Sinds begin jaren negentig is de ontwikkeling van het beschikbare inkomen sterk achtergebleven bij de groei van de totale economie, stelt DNB. Vanuit de economische theorie wordt juist verwacht dat de ontwikkeling van het inkomen min of meer in de pas loopt met de groei van het bruto binnenlands product (bbp), gemeten over een langere periode. Maar het aandeel van het inkomen van huishoudens in het totale bbp is sinds 1992 gedaald van 54 procent naar 45 procent. Was dat aandeel gelijk gebleven, dan hadden huishoudens gezamenlijk ongeveer 60 miljard euro extra te besteden gehad.

Winstgevendheid bedrijfsleven
Waar is al dat geld gebleven? Met name bij bedrijven en de overheid, zo stellen de DNB-onderzoekers. Het bedrijfsleven - exclusief de financiële sector - zag het aandeel stijgen. Ging in 1987 nog slechts 3 procent van het bbp naar bedrijven, vorig jaar lag dat aandeel op 10 procent. De winstgevendheid van het bedrijfsleven is flink verbeterd, met dank aan jaren van loonmatiging, stelt DNB. Daarnaast is geprofiteerd van lagere rentelasten en een lagere winstbelasting, en tegelijkertijd zijn de inkomsten uit buitenlandse deelnemingen toegenomen. De extra inkomsten worden slechts ten dele weer uitgekeerd in de vorm van dividend. Veel blijft in de ondernemingen.

Ook de overheid legt beslag op een steeds groter deel van de economie. Een kwart van het bbp valt toe aan de staat; in 1992 was dat nog 21 procent. Volgens DNB zit het verschil voornamelijk in uitgaven van de overheid aan onderwijs en zorg. Die stegen van 12,5 procent van het bbp in 1992 naar 17,5 procent vorig jaar. Die groei is vooral te verklaren uit hogere uitgaven aan de zorg, aldus DNB. Daar tegenover staan constante uitgaven voor zaken als politie, openbaar bestuur en defensie.

Bestedingen onder druk
Tenslotte zijn ook de pensioenpremies sinds eind jaren negentig flink gestegen. Werd in de periode 1987-1997 gemiddeld 3 procent van het bbp opzijgelegd voor later, inmiddels is dat opgelopen tot 6 procent.

Zowel voor de pensioenen als de collectieve uitgaven van de staat geldt dat deze weer ten goede komen aan iedereen - in de vorm van een uitkering op de oude dag en goede zorg. Maar tegelijkertijd zorgt het lagere inkomen van huishoudens er nu voor dat de bestedingen onder druk staan. In deze studie spreekt DNB er niet over, maar de toezichthouder waarschuwt al enige tijd voor de schadelijke effecten van de achterblijvende inkomens. Het zeer lage consumentenvertrouwen en de teruglopende bestedingen houden de Nederlandse economie langer in recessie dan strikt noodzakelijk, waardoor een negatieve spiraal dreigt.

 
Het aandeel van het inkomen van huishoudens in het totale bbp is sinds 1992 gedaald van 54 procent naar 45 procent.
Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden