De echte tragiek van Hans van Baalen

Sommige feiten hebben de scherpte van een tweesnijdend zwaard. Zo kun je niet vrijblijvend beweren dat het bestaan van een racistische brief de schrijver ervan ernstig diskwalificeert en tegelijkertijd lichtvaardig doen over de mogelijkheid dat de persoon in kwestie hem wel eens in ernst geschreven zou kunnen hebben.

Met zulke uitspraken leg je een verdenking op de briefschrijver, in vergelijking waarmee het vrijpleitende wegwuivende gebaar verbleekt. Een willekeurige buitenstaander kan zich zulke uitspraken misschien nog veroorloven. Maar niet als je Frits Bolkestein heet en het blijkt te gaan over een brief die zijn campagneleider Hans van Baalen zou hebben geschreven aan Henk Glimmerveen, met de bedoeling deze extreem-rechtse figuur te steunen in zijn strijd voor een raszuiver Europa.

Voor een VVD-leider is het in zo'n situatie van tweeën één: of je neemt de aantijging serieus en kondigt briesend aan dat je de zaak tot op de bodem zult uitzoeken. Of je laat de juistheid van de beschuldiging in het midden en je accepteert de zeker niet uit te sluiten mogelijkheid dat de verkiezingscampagne 1998 zomaar vertroebeld kan worden door iets of iemand die - wie weet - een vervalste brief uit de hoge hoed heeft getoverd. Wat voorwaar een unicum zou zijn in de Nederlandse parlementaire geschiedenis. Je zou denken dat de implicatie van zowel het een als het ander voor een partij als de VVD tamelijk onverdraaglijk zou zijn. Maar merkwaardig genoeg accepteert Bolkestein stoïcijns de negatieve 'beeldvorming' over zijn campagneleider om vervolgens zuchtend en steunend tot de conclusie te komen dat daar weinig aan 'te repareren' valt. Hoezo? Gaat Bolkestein er klakkeloos van uit dat de aantijgingen feiten zijn? En zo ja, rechtvaardigen die feiten een algehele aftocht van de campagneleider?

Opiniepeilingen van het Nipo/Twee Vandaag van afgelopen maandag laten zien dat een ruime meerderheid van de kiezers vindt dat Van Baalen terecht is opgekrast. Maar wie vervolgens meent dat zijn misstappen aan dit harde oordeel ten grondslag liggen, heeft het bij het verkeerde eind. Op Radio 1 kwamen diezelfde maandagavond reeksen luisteraars aan het woord, die de een na de ander betoogden, dat je zelfs de campagneleider van de VVD zijn jeugdzonden, zijn gebral, zijn slemppartijen, zijn Hitlergroet, niet ten eeuwigste dagen mag nadragen. Wat de luisteraars dwars zat was zijn gedraai, zijn hardnekkige ontkenningen waar zo op het oog niets te ontkennen viel. Kennelijk deugt die man nog steeds niet, vond men.

Dat alleen een ruiterlijke erkenning van de gemaakte fouten louterend kan werken, hadden ook Bolkestein en Van Baalen kunnen bedenken. Maar in plaats daarvan wendden ze zich met halve ontkenningen vol walging van de zaak af, als gold het een besmettelijke ziekte. Dat duidt op overgevoeligheid. De VVD voelt zich kennelijk kwetsbaar op dit punt en niet ten onrechte als je kijkt haar beleid inzake asielzoekers en Bolkesteins klopjacht op communisten met een verleden. Vandaar dat Van Baalen moederziel alleen op een persconferentie de opgestoken storm tot bedaren mocht brengen. Naast hem geen VVD-leider die briesend zijn ontkenning ondersteunde (we leven in een rechtsstaat: alleen de feiten tellen), dan wel die hem maande de zaak eerlijk op te biechten als een jeugdzonde waar hij niets meer mee te maken heeft. In plaats daarvan raakte hij verstrikt in nieuwe vragen uitlokkende ontkenningen.

De tragiek van het geval is daarom niet zozeer zijn val (zoals Bolkestein het zag), maar veeleer dat noch de VVD-leider noch Van Baalen inzien dat je aantijgingen van deze aard niet met smoesjes moet pareren. Daarvoor is de zaak te ernstig.

Meer over

Wilt u iets delen met Trouw?

Tip hier onze journalisten

Op alle verhalen van Trouw rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@trouw.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden